De radiator onder het raam
De meest gemaakte fout is de radiatorombouw. Een kast van hout of mdf voor de radiator verbergt hem inderdaad, en hij kost je meteen een deel van je warmte, omdat de warme lucht niet meer vrij naar boven kan wegstromen.
Een radiator werkt namelijk grotendeels via convectie: koude lucht komt onderaan binnen, warmt op tussen de lamellen en gaat er bovenaan uit. Alles wat die stroom afdekt, vertraagt hem. Houd daarom minstens 10 cm vrij boven de radiator en ongeveer 5 cm aan de voorkant, ook als er een vensterbank overheen ligt.
Datzelfde geldt voor de bank of het dressoir dat je ervoor schuift. Een meubel dat strak tegen de radiator aan staat, verwarmt vooral zijn eigen achterkant. Tien centimeter tussenruimte is het minimum, en dan is de kier tussen meubel en muur meteen breed genoeg om er met een stofzuigermond bij te komen.
Bij het raam zelf komt de lengte van het gordijn erbij kijken. Een vloerlang gordijn dat voor een radiator hangt, stuurt de warmte tussen stof en glas omhoog en dus langs het koudste vlak in de kamer. In het overzicht over gordijnlengte, plooi en rail staan de lengtes die daar wel bij passen.
Wat wel werkt: de aandacht verplaatsen. Een radiator die grijs of wit is en dezelfde kleur heeft als de wand erachter, valt al half weg. Zet er niets voor, maar zet er iets naast dat hoger is dan hij, zoals een plant of een lamp, en het oog gaat daar als eerste naartoe.
De meterkast en de deur die open moet
De meterkast is het lastigste geval in huis, omdat de deur volledig open moet en er dus niets voor mag staan. Reken op een vrije draaicirkel van ongeveer 60 cm voor de deur; een smal kastje dat "net past" blijkt in de praktijk elke keer in de weg te staan als de wifi hapert.
De beste oplossing is de deur laten opgaan in de wand. Een meterkastdeur in exact dezelfde kleur en glansgraad als de omliggende muur verdwijnt vanaf twee meter afstand vrijwel volledig. Dat werkt beter dan een decoratie op de deur, want alles wat je erop hangt maakt de deur juist tot een vlak dat opvalt.
Daarnaast helpt het om ernaast een sterker punt te maken. Een kunst bananenplant van 150 cm naast de deur is hoger dan een gemiddelde deurpost breed is, en dat verschil in hoogte is precies waar het oog naartoe gaat. Zet hem naast de opening en niet ervoor, zodat de deur ook echt kan draaien. Voor donkere halletjes zonder daglicht is een kunstexemplaar bovendien de enige die het volhoudt; de rest van de maten staat bij de kunstbomen.
In een smalle hal waar geen ruimte is voor een plant, doet een langwerpige console langs de andere wand hetzelfde werk. Die trekt de blik naar de overkant, en de deur wordt daarmee wandvulling in plaats van middelpunt.
Kabels achter de tv en onder het bureau
Achter een televisie liggen gemiddeld vier tot zes kabels, en ze vallen vooral op doordat ze los langs de muur naar beneden hangen.
Bundel ze eerst. Vijf kabels die met klittenband tot één streng zijn samengebonden, lezen als één lijn in plaats van als een bosje. Loopt die streng over een zichtbaar stuk muur, dan verdwijnt hij in een kabelgoot van 3 tot 6 cm breed, in de kleur van de wand geschilderd. Een goot van 6 cm is genoeg voor een stroomkabel plus twee dunne signaalkabels.
De stekkerdoos hoort niet op de vloer. Schroef hem aan de achterkant van het tv-meubel of aan de onderkant van het bureaublad, zodat er geen zwarte doos meer tussen de plinten ligt en de vloer weer in één keer te stofzuigen is. Houd bij een tv-meubel bovendien 10 cm ruimte tussen de achterkant en de muur, anders kun je er nooit meer bij zonder het hele meubel weg te trekken. Hoe je zo'n meubel verder indeelt en welke maat bij welk scherm hoort, staat in de aanpak voor de tv-wand.
Wat er op het meubel blijft liggen, bundel je op een blad. Op een rond dienblad van 40 cm passen twee afstandsbedieningen, een koptelefoon en een klein object naast elkaar, en het blad geeft die verzameling een rand. Alles binnen de rand oogt opgeruimd, alles erbuiten oogt achtergelaten. Voor de dingen die je niet wilt zien, is een gesloten doos beter: een opbergdoos van 22 bij 22 bij 10 cm slikt een handvol snoertjes en laders zonder dat er iets uitsteekt. Meer maten en modellen staan bij het opbergen.
De router, en wat je juist niet wegwerkt
Er is één apparaat dat je niet in een kast, mand of metalen doos moet stoppen, en dat is de router. Metaal en dikke deuren dempen het signaal, en een router die onder in een gesloten meubel staat, kost je meetbaar bereik in de kamer erboven.
Zet hem in plaats daarvan hoog en vrij: op een plank, met de antennes rechtop, ergens centraal in huis en niet in een hoek achter de bank. Als hij per se uit het zicht moet, kies dan een open mand of een doos zonder achterwand, zodat er lucht en signaal langs kunnen.
Hetzelfde geldt voor andere dingen die warmte maken. Een ontvanger, een spelcomputer en een versterker willen ruimte om zich heen; opgesloten in een dichte kast lopen ze warm en gaan de ventilatoren harder blazen, wat in een stille kamer meer opvalt dan het apparaat zelf.
En dan de laatste categorie: dingen die je beter helemaal niet verstopt. Een rookmelder aan het plafond, een thermostaat op de wand en het schakelpaneel naast de deur horen bereikbaar te blijven. Een decoratief plankje voor een thermostaat is precies het soort oplossing dat er over een half jaar weer af moet.
Voor alles wat wel weg mag geldt de eenvoudigste vuistregel van dit lijstje: verstop het niet, verplaats het. Een verlengsnoer dat 40 cm verderop achter een meubelpoot loopt, hoeft niet meer weggewerkt te worden, en dat scheelt zowel een kabelgoot als de kans dat je hem er ooit weer uit moet halen. Wat er daarna nog in het zicht staat, kun je opruimen volgens dezelfde logica als in opbergen in het zicht.









