Zet ze naast elkaar en kijk van dichtbij
Leg een schaaltje van echt marmer en een schaaltje in marmerlook naast elkaar op dezelfde tafel. Doe drie stappen achteruit en er is geen verschil. Ga op een halve meter zitten en het verschil is er ineens wel, maar niet waar je het zoekt.
Het zit niet in de kleur. Fabrikanten scannen tegenwoordig echte platen, dus de tint en het aderpatroon kloppen vaak beter dan bij veel goedkope natuursteen. Het zit in drie andere dingen: of de tekening zich herhaalt, wat er bij de rand gebeurt, en hoe het licht van het oppervlak terugkomt. Op die drie punten valt bijna elke imitatie door de mand, en op alle andere punten kan hij prima meekomen.
Een print herhaalt zich, steen nooit
Een marmerlook-oppervlak komt van een gedrukt of gefotografeerd beeld, en dat beeld is eindig. Bij een goedkope serie is het één scan die telkens opnieuw wordt afgedrukt; bij een dure serie zijn het er zes of acht die elkaar afwisselen.
Op een klein object merk je dat nooit, want er past maar één stukje patroon op. Op een groot vlak wel. Loop langs een eettafelblad van ruim twee meter en je ziet dezelfde tekening twee keer terugkomen, meestal een opvallende donkere ader met een kenmerkende knik erin. Zodra je hem één keer hebt gezien, zie je hem elke dag.
Echte steen kan dat niet. Elke ader loopt door de plaat heen en niets komt er twee keer voor, ook niet op de saaiste beige steen. Dat is meteen de bruikbaarste test in de winkel: fotografeer het blad, zoom in en zoek één opvallende vorm. Vind je hem twee keer terug op hetzelfde vlak, dan is het een print.
De rand is de eerlijkste plek
Bij natuursteen loopt de structuur door het materiaal heen. Zaag je een plaat door, dan zie je aan de kopse kant dezelfde soort tekening als aan de bovenkant, alleen nooit precies aansluitend, want de ader loopt schuin door het blok.
Bij plaatmateriaal zit de tekening alleen op de huid. Fabrikanten lossen dat op met een randstrook van dezelfde print, en die strook verraadt zichzelf op twee manieren: het patroon aan de zijkant loopt netjes parallel aan de rand, en het sluit niet aan op het patroon van het blad. Bij een verstekrand gebeurt iets nog vreemders, want dan vouwt de tekening om de hoek alsof de ader een bocht van negentig graden maakt. In steen bestaat die bocht niet.
Keramiek zit daar tussenin. Een doorgekleurde keramische plaat heeft de tekening wel in de massa zitten, dus daar klopt de rand wel; een keramische plaat met alleen een geprinte toplaag niet. Het onderscheid tussen massief, keramiek en look staat uitgewerkt in travertijn en kalksteen, en het geldt voor marmer op precies dezelfde manier.
Glans zit bij echt marmer een laagje dieper
Gepolijst marmer bestaat uit kristallen. Licht dringt een fractie van een millimeter in die kristallen door en komt daarna pas terug, en dat is de reden dat de glans diep en een beetje vochtig oogt.
Bij een print onder een laklaag of een melaminefolie gebeurt dat niet. Het licht kaatst op de bovenste laag, terwijl de tekening daaronder ligt. Kijk je onder een schuine hoek naar de weerspiegeling van een lamp, dan zie je de glans en de ader in twee verschillende vlakken zitten. Bij echte steen zitten ze in hetzelfde vlak.
Er is nog een verklikker: de glans van een imitatie is overal exact gelijk. In echt marmer polijsten de verschillende kristallen net iets anders uit, dus over een blad heen zie je subtiele verschillen in hoe het licht terugkomt. Een volkomen egale spiegeling over een vlak van twee meter is geen kwaliteitskenmerk maar een aanwijzing.
Matte afwerkingen zijn hierin veel moeilijker te betrappen dan hoogglans. Wie een imitatie kiest, kiest daarom bijna altijd beter voor mat.
Waar een goede imitatie gewoon wint
Op een aantal plekken is imitatie niet de goedkope oplossing maar de betere. Overal waar het materiaal geraakt, bemorst of verplaatst wordt, doet echt marmer het slechter dan zijn nabootsing.
