Wat doet het materiaal met het kaarslicht?
Glas geeft licht door, metaal kaatst het terug en steen slikt het op. Dat is het hele verschil, en het bepaalt hoeveel je van één kaars merkt.
Bij glas gaat de vlam dwars door de wand heen. Een gekleurde of gelaagde uitvoering kleurt dat licht bovendien: de kandelaar Bryn in champagneglas van 28 cm hoog bestaat uit gestapelde glasschijven, en elke schijf breekt de vlam net iets anders, zodat je op de tafel eronder een onregelmatig patroon krijgt. In een donkere hoek doet glas daarom meer dan wat ook.
Metaal werkt precies omgekeerd. Het licht gaat er niet doorheen maar stuitert terug, en het neemt de kleur van de afwerking mee. Een gouden of messingkleurige houder maakt kaarslicht warmer en zichtbaar geler; zilver of chroom houdt het koeler. Bij de kandelaar Aya in brushed gold met een rotanreliëf, 23 cm hoog en 12 cm doorsnee zorgt die textuur ervoor dat het teruggekaatste licht in kleine vlekjes uiteenvalt in plaats van als één glanzende streep.
Steen doet het minste met het licht en dat is de reden om het te kiezen. Een travertijnen houder licht alleen op langs de bovenrand, waar de vlam er van dichtbij op valt, en de rest van het object blijft mat. In een kamer waar al veel glans zit, van een glazen salontafel tot een spiegel en een metalen lamp, is dat matte oppervlak het enige dat de boel tot rust brengt.
Reken daarbij ook met de uren dat er niets brandt, want dat zijn er verreweg de meeste. Metaal is dan het meest aanwezig: een gouden kolom vangt daglicht en blijft een blikvanger op een leeg dressoir. Steen leest overdag als een klein sculpturaal object en valt weg zodra je er niet naar kijkt. Glas is dan het lastigst, omdat een lege glazen houder tegen een lichte muur nauwelijks te zien is en pas terugkomt zodra er een kaars in staat.
Welk materiaal zet je waar neer?
Metaal op de eettafel en het dressoir, glas op de plek waar je licht mist, steen op een laag blad waar veel handen komen.
Metaal is het stevigst en het minst gevoelig voor omvallen als er iemand tegen de tafel stoot. Een ijzeren model als de Harlow in brass antique van 43,5 cm hoog met een basis van 14 cm heeft het gewicht laag zitten en blijft staan waar een lichte houder al zou kantelen. Op een dressoir van 85 cm hoog komt de vlam daarmee ruim boven ooghoogte van wie zit, en dat is precies waar je hem wilt hebben.
Glas hoort op de plek die 's avonds zwart blijft. De hoek achter de fauteuil, het uiteinde van een lange eettafel, de vensterbank aan de straatzijde: dat zijn de plekken waar geen contactdoos zit, en waar de drie manieren om toch licht te krijgen zonder contactdoos op neerkomen. Een kaars in glas is daarvan de snelste, en de enige die beweegt.
Steen is de keuze voor lage bladen. Een salontafel of een dienblad is de plek waar mensen glazen neerzetten, hun telefoon leggen en per ongeluk ergens tegenaan duwen. De travertine kaarshouders in de maten 4, 6,5 en 9 cm hoog staan allemaal op een voet van 9,5 bij 9,5 cm en zijn daardoor nauwelijks om te gooien. Ze zijn ook laag genoeg om er overheen te kijken, wat op een salontafel tussen twee banken uitmaakt.
Buiten geldt maar één regel: alleen glas of metaal. Poreuze steen neemt regenwater op en kan bij vorst scheuren. Wat er verder aan modellen is, staat bij de kandelaars en windlichten.
Hoeveel onderhoud kost elk materiaal?
Metaal het minst, glas het meest zichtbaar en steen het meest onherstelbaar.
Bij metaal laat je gemorste was gewoon hard worden en breek je hem er met een duimnagel af. Wat je niet doet is poetsen met metaalpoets. Brass antique, bronze en brushed gold zijn dunne afwerklagen over aluminium of ijzer, en die slijten door en komen niet terug. Een droge doek volstaat.
Glas laat alles zien wat er gebeurt. Roet slaat neer op de wand zodra de lont te lang is, en een beslagen glas halveert het licht dat je erdoorheen ziet. Kort de lont tot ongeveer 5 mm voor je aansteekt, dan blijft de wand veel langer helder. Schoonmaken kan met warm water en een druppel afwasmiddel.
Steen is het lastigst en dat wordt onderschat. Travertijn en marmer zijn poreus: was, olie en wijn trekken erin en blijven zitten als een donkere plek. Gebruik geen azijn of badkamerreiniger, want zuur vreet het oppervlak aan en dat is geen vlek maar echte schade. Was op steen laat je hard worden, schraapt je er voorzichtig af met iets van kunststof, en de rest laat je zitten.
Nog een ding dat vaker misgaat dan gedacht: was die naast de houder terechtkomt. Op een houten blad is dat een kwestie van hard laten worden en eraf duwen, maar op leer ligt het anders. Wat je per leersoort met kaarsvet en andere vlekken doet verschilt sterk tussen anilineleer en gepigmenteerd leer, en op suède is elke vorm van vocht al te veel. Zet een kandelaar dus niet op een leren poef of een leren dienblad zonder iets ertussen.
Kun je glas, metaal en steen door elkaar zetten?
Ja, maar met één materiaal als hoofdtoon en hooguit één afwijking ertussen. Drie metalen kandelaars met één glazen exemplaar erbij leest als een groep; alle drie de materialen in gelijke mate leest als een verzameling losse dingen.
De reden is dat elk materiaal het licht anders teruggeeft. Zet je glas, metaal en steen naast elkaar, dan heeft de groep drie verschillende helderheden en pikt je oog er geen ritme uit. Kies daarom eerst het materiaal en pas daarna de hoogtes. Hoe je die hoogtes vervolgens verdeelt en hoeveel ruimte ertussen hoort, staat in kandelaars groeperen op hoogte.
Er is één combinatie die vrijwel altijd werkt: steen als basis, metaal als accent. De matte steen levert het gewicht, het metaal levert de glans, en omdat travertijn en messing allebei in de warme kant van het kleurenspectrum zitten, botsen ze niet. Glas voeg je daar hooguit als één stuk aan toe, en dan het liefst in dezelfde tint als de steen.
Gaat het je niet om het materiaal maar om het type houder, dan is dat een andere vraag. Het verschil tussen een kandelaar, een waxinelichthouder en een windlicht met glas, en welke kaars in welke past, staat in kandelaar of waxinelichthouder.






