Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

De hal waar de trap meteen bij de voordeur begint

In veel rijtjeshuizen begint de trap binnen een meter na de voordeur. Dat is geen kleine hal maar een ander soort hal: er is geen wand om iets tegenaan te zetten, de deur veegt de halve vloer leeg en de onderste trede is het enige vlakke oppervlak in de ruimte. Hieronder staat zo'n hal eerst helemaal beschreven, en wordt hij daarna in drie stappen omgewerkt.

NNoenoes team6 min leestijd
Bruin marmeren dienblad met drie marmeren waxinelichthouders en een stapel onderzetters op een glazen tafel voor een lichte bank

De hal, op een dinsdag om kwart over zes

Rijtjeshuis uit 1974. De voordeur draait naar binnen en slaat naar rechts open. Recht vooruit, op ongeveer tachtig centimeter van de drempel, begint de trap: een dichte wang van hout, daarboven dertien treden naar de overloop. Links de deur naar de woonkamer, rechts het luik van de meterkast. De vrije vloer die overblijft is een rechthoek van ruwweg 160 bij 80 cm, en de onderste trede hoort daar in de praktijk half bij.

Wat er nu op staat: vier paar schoenen over de eerste twee treden verdeeld, een tas met lege flessen tegen de trapwang, post en een sleutelbos op de vierde trede. Aan drie haken links naast de woonkamerdeur hangen vijf jassen over elkaar heen. Aan het plafond hangt één lamp, midden boven de vloer.

Zo ziet de aankomst eruit. De deur gaat half open en stopt tegen de flessentas. Je stapt binnen over de schoenen heen, met je schouder langs de jassen die precies in de deurdraai hangen. De sleutels gaan op de trede, waar ze bij de eerste keer naar boven lopen vanaf schuiven. En 's avonds doe je de plafondlamp aan, waarna je alsnog met je voet naar de eerste trede zoekt, omdat de lamp achter je staat en de treden in hun eigen schaduw liggen.

Het is geen rommelige hal. Alles wat er ligt heeft een reden om er te liggen. Het is een hal waarin één plek al het werk doet.

Wat er misgaat in die tachtig centimeter

Vier dingen tegelijk, en ze versterken elkaar.

De eerste is de deur. Een binnendraaiend deurblad van 88 cm veegt een kwartcirkel van bijna 0,9 vierkante meter schoon. In deze hal is dat meer dan de helft van de vrije vloer. Alles wat je daar neerzet wordt elke dag aangeraakt, dus alles wat daar staat schuift vanzelf naar de plek waar de deur niet komt: naar de trap.

De tweede is de trede zelf. Een onderste trede ligt op ongeveer 18 cm hoogte, is 22 cm diep en volledig vlak. Dat is het enige horizontale vlak in de hele hal. Een huis neemt altijd het eerste vlak dat het tegenkomt, en zolang er geen tweede vlak is blijft de trede in gebruik als plank, hoe vaak je hem ook leeghaalt. Opruimen lost dat niet op; een alternatief vlak wel.

De derde is dat er geen aaneengesloten wand van meer dan een meter over is. Deur, meterkast, trapwang, woonkamerdeur: geen enkele strook is lang genoeg voor een kast of een staande kapstok, dus elk advies dat met een console begint valt hier af. Wat er in een gewone smalle gang wél kan staat in een smalle hal ruimer maken, maar die hal heeft een lange wand en deze niet.

De vierde is de zichtlijn. Vanaf de deur kijk je frontaal tegen een verticale wang en een reeks stootborden aan, en dat is het enige wat een bezoeker ziet als je opendoet.

Stap 1: de treden leeg, en de schoenen ergens anders laten landen

De treden gaan leeg en blijven leeg. Een trede is een loopvlak, en hoe smal het overgebleven pad is merk je pas met een tas in je hand.

