Stap één is de plattegrond met meubels, niet met lampen
De eerste tekening die je maakt bevat geen enkele lamp. Er staan alleen meubels op, op schaal, op de plek waar ze echt komen te staan.
Dat klinkt omslachtig als de aannemer volgende week wil beginnen, maar het is de enige volgorde die werkt. Een lichtpunt heeft betekenis ten opzichte van iets: boven een tafel, naast een bank, boven een aanrecht. Zolang je niet weet waar die dingen staan, teken je punten in het luchtledige, en dan komen ze in het midden van de kamer terecht.
Werk op schaal 1:50 en teken alles met de echte maat. Een bank van 240 cm, een eettafel van 200 bij 100 cm, een dressoir van 180 cm. Zet er ook de looproutes bij en de plek waar een deur opendraait. Pas als die tekening klopt, leg je er de lichtlaag overheen.
Kom je er niet uit hoeveel punten een woonkamer nodig heeft, dan geeft een woonkamer verlichten met lichtpunten de basisverdeling waar je vanuit kunt werken.
De punten die je later niet meer verplaatst
Alles wat in het plafond of in de wand zit, ligt na het stucwerk vast. Dat zijn precies de punten waar je nu de meeste aandacht aan moet geven.
Boven de eettafel. Het aansluitpunt moet exact boven het midden van de tafel komen, en die tafel staat zelden precies in het midden van de kamer. Meet vanuit twee muren en schrijf beide maten op de tekening. Bedenk ook alvast wat voor armatuur er komt: een hanglamp Elaris met 6 pendels heeft een railbalk van 150 cm en past bij een tafel van 140 tot 160 cm, en zo'n langwerpig armatuur vraagt om één punt op de as van de tafel. Meer over ophanghoogte en verhouding staat in de hanglamp boven de eettafel.
Wandlichtpunten. Dit is het onderdeel dat het vaakst wordt overgeslagen en achteraf het meest gemist. Een wandlamp op ongeveer 150 tot 160 cm hoogte naast een bank of in een gang geeft licht op ooghoogte, wat geen enkele plafondspot kan. De wandlamp Lumine is 29,5 cm hoog en 26 cm diep en steekt dus een kwart meter de kamer in; die diepte bepaalt of hij naast een deur nog kan. Voor de precieze hoogtes per situatie is er een wandlamp plaatsen op de juiste hoogte.
Spots. Leg vast waar ze komen en op welke afstand van de wand, meestal 60 tot 90 cm zodat de bundel op de kastfronten valt en niet op de plint. Hart-op-hart 80 tot 100 cm tussen de spots onderling is een gangbare afstand. Wat een spotplan verder nodig heeft, staat in spots in het plafond.
Buiten en overgangen. Een punt bij de voordeur, een punt bij de achterdeur, een punt bij de trap. Die drie worden bij een verbouwing standaard vergeten omdat ze niet in de woonkamer liggen.
Hoeveel groepen en schakelaars je nodig hebt
Een lichtplan valt of staat bij de vraag wat je afzonderlijk aan en uit kunt zetten. Dat is een keuze in de meterkast, en die keuze maak je nu.
Voor een gemiddelde woonkamer zijn drie geschakelde groepen het minimum: de algemene laag (spots of plafondpunten), de eettafel, en de sfeerlaag met wandlampen en aansluitpunten voor lampen die je later neerzet. Met één groep voor de hele kamer heb je maar twee standen, en de kamer staat dan altijd of helemaal aan of helemaal uit.
Dimmen zet je bij voorkeur op de algemene laag en op de eettafel. Op wandlampen is een dimmer prettig maar geen must, zolang de lichtbron zelf al warm en zacht is. Welke dimmers bij welke lamptypes werken en waar het misgaat met LED staat in dimmen in huis.
Schakelaars komen op ongeveer 105 cm hoogte, aan de kant van de deurklink en niet achter de opendraaiende deur. Bij een doorloopruimte plan je hotelschakeling: aan bij binnenkomst, uit aan de andere kant.
Stopcontacten zijn de helft van het lichtplan
Elke losse lamp die je later koopt, heeft een contactdoos nodig. Dat wordt bijna altijd te krap ingeschat, want tijdens de bouw denkt niemand aan de leeslamp die er over twee jaar staat.
Reken per wand op minstens twee dubbele wandcontactdozen, en bij de bank op een punt achter of naast het meubel. Staat de bank vrij in de ruimte, dan is een vloercontactdoos de enige nette oplossing; een snoer over een vloerkleed blijft een probleem dat je nooit meer oplost.
Denk daarbij aan de voetafdruk van de lamp die er komt. Een vloerlamp Velune is 153 cm hoog met een voet van 30 cm diep, dus die staat niet strak tegen de muur maar een halve meter ervoor. Het contact hoort dan ook niet achter een kast te zitten waar je er niet meer bij kunt. Schakelbare wandcontactdozen zijn hier goud waard: dan zet je twee tafellampen aan met de schakelaar bij de deur in plaats van met twee snoerschakelaars.
Voor de eetkamer, de hal en de slaapkamer geldt hetzelfde principe. Kijk in het aanbod verlichting welke lamptypes je wilt gebruiken voordat de elektricien komt, want dat bepaalt of je een plafondpunt, een wandpunt of een stopcontact nodig hebt.
De fout die achteraf het duurst is
Het duurste dat je kunt doen, is één plafondpunt in het midden van elke kamer laten aanleggen en de rest later oplossen.
Later betekent namelijk: opbouwarmaturen, kabelgoten, verlengsnoeren of alsnog hakken in een muur die net geschilderd is. Een extra lichtpunt tijdens de ruwbouw kost een fractie van wat het achteraf kost, en het is de enige fase waarin dat zonder rommel kan.
De tweede fout is alles op één hoogte plannen. Een kamer met alleen plafondverlichting blijft vlak, hoe goed de armaturen ook zijn. Zorg voor licht op drie niveaus: plafond, wandhoogte rond 150 cm, en laag licht op tafel- en vloerhoogte. Voor die laatste twee lagen heb je nu de aansluitingen nodig, ook als de lampen zelf pas over een jaar komen.
En zet alles op papier. Maak een foto van elke wand voordat het stucwerk erop gaat, met de kabels zichtbaar en een rolmaat erin. Over vijf jaar, als je een plank wilt ophangen, is dat het waardevolste document van de hele verbouwing.






