Het gewicht zit zelden waar je het nodig hebt
Een opgemaakte vloervaas heeft twee delen die zich heel verschillend gedragen. De vaas onderin is zwaar, van keramiek of van aluminium met een dikke wand. De opmaak erboven weegt bijna niets en is tegelijk het deel dat je aanraakt.
Dat is waar het kantelen begint. Hoe hoger op de opstelling een duw aankomt, hoe minder kracht ervoor nodig is. Bij de vloervaas in bruin, brons en goud met een zijden olijfboom is de vaas zelf 90 cm en loopt het geheel door tot 210 cm; de takken zitten dus ruim een meter boven de rand van de vaas. Een mouw die daarlangs strijkt werkt op die hoogte als een hefboom, terwijl dezelfde beweging tegen de buik van de vaas niets uitricht.
Daar staat een gunstige eigenschap tegenover: de vulling. Hydrokorrels en houtsnippers zakken naar de bodem en brengen het gewicht precies daar waar het hoort. Bij de vloervaas in bruin-goud met een kleurrijk zijden boeket hoort die vulling bij de levering, en dat scheelt meer dan het klinkt: een lege vaas van hetzelfde formaat kantelt bij de eerste stoot, dezelfde vaas met een gevulde bodem blijft staan.
De voet tegenover de totale hoogte
Een vaas valt om zodra het gewicht buiten het vlak komt waarmee hij de vloer raakt. Hoe breder dat vlak, hoe verder hij kan hellen voordat het zover is. Dat is de hele som, en het maakt de doorsnede van de voet belangrijker dan de doorsnede van de buik.
Twee voorbeelden naast elkaar maken het verschil zichtbaar. De kokosnootvaas met lavendel meet 46,5 cm in doorsnede bij een vaashoogte van 90 cm en komt opgemaakt op 200 tot 210 cm. De tafelmodelvaas in bruin-brons met een Alocasia is 56 cm breed en maar 30 cm hoog, en het geheel blijft onder de 130 cm. De tweede krijg je nauwelijks omver; de eerste vraagt om een plek waar niemand tegenaan loopt.
Let bij het meten op waar de vaas de vloer raakt. Veel modellen zijn toelopend, en dan is de opgegeven diameter de breedste plek halverwege, niet de voet. Zet een liniaal op de grond en meet de cirkel die je daar ziet. Bij een toelopende vorm scheelt dat zo tien centimeter, en die tien centimeter zijn precies de marge die je in de praktijk gebruikt.
Een brede voet heeft één nadeel dat je vooraf wilt weten: hij komt niet strak tegen de muur als er een plint zit. De vaas staat dan een fractie voorovergekanteld, en bij een opstelling van twee meter zie je dat bovenin terug.
Een lichte vaas verzwaren
Staat er al een vaas die te licht is, dan is verzwaren de snelste oplossing. Het werkt alleen als het gewicht helemaal onderin komt; halverwege bijgevuld gewicht verplaatst het zwaartepunt omhoog en maakt het probleem groter.
Wat bruikbaar is, in volgorde van gemak:
- Hydrokorrels. Licht per liter, maar ze vullen de bodem gelijkmatig en beschadigen niets.
- Grind of kiezels. Zwaarder per liter en daarmee effectiever. Doe ze in een gesloten stoffen zak of een dichtgeknoopte tas, zodat je ze er later zonder gedoe uit haalt.
- Droog zand. Het zwaarst en het meest kruipend. Uitsluitend in een zak gebruiken, want los zand komt tussen de stelen terecht en krijg je nooit meer weg.
Water is geen optie bij een opgemaakte vaas. Zijden stelen en de schuimblokken waarin ze vastzitten nemen vocht op, en dan verkleurt de steel bij de basis. Een vaas van aluminium of onbehandeld keramiek kun je bovendien van binnen laten uitslaan.
