De materialen naast elkaar
Een pilaar wordt in vijf hoofdvormen gemaakt, en het materiaal bepaalt meer dan de kleur: het bepaalt wat erop kan, hoe vaak je hem moet verplaatsen en hoe hij ouder wordt.
| Materiaal | Wat het aankan | Onderhoud | Waar het zich thuis voelt |
|---|---|---|---|
| Travertijn of marmer, massief | Het zwaarste; kantelt vrijwel niet | Poreus, vlekt van olie en wijn, impregneren helpt | Zithoek, hal, plek waar hij blijft staan |
| Hout met stenen bovenblad | Zwaar, met een blad dat krassen verdraagt | Hout af en toe voeden, blad droog houden | Woonkamer, warme interieurs |
| Dicht metaal of ijzer | Stevig, met het gewicht laag in de voet | Vingerafdrukken op glans, verder weinig | Modern interieur, plek met veel doorloop |
| Open frame met glazen blad | Het minste; glas is de zwakke schakel | Glas laat elke streep zien | Kleine ruimte waar lucht nodig is |
| Glasvezel of resin | Licht van gewicht, dus makkelijk om te stoten | Nauwelijks, wel gevoelig voor deuken | Slaapkamer, hoek zonder passage |
Wat in die tabel opvalt, is dat het zwaarste materiaal het minste onderhoud lijkt te vragen en toch de meeste aandacht krijgt. Natuursteen is poreus. Een omgevallen glas op een travertijnen blad trekt in, en dat gaat er niet meer uit.
Hoeveel gewicht mag er op een pilaar?
Leveranciers geven zelden een draagvermogen op, dus je leest het af aan de constructie. Massief natuursteen en een dichte metalen voet dragen praktisch alles wat je met twee handen op tilt. Een open frame met een ingelegd blad draagt aanzienlijk minder, en de grens zit daar niet in het frame maar in het blad.
De pilaar Weston van 91 cm met twee rookglazen bladen op een gedraaid ijzeren frame is daar een voorbeeld van: het frame is ijzer, maar wat je erop zet rust op glas. Een lichte sculptuur of een lege vaas gaat prima; een stenen schaal of een vaas die je met water vult is een ander verhaal.
Het gaat trouwens zelden mis door het gewicht zelf. Het gaat mis door de stoot: een deur die tegen de pilaar zwaait, een stofzuiger, een hond die langs de voet schiet. Hoe lager het zwaartepunt en hoe breder de voet, hoe minder dat uitmaakt.
Een praktische controle voordat je bestelt: schat het gewicht van wat erop komt en vergelijk dat met het gewicht van de pilaar zelf. Weegt het object meer dan de sokkel, dan zit het zwaartepunt boven het midden en wordt het geheel gevoelig voor duwen. Dat speelt vooral bij lichte materialen zoals glasvezel, waar een gevulde stenen schaal het meubel dat hem draagt ruimschoots kan overtreffen.
Kijk bij een pilaar niet naar wat hij kan dragen, maar naar wat er gebeurt als iemand er tegenaan loopt.
Hoe groot moet het bovenvlak zijn?
Het bovenvlak moet breder zijn dan de voet van het object dat erop komt, met aan alle kanten nog een rand die je kunt zien. Staat het object tot aan de rand, dan leest het als een omgevallen risico, ook als het stevig staat.
De pilaar Claremont met een travertine bovenblad van 37 bij 37 cm op een eikenhouten korpus met geometrisch reliëf is aan de royale kant, en dat is prettig bij een brede schaal of een vaas met een uitlopende voet. De pilaar Derwin van 90 cm hoog en 35 cm breed in brunzae metaal zit in dezelfde klasse. Slanke zuilen van 25 tot 30 cm zijn bedoeld voor iets smals en hoogs.
De fout die het vaakst wordt gemaakt: een klein object op een breed blad. Dan zie je vooral het lege blad, en de pilaar draagt meer aandacht dan hij doorgeeft. In het aanbod pilaren en sokkels staat de breedte per model in de titel, dus die vergelijking maak je snel.
Waar hij komt te staan, telt mee in de keuze
De vloer bepaalt of een zware pilaar een goed idee is. Op een houten of gietvloer laat een massief stenen exemplaar met een smalle voet een blijvende indruk achter, en op een vloerkleed zakt hij scheef weg. Een breed uitlopende voet verdeelt dat gewicht beter.
In de hal loop je er van twee kanten langs, vaak met een jas of een tas in je hand. Daar wint dicht metaal of steen het van glas, puur omdat er vaker tegenaan wordt gestoten.
Bij vloerverwarming is hout met een stenen blad het overwegen waard boven massief hout, omdat een houten korpus in een droge winter kan werken. Welke hoogte je in welke ruimte kiest en waarom er maar één ding op past, staat uitgewerkt in het stuk over de sokkel en de pilaar in het interieur.
Wanneer een pilaar niet het meubel is dat je zoekt
Een pilaar geeft hoogte en geen opbergruimte. Zoek je allebei, dan koop je het verkeerde meubel, want een sokkel heeft per definitie geen deur en geen la.
Ook als de hoek waar hij moet komen al gevuld is, gaat het mis. Twee hoge dingen naast elkaar, bijvoorbeeld een vloerlamp en een pilaar, halveren elkaars effect en maken die hoek voller dan hij is.
Een derde geval is de kamer waar de vloer niet vlak is. Oude houten vloeren lopen vaak een paar millimeter af, en een zuil met een klein grondvlak staat dan zichtbaar scheef terwijl een breed meubel dat verschil opvangt. Vilt onder één hoek helpt bij lichte modellen, maar bij massief steen tilt dat de hele voet en gaat hij juist wiebelen.
En als je eigenlijk een plek zoekt om iets neer te leggen, in plaats van iets te tonen, dan zoek je een kast. Het verschil tussen een dressoir en een wandkast, met de hoogtes en de opbergruimte per type, staat in de vergelijking van een dressoir of een wandkast.






