Fase 1: alles eruit, en de vloer blijft leeg
Haal de kast in één keer helemaal leeg en houd daarna één regel aan: op de vloer voor de groepenkast komt niets meer terug. Je moet er in het donker bij kunnen zonder eerst een stofzuiger opzij te schuiven. Stop je na deze fase, dan heb je het belangrijkste al binnen.
Zet twee dozen en een vuilniszak klaar en verdeel alles wat eruit komt meteen: blijft hier, hoort ergens anders, kan weg. De derde categorie is groter dan je denkt. Lege verfblikken met een laagje eronder, kabels van apparaten die je niet meer hebt, een halve rol behangplaksel, een oude router, een zak met stekkerdozen waarvan er twee werken.
Twee dingen komen sowieso van de vloer af. De stofzuiger, die in bijna elke Nederlandse meterkast tegen de meter aan staat, en de kartonnen dozen die "nog van pas kunnen komen". Beide horen in de berging, de bijkeuken of onder de trap. Zit je krap, dan geeft de ruimte onder de trap benutten een paar opties die geen extra kastruimte kosten.
Neem meteen even een doekje mee. In een kast die jarenlang dicht zit, ligt op de bovenste plank een laag stof die je pas ziet als de zaklamp erop schijnt.
Fase 2: terugzetten op hoogte van gebruik
Zet alles terug op hoogte van hoe vaak je het pakt. Wat je maandelijks nodig hebt komt op ooghoogte, wat je een paar keer per jaar gebruikt eronder of erboven, en wat je één keer per jaar aanraakt gaat naar de bovenste plank. Na deze fase weet iedereen in huis waar de zaklamp, de zekeringen en de reservelampen liggen.
Er is één ding dat een vaste plek verdient en dat is de zaklamp. Die hangt aan een haakje aan de binnenkant van de deur, niet in een la en niet in een doos, want je zoekt hem precies op het moment dat er geen licht is. Een tweede zaklamp of een kaars met aansteker in de keuken is geen overdaad.
Kleine losse dingen verdwijnen in een open kast binnen een maand weer. Reservelampen, batterijen, zekeringen en een rolletje tape houd je bij elkaar in één gesloten doos, met een etiket erop dat je vanaf de grond kunt lezen. Een opbergdoos van 28x28x10 cm met glazen deksel werkt hier goed omdat je zonder hem open te maken ziet wat erin zit.
Plak tot slot een leesbaar overzicht in de groepenkast: welke groep bij welke kamer hoort, met pen ingevuld en niet uit het hoofd. Dat kost tien minuten en scheelt de eerstvolgende keer dat er een groep uitvalt een half uur.
Fase 3: wat er niet in een gesloten kast thuishoort
Een aantal dingen hoort niet in een afgesloten kast bij elektra of naast een cv-ketel: spuitbussen, terpentine, verf, lijm, gasflesjes en jerrycans. Spuitbussen staan onder druk en horen niet in een ruimte die warm kan worden; oplosmiddelen dampen langzaam uit in een kast waar geen lucht doorheen gaat. Na deze fase is de kast niet alleen opgeruimd, maar ook veilig.
Ook weg uit de meterkast: alles wat nat of vochtig is. Een dweil, een emmer met een natte doek, gymspullen. In een kast zonder ventilatie geeft dat binnen een week een muffe lucht die vervolgens de hal in trekt. Houd de roosters of de spleet onder de deur vrij, ook als daar precies een plank had gepast.
Leg niets bovenop de groepenkast en hang er geen jassen voor. Dat klinkt vanzelfsprekend en het is het eerste wat er weer gebeurt zodra de kast half vol raakt. Papieren die je bewaart, zoals installatieboekjes en garantiebewijzen, kunnen prima in de kast, maar niet los tegen de meter aan; die gaan in een map of een doos.
Werkkasten met een wasmachine of een cv-ketel hebben hun eigen regels: daar wil je ruimte om te kunnen filteren, ontluchten en schoonmaken. Wat daar allemaal bij komt kijken staat in de bijkeuken en de wasruimte.
Waar de spullen dan wel heen gaan
Veel van wat in een meterkast belandt, hoort in de kamer waar je het gebruikt. Opladers, batterijen, een schaar, pleisters en pennen liggen daar omdat er nergens anders een plek voor is bedacht, en dat is precies waarom je er elke keer voor naar de hal loopt.
Zet in de woonkamer één gesloten doos op een plank of een dressoir voor de dingen die je wekelijks pakt. Een opbergdoos van 22x22x10 cm met zwart suède binnenwerk valt tussen de rest van de decoratie niet op en houdt toch de afstandsbedieningen en de oplaadkabels bij elkaar. Op een dressoir waar al iets staat werkt een tweede exemplaar in dezelfde tint, bijvoorbeeld de opbergdoos Abbey in ivory, beter dan een grotere bak: twee lage dozen zijn makkelijker te tillen dan één volle. Meer maten en modellen staan bij de categorie opbergen.
Seizoensdecoratie is de andere grote groep. Die hoort niet in de meterkast maar op de bovenste plank van de werkkast of op zolder, en dan wel gesorteerd per seizoen in plaats van in één grote doos waar je elk jaar doorheen graaft. Hoe je dat opzet zonder dat er iets breekt, staat in decoratie opbergen per seizoen.
Twee momenten per jaar om het zo te houden
Zet twee vaste momenten in je agenda, bijvoorbeeld bij de wisseling naar zomer- en wintertijd, en reken op twintig minuten per keer. Druk dan op de testknop van de aardlekschakelaar, want die hoort ongeveer elk halfjaar getest te worden, en controleer meteen de rookmelders. Rookmelders test je eigenlijk maandelijks, en dat is een kwestie van één knop per melder.
Loop tijdens datzelfde moment de kast even langs. Staat er iets nieuws op de vloer, dan gaat het eruit. Ruikt het muf, dan ligt er iets vochtigs of is er iets afgesloten dat open moest blijven. Zijn er reservelampen gebruikt, dan vul je ze aan zolang je er toch staat.
Het derde punt is de papieren kant: kijk of de meterstanden nog kloppen met wat je doorgeeft en of er contracten of garanties in de map liggen die niet meer lopen. Wil je dit soort taken over het jaar verdelen in plaats van in twee blokken, dan staat er een compleet schema in de onderhoudskalender per seizoen.