Sommige opstellingen hebben deze stap al achter de rug. De vaas in bladzilver champagne met een groene kunstplant is 110 cm hoog met een doorsnede van 40 cm en wordt met vulling geleverd, dus de bodem is vanaf dag één gevuld. Bij een vaas die je zelf opmaakt begin je met verzwaren en pas daarna met schikken.
Wat een vloerkleed eronder verandert
Op een harde vloer staat een brede voet vlak. Op hoogpolig tapijt gebeurt er iets anders: de pool geeft ongelijk mee, de vaas zakt aan één kant dieper weg en staat na een week uit het lood. Hoe zwaarder je hem gemaakt hebt, hoe sneller dat gaat.
De randzone is de slechtste plek van allemaal. Een voet die half op het kleed en half op de vloer staat, wipt bij elke aanraking en heeft geen enkele reserve. Kies dus helemaal erop of helemaal ernaast.
Moet de vaas toch op tapijt, leg er dan een rond plaatje hardboard of multiplex onder dat een centimeter of twee kleiner is dan de voet. Dat verdeelt de druk en verdwijnt uit het zicht. Op laminaat en pvc doe je het omgekeerde: vilt onder een gladde vaasbodem laat hem juist schuiven, dus daar werkt een rubberen ring beter. Welke plekken in een kamer überhaupt geschikt zijn voor een hoge vaas staat uitgewerkt in waar je een hoge vaas op de vloer neerzet.
Deurslag, radiator en stofzuigerslang
Drie situaties leveren in de praktijk de meeste ongelukken op, en ze hebben geen van drieën met de vaas zelf te maken.
De eerste is de draaicirkel van een deur. De hoek achter een deur lijkt vrije ruimte, tot de deur ver openslaat en de takken raakt. Meet de cirkel die de deurrand beschrijft en houd de hele opstelling daarbuiten, kroonbreedte inbegrepen. Bij een voordeur komt daar de tochtstoot bij die met de deur mee naar binnen valt.
De tweede is de radiator. Warme lucht trekt langs de opmaak omhoog, droogt de lijm in de stelen uit en maakt de bladeren op termijn broos. Een halve meter afstand is genoeg. Bij vloerverwarming geldt hetzelfde voor het warmste veld in de vloer.
De derde is de stofzuiger. Een slang die achter de voet blijft haken trekt de vaas in één beweging naar voren, en dat is de meest voorkomende oorzaak van schade aan grote opstellingen. Til de vaas op als je eronder wilt zuigen; slepen zet de bodem uit het lood en beschadigt de vloer.
Tegen de wand laten leunen lost niets op. Dat gaat een paar maanden goed en levert daarna een doffe veeg op de verf. Bij een muur met een afwerking waar het reliëf het punt is, zoals bij goud aan de muur, schuurt zo'n contactpunt precies weg wat je wilde zien.
Als hij nu al wiebelt
Kantel de vaas voorzichtig een paar graden en laat hem terugkomen. Voelt hij zwaar en traag, dan zit het gewicht goed en is de vloer of de bodem het probleem. Voelt hij licht en veerkrachtig, dan moet er gewicht bij.
Kleppert de vaas op een harde vloer, kijk dan naar de onderrand. Keramiek en aardewerk hebben vaak een oneffenheid in het glazuur waardoor de bodem op drie punten steunt. Een paar viltjes op de laagste punten zetten hem stil. Zit de onrust in de vloer zelf, dan is een dun plaatje onder de hele voet de betere ingreep.
Blijft het onrustig, dan is de opstelling te hoog voor die plek en verhuis je hem naar een hoek waar niets langskomt. In de omschrijving bij de opgemaakte schelpenvazen staan de vaashoogte, de diameter en de totaalhoogte per model apart vermeld, zodat je die verhouding kunt vergelijken voordat er iets in huis staat. Voor een kunstboom in een losse pot gelden weer andere maten; die staan in de gids over welke pot bij een kunstboom past.