De schoenen moeten dan wel ergens heen, en niet in de deurdraai. In deze hal blijft er één strook over: de vloer langs de meterkastwand, buiten de boog van de deur, ongeveer 25 cm diep. Daar past een gesloten schoenenkastje van 24 cm diep waar de dagelijkse paren in gaan. De rest verhuist naar boven. Welke schoenen beneden horen te blijven en welke niet is de eigenlijke vraag, en die staat uitgewerkt in schoenen en jassen in een kleine hal.

Die strook valt weg zodra de meterkastdeur naar buiten opendraait, want dan is ook die vloer boog geworden. Wat er in de ruimte onder de trap past staat in de ruimte onder de trap benutten.

Stap 2: de jassen en de sleutels uit de deurdraai

De haken naast de woonkamerdeur hangen op de verkeerde wand. Een jas hangt 15 tot 20 cm van de muur af, en dat is precies de marge waarin het deurblad langskomt.

De wand die daar wel geschikt voor is, is de trapwang. Boven de tweede en derde trede zit een strook van ongeveer 90 cm die buiten de deurboog valt en buiten het looppad, omdat je er alleen bij kunt door op de eerste trede te gaan staan. Twee jassen hangen daar in het zicht, de rest gaat in de kast, zoals uitgewerkt in de entree en de kapstok. Bij een open trap is er geen wang om iets in te schroeven en verhuizen de haken naar de wand achter de deur, op de plek die het deurblad afdekt als hij openstaat.

Voor de sleutels en de post is er in deze hal simpelweg geen plaats. Geef ze dan een vaste plek één meter verderop, op het eerste meubel in de woonkamer. Een marmeren dienblad van 30 bij 15 cm is groot genoeg voor twee sleutelbossen en een stapel post en klein genoeg om niet als tweede rommelplek te gaan werken. Het randje van 3 cm is het hele punt: sleutels blijven erin liggen, terwijl ze van een vlakke trede afglijden.

Stap 3: licht dat de treden laat zien, en één spiegel

Eén plafondlamp midden in de hal zet de trap in zijn eigen schaduw, omdat het licht van achteren komt zodra je naar boven kijkt. Je ziet dat er treden zijn, maar niet waar de rand van elke trede ligt.

Licht van opzij lost dat op. Een wandlamp Lycke van 59,5 cm hoog en 11 cm diep op de trapwang blijft ruim binnen de doorloop en laat de neus van de onderste treden oplichten. De albasten cilinders geven zacht licht naar boven en naar beneden tegelijk, wat op een trap prettiger werkt dan een gerichte bundel. Welke sterkte en welke schakelaars een hal 's avonds bruikbaar maken staat in licht in de hal in de avond.

Voor de zichtlijn is er één ingreep die iets doet. Een ronde spiegel van 70 cm doorsnee op de korte wand naast de meterkast vangt het licht op dat door de openstaande woonkamerdeur naar binnen valt. Rond werkt hier beter dan rechthoekig, omdat een rechthoek naast de schuine lijn van de trapleuning altijd scheef blijft lijken. Andere vormen en maten staan bij de spiegels.

Dezelfde hal, opnieuw beschreven

Dinsdag, kwart over zes. De voordeur draait helemaal open tot tegen de muur, want er staat niets meer in de boog. Op de vloer langs de meterkast staat een laag gesloten kastje met vier paar schoenen erin; verder is de vloer leeg tot aan de eerste trede.

Boven de tweede en derde trede hangen twee jassen aan de wang, uit de looplijn. De sleutels gaan een meter verder in het marmeren dienblad, waar ze morgenochtend nog liggen. De wandlamp op de trapwang brandt en de onderste treden zijn afzonderlijk te zien, met een rand licht op elke neus.

De hal is geen centimeter groter geworden. Wat er veranderd is: je kunt er met een tas in elke hand doorheen lopen, de deur kan achter je dicht zonder dat je iets opzij schuift, en de trap staat er weer als trap in plaats van als het enige meubel in de ruimte.

Meer stylinginspiratie