Om zeven uur ligt het licht plat tegen de muur
Half juni komt de zon voor half zes op, en tegen zevenen staat hij nog zo laag dat het licht bijna horizontaal de kamer in valt. Het landt niet op de vloer maar op de muur tegenover het oostraam, in een brede band die van de plint tot ergens op ooghoogte reikt.
Bij die stand gebeurt er iets wat de rest van de dag niet meer terugkomt. Licht dat scherend over een oppervlak strijkt, laat elke oneffenheid een eigen schaduwtje werpen. Een gestuukte muur die om twee uur 's middags één egaal vlak is, toont om zeven uur de halen van de stukadoor, de naad waar twee platen samenkomen, de lichte bolling boven de radiator die je verder nooit ziet.
De band staat ook niet stil. Om zeven uur ligt hij laag en breed, om half negen is hij smaller en een halve meter omhoog geklommen, en tegen tienen is hij van de muur af en op het plafond terechtgekomen. In een halfuur verschuift hij zichtbaar; je kunt de rand met een potloodstreepje markeren en er twintig minuten later naar terugkijken.
Wat er verder op die muur getekend wordt, komt van alles wat tussen het raam en de wand staat. De roeden van het kozijn liggen er als harde zwarte lijnen in. Een plant op de vensterbank geeft zijn blad terug in een silhouet dat je blad voor blad kunt tellen. Hoe verder de muur van het raam af staat, hoe zachter die randen worden: de zon is geen puntbron maar een schijf, en daardoor loopt elke schaduw over afstand langzaam uit.
Op een wand met echte structuur, kalkverf, grof stuc, geschilderd metselwerk, is dit het uur waarop het materiaal zichtbaar is. Om zeven uur is de muur ruw. Om twaalf uur is diezelfde muur glad.
Tussen twaalf en drie is de muur op zijn vlakst
Midden op de dag staat de zon in juni hoog, ergens rond zestig graden. Het licht komt daardoor steil naar binnen en valt grotendeels op de vloer, vlak voor het raam, in plaats van op de wand.
Wat er dan nog op de muur terechtkomt, is bijna allemaal weerkaatst licht: van de vloer omhoog, van het plafond omlaag, van de wand ernaast opzij. Dat licht komt uit veel richtingen tegelijk, en licht uit veel richtingen tegelijk maakt geen schaduw. Er is niets meer dat de bolling boven de radiator verraadt.
Dat is ook het uur waarop de kleur van een muur het eerlijkst is. Zonder een lichtrichting die de ene helft opheldert en de andere verdiept, zie je de verf zoals hij is. Wie een kleurstaal beoordeelt, doet dat om die reden het beste tussen de middag en niet in de avond; hoe dat verder werkt staat in verf beoordelen met een kleurstaal op de muur.
In een kamer op het noorden is dit de hele dag zo. Daar is de wand nooit ruw en nooit dramatisch; er is één zacht, gelijkmatig licht van 's ochtends tot 's avonds, en een structuurmuur die je in een showroom op het zuiden hebt uitgekozen, ziet er thuis dan ook anders uit dan verwacht.
Een lijst aan de wand verandert in dit uur mee. De harde schaduwlijn die er om acht uur onder stond is verdwenen, en het schilderij ligt zo vlak tegen de muur dat je de diepte van de lijst niet meer schat maar moet weten.
Tegen negenen komt de schaduw terug, van de andere kant
In de tweede helft van juni staat de zon om negen uur nog boven de daken en zakt hij pas rond tienen weg. Het licht komt dan weer laag binnen, nu door het westraam, en het strijkt over de wand die vanochtend in de schaduw stond.
Het verschil met de ochtend zit in de kleur. Hoe lager de zon staat, hoe meer atmosfeer het licht doorkruist, en onderweg verdwijnt het blauwe deel het eerst. Wat er overblijft is amberkleurig. Op een gebroken witte muur leest dat als crème, op een warme taupe wand kantelt het naar oranje, en op een koele grijze muur wordt het vuil in plaats van warm.
De schaduwen zijn nu ook lang. Een vaas van 40 cm op een dressoir werpt bij deze zonstand een schaduw van meer dan een meter over de wand erachter, en twee objecten naast elkaar geven twee schaduwen van verschillende lengte die elkaar halverwege kruisen. Het beeld op de muur is groter dan de objecten zelf, en het beweegt tijdens het eten.
Hangt er een spiegel tegenover dat westraam, dan komt er een tweede lichtvlak bij: een scherp omlijnde rechthoek op de zijwand, die zich net zo verplaatst als de zon. Wat een spiegel verder met licht doet, staat in spiegel en licht samen.
Daarna gaat het snel. De kleur verlaat de muur eerder dan het licht: in de laatste twintig minuten voor het echt donker is, kun je nog lezen terwijl de wand al grijs is geworden en de warme tint van een uur geleden nergens meer te vinden.
's Avonds tekent een lamp altijd dezelfde figuur
Wat een lamp op een muur doet, verandert niet met het seizoen. Elke avond staat dezelfde tekening op dezelfde plek, en dat is precies waarom je hem na een tijdje niet meer ziet.
Een dichte kap laat het licht alleen boven en onder ontsnappen, dus op de wand erachter komt een zandloper te staan: een lichtkegel omhoog, een lichtkegel omlaag, en daartussen een donkere band ter hoogte van de kap. De vloerlamp Joline van 162 cm met een linnen kap geeft die figuur met zachte randen, omdat het linnen zelf oplicht en dus als tweede, groter lichtvlak meedoet. Bij een kap van metaal of gelakt karton is de rand van dezelfde kegel messcherp. Wat een kapmateriaal precies met dat beeld doet, staat in een lampenkap kiezen.
De afstand tot de muur bepaalt de rest. Staat de lamp op 15 cm, dan is de zandloper smal en hard en zie je de bovenrand van de kegel als een streep op de muur. Op 60 cm lopen de twee kegels uit en vloeien ze in elkaar tot één zachte gloed zonder herkenbare vorm. Een tafellamp van 32 cm hoog met een voet van 16 cm doorsnede op een dressoir tekent daardoor iets heel anders dan dezelfde lamp op een smalle console tegen de wand geschoven.
Een wandlamp is de enige die zijn figuur niet kan verplaatsen. De wandlamp Zara van 40 cm hoog en 20 cm diep, met vier buizen van albast doet daar iets bijzonders mee: het steen licht zelf op, dus de wand krijgt geen kegel maar een gloed, en de lamp is 's avonds vooral een oplichtend object op een verder donkere muur. Op welke hoogte zo'n lamp terechtkomt, staat in wandlampen plaatsen, en de modellen zelf staan bij de vloerlampen en hun wandvarianten.
Er is één ding waarin kunstlicht en de middagzon precies hetzelfde doen. Een lamp die recht op een muur schijnt, van voren, haalt de structuur eruit, net zoals het licht om twee uur 's middags dat doet. Dezelfde lamp een meter opzij gezet strijkt weer langs het oppervlak en het reliëf komt terug.
Tegen half twaalf brandt er nog één lamp. De muur die vanochtend om zeven uur elke stukadoorshaal liet zien, is nu een warm vlak van ongeveer een meter breed met donker eromheen, en morgenochtend begint het opnieuw bij de plint.
Bekijk alle verlichting
Bekijk de collectie