Een lampenkap is daar het duidelijkste voorbeeld van, want steen laat geen licht door. De tafellamp Loura van 57 cm met een cilindrische kap in faux marmer heeft een witte kap met goudkleurige aders die pas echt gaat werken als de lamp aan is: het licht komt door het materiaal heen en licht de tekening van binnenuit op. Met een kap van echt marmer had je een zwaar, ondoorzichtig blok gehad.
Onderzetters zijn het tweede geval, en dat is contra-intuïtief. Marmer etst van zuur, dus een onderzetter van echt marmer krijgt binnen een jaar een matte kring van een glas witte wijn: precies de schade waartegen hij zou moeten beschermen. Een set als de marmer look onderzetters van 10 bij 10 cm in caramel en taupe heeft dat probleem niet, en op een dienblad met vier van die schijfjes ziet niemand ooit dat het geen steen is.
Verder wint imitatie op grote vlakken die je moet kunnen verplaatsen, op alles wat buiten staat, en op elk oppervlak boven armhoogte, waar niemand ooit dichtbij komt.
Waar je het meteen ziet
Het omgekeerde geldt net zo hard. Er zijn plekken waar je binnen een seconde weet wat je vasthebt.
Alles wat je oppakt is er één, want gewicht liegt niet. Een marmeren voorwerp is loodzwaar in verhouding tot zijn formaat, en een nabootsing voelt bijna altijd te licht aan. Een rond dienblad van 31 cm in natuursteen met een taupe marmerpatroon til je met twee handen op; een blad met hetzelfde beeld in plaatmateriaal pak je met één hand van tafel.
De tweede is temperatuur. Leg je handpalm plat op het vlak en laat hem liggen. Steen trekt de warmte uit je hand en blijft koel; een kunststof of gelakt oppervlak is binnen tien seconden lauw geworden. Dat werkt in de winkel net zo goed als thuis.
De derde is de kant van het object waar niemand naar kijkt: de onderkant. Daar zit bij plaatmateriaal een naad, een viltje over een schroefgat of een rand waar de folie omgezet is. Bij massieve steen zit daar niets.
Niet mengen binnen één zichtlijn
Het belangrijkste van dit hele onderwerp is dat een imitatie alleen opvalt in vergelijking. Staat er in een kamer één blad in marmerlook, dan is er niets aan de hand en denkt geen bezoeker er een seconde over na. Staat er in dezelfde zichtlijn ook een schaal van echt marmer, dan zet je de twee onbedoeld naast elkaar en gaat het oog het verschil zoeken.
Beslis dus per zichtlijn en niet per object. In de woonkamer betekent dat meestal: kies één van de twee voor alles wat op ooghoogte en lager staat, en laat je in de keuze leiden door het grootste vlak. Ligt er een keramisch tafelblad met marmerprint, dan zijn de accessoires erop ook look. Ligt er een echt marmeren blad, dan koop je er geen imitatie schaal bij.
Boven ooghoogte mag je die regel loslaten. Een lampenkap of een object op een hoge kast wordt nooit met het blad vergeleken, omdat je ze nooit tegelijk van dichtbij ziet. Hoe je materialen verder over een kamer verdeelt zonder dat het zwaar wordt, staat in materialen combineren.
Wat je vraagt voordat je iets meeneemt
Drie vragen zijn genoeg om te weten wat je koopt.
De eerste: waar bestaat het uit? Keramiek, doorgekleurd porselein, gelakt plaatmateriaal, resin en gegoten steen zijn vijf heel verschillende dingen die allemaal marmerlook heten. Een verkoper die daar geen antwoord op heeft, verkoopt de goedkoopste variant.
De tweede: zit de tekening in de massa of alleen op de huid? Dat bepaalt of een kras opvalt. Bij een print zie je bij de kleinste beschadiging de witte of grijze onderlaag, en dat is niet te repareren.
De derde: hoe is de rand afgewerkt? Vraag om het blad van opzij te zien voordat je iets bestelt op basis van een foto van bovenaf, want een foto van bovenaf laat precies weg wat je moet weten. Meer van dat soort controles per meubel staat in kwaliteit herkennen bij meubels.
En koop je toch echt marmer: houd er dan rekening mee dat het onderhoud een eigen hoofdstuk is, met zuur als grootste vijand. Dat staat in marmer en natuursteen onderhouden. Wil je juist zien welke maten en tekeningen er in beide families zijn, kijk dan bij de dienbladen en schalen.
Bekijk de decoratieve objecten
Bekijk de collectie


