De vier soorten naast elkaar
| Soort | Doorsnede | Gangbare hoogte | Branduur per stuk | Hoort in |
|---|---|---|---|---|
| Dinerkaars | 2,2 cm | 20 tot 30 cm | 6 tot 8 uur | kandelaar met beker van 2,2 cm |
| Stompkaars | 5 tot 10 cm | 7 tot 20 cm | 25 tot 70 uur | windlicht, brede schaal, open houder |
| Waxinelicht | 3,8 cm (maxi 5,8 cm) | 1,6 cm | 4 uur (maxi 8 uur) | gesloten of half gesloten houder |
| Ledkaars | 5 tot 15 cm | 10 tot 25 cm | honderden uren per set batterijen | vrijwel elke houder, ook naast textiel |
De maten in de eerste kolom zijn de Nederlandse standaardmaten en niet merkgebonden. Een dinerkaars van welk merk dan ook meet 2,2 cm, en dat is precies waarom een kandelaarbeker overal past. Bij stompkaarsen en led ligt dat anders: daar bestaat geen standaard en moet je meten.
De laatste kolom is de kolom die het vaakst overgeslagen wordt. Een stompkaars in een kandelaarbeker staat wankel, en een waxinelicht los op een blad geeft licht recht in het gezicht van iedereen die zit.
Doorsnede bepaalt hoe je hem moet gebruiken
De hoogte van een kaars zegt hoeveel uur er in totaal in zit. De doorsnede zegt hoe je die uren moet opnemen.
Een stompkaars moet elke keer tot de buitenrand vloeibaar worden, anders blijft er een opstaande rand staan waar de vlam niet meer bij komt. Bij 7 cm doorsnede kost dat ongeveer twee uur, bij 10 cm ongeveer drie. Brand je meestal een uurtje voor het eten en dan uit, dan is 10 cm de verkeerde aankoop, hoe mooi hij ook staat. De hele mechaniek daarvan staat in kaarsen branden zonder tunnel.
Een dinerkaars van 2,2 cm heeft dit probleem niet: die is te smal om een rand op te bouwen en is binnen enkele minuten over de volle breedte vloeibaar. Voor korte avonden is dat de praktische keuze.
Waxinelichten branden hun vier uur uit en daarna gooi je het bakje weg. Ze zijn daarmee de enige soort waarbij verkeerd branden niet bestaat.
Wat er in welke houder past
Voor een dinerkaars zoek je een beker met een binnenmaat van 2,2 cm of iets krapper, zodat de kaars klemt. Een kandelaar Piper van 28 cm hoog met een voet van 5,5 cm doorsnede heeft zo'n strakke beker; zit een kaars te los, dan zakt hij scheef en druipt hij over de rand.
Voor een stompkaars in glas geldt een andere maat: houd rondom minstens 2 cm tussen de kaars en het glas, zodat de warmte weg kan. Het windlicht Crane large met een diameter van 24 cm en een hoogte van 40 cm neemt daarmee ruim een stompkaars van 10 cm op, en de hoogte van het glas is de tweede grens: een kaars die boven de rand uitsteekt vangt de tocht die het glas juist moest wegnemen.
Waxinelichten hebben een vaste bakjemaat van 3,8 cm, dus daar past elke houder met een kom van 4 cm of meer. Een set als de Eichholtz waxinelichthouders in 10 x 12, 10 x 15 en 10 x 18 cm neemt het bakje op in een wassen cilinder, waardoor je de buitenkant houdt en alleen het lichtje vervangt. Welke maat op welk meubel werkt, staat in kandelaars groeperen.
Waarvan de was gemaakt is
Vier soorten was komen in de winkel voor, en het verschil merk je pas na een paar avonden.
- Paraffine. De goedkoopste en meest voorkomende. Smelt bij een relatief lage temperatuur, brandt fel en geeft van alle soorten de meeste roet bij een te lange lont.
- Stearine. Gemaakt van vetzuren, harder dan paraffine en met een hoger smeltpunt. Een stearinekaars brandt langzamer op en druipt minder, en dat is de reden dat de meeste dinerkaarsen van stearine zijn.
- Sojawas. Zacht en met een laag smeltpunt, dus vrijwel alleen bruikbaar in een glas of pot. Een vrijstaande stompkaars van sojawas zakt in een warme kamer scheef.
- Bijenwas. Het hoogste smeltpunt van de vier, dus de langste brandtijd per centimeter, met een eigen honingkleur en een lichte geur. Ook de duurste.
Kijk bij een gekleurde kaars naar de kern. Is de kaars door en door gekleurd, dan blijft de kleur tot het laatst. Is alleen de buitenlaag gekleurd, dan brandt hij binnen een uur wit vanbinnen met een gekleurd randje eromheen.
Ledkaarsen: de maten die er werkelijk toe doen
Bij led telt de doorsnede niet voor de brandtijd, maar voor de geloofwaardigheid. Een smalle ledkaars van 5 cm met één vlammetje leest van dichtbij meteen als elektronica. Naarmate de kaars breder wordt, wordt het effect beter, en vanaf een centimeter of tien wordt het overtuigend. De ledkaars van 15 cm doorsnede met drie los bewegende vlammetjes zit aan de bovenkant van die schaal en werkt daarom solo op een dienblad, zonder gezelschap.
Let verder op de kleurtemperatuur, want die ligt bij led vast en is niet te corrigeren. Warm wit rond 2200 kelvin komt in de buurt van een vlam; alles daarboven leest naast een echte kaars als grijs.
Led is de enige keuze op vier plekken: in een gesloten kast, op een hoge plank waar je niet bij kunt, vlak bij gordijnen, en in een kamer waar kleine kinderen alleen zijn. De verdeling van vlam en led over een kamer staat in kaarslicht in de woonkamer.
Bewaren zonder krom trekken of verkleuren
Kaarsen zijn temperatuurgevoelig en dat merk je pas als het te laat is. Een doos dinerkaarsen op een vensterbank in de zon staat na één zomer permanent gebogen; rechtbuigen lukt niet meer, want de was is intern al vervormd.
Bewaar dinerkaarsen liggend en vlak, in de originele verpakking, op een donkere plek onder ongeveer 20 graden. Rechtop in een pot bewaren werkt ook, zolang ze elkaar niet tegen de rand duwen.
Witte en crèmekleurige kaarsen vergelen onder uv-licht, dus een open plank in de volle zon is de slechtste plek in huis. Verschijnt er na een tijd een wittig, poederig laagje op een stearinekaars, dan is dat wasbloem: onschuldig, en met een nylonkous of een zachte doek zo weg.
Koop niet te veel vooruit. Een kaars gaat jaren mee, maar geurkaarsen verliezen hun geur binnen ongeveer een jaar en gekleurde kaarsen verbleken langzaam, ook in een kast. De houders zelf hebben die beperking niet en staan bij de kandelaars en windlichten.



