Eerst uitzoeken wat je in handen hebt
De vraag die aan alles voorafgaat is of dit ding in de vaatwasser mag, en het antwoord hangt af van één ding: hoeveel metaaloxide er in het glas zit.
Gewoon gebruiksglas is kalk-natronglas, in productbeschrijvingen vaak soda-lime genoemd. Dat is het glas van de meeste vazen en schalen in huis, en het is chemisch stabiel en behoorlijk hard. Een glazen vaas van 14,8 cm doorsnee en 36,5 cm hoog in soda-lime glas valt in die categorie.
Kristal is iets anders. In de Europese regelgeving heet glas pas loodkristal als er minstens 24 procent loodoxide in zit; tussen ongeveer 10 en 24 procent spreek je van kristalglas. Dat lood maakt het glas zwaarder, zachter en veel sterker lichtbrekend, en dat laatste is precies waarvoor je het koopt. Moderne loodvrije varianten gebruiken barium, zink of kalium en gedragen zich vergelijkbaar.
Twee tests, allebei tien seconden. Til het op: kristal voelt bij hetzelfde formaat merkbaar zwaarder aan. Tik er met een nagel tegen: kristal geeft een heldere toon die een seconde of langer natrilt, gewoon glas geeft een korte doffe tik. Bij een kristallen kaarshouder van 21 cm hoog en 8 cm diep hoor en zie je dat verschil meteen, want de kleur in het massieve blok komt van de manier waarop het licht erin breekt.
Vanaf hier splitst het advies zich. Kristal gaat nooit in de machine. Gewoon glas mag erin, maar alleen onder voorwaarden.
Waarom de vaatwasser glas dof maakt
De doffe, melkachtige waas die op oude glazen zit is geen aanslag maar schade aan het glasoppervlak zelf. Het heet glascorrosie, en het is niet weg te poetsen omdat er materiaal verdwenen is.
Het ontstaat door drie dingen tegelijk: zacht water, een hoge temperatuur en een alkalisch vaatwasmiddel. Die combinatie lost de natrium- en kaliumionen uit de buitenste laag van het glas op en laat een poreuze, licht troebele huid achter. Op dunwandig glas is dat na een paar honderd wasbeurten zichtbaar, op dikwandig glas duurt het langer.
Wil je glas toch in de machine, houd dan drie dingen aan. Was op maximaal 50 graden, gebruik hooguit de helft van de aanbevolen hoeveelheid middel, en haal de stukken eruit voordat de droogfase op temperatuur komt. Zet ze bovendien zo neer dat ze elkaar nergens raken; het meeste vaatwasserleed aan glas ontstaat door twee stukken die tijdens het spoelen tegen elkaar tikken.
Zit de waas er al, test hem dan met een druppel water op de dofste plek. Wordt het glas daar even helder, dan is het kalk en kan het eraf. Blijft het dof, dan is het corrosie en is het glas versleten.
Met de hand, in de goede volgorde
Handwas is voor decoratief glas gewoon sneller dan de discussie of het in de machine mag.
Begin met een teil of een gootsteen met een rubbermat of een opgevouwen theedoek op de bodem. Glas breekt zelden door de was zelf en bijna altijd doordat het tegen roestvrij staal of tegen een kraan komt.
Gebruik lauw water van ongeveer 35 tot 40 graden en één druppel afwasmiddel. Heet water is hier geen voordeel: bij dikwandig en kristallen glas kan een plotselinge temperatuurwisseling spanning geven, en dat is de reden dat een glas dat jarenlang goed ging op een dag zonder aanleiding scheurt. Laat kristal daarom eerst op kamertemperatuur komen als het uit een koude kast komt.
Pak een vaas of een glas op aan de brede kant, nooit aan de hals of de steel, en was er één tegelijk. Draaien terwijl je vasthoudt is de klassieke manier om een steel af te breken. Spoel na met schoon lauw water, want het is de zeeprest die na het drogen als sluier terugkomt.
Kalkaanslag: zuur werkt, maar niet overal
Kalkaanslag is de witte of grijzige ring die achterblijft op de waterlijn in een vaas. Het is kalksteen, en kalksteen lost op in zuur.
Twee mengsels doen het werk. Schoonmaakazijn met één deel azijn op drie delen lauw water, of citroenzuur in een verhouding van ongeveer een theelepel op 250 ml lauw water. Vul de vaas tot boven de aanslag, laat het een half uur staan en spoel daarna grondig na. Bij een dikke laag herhaal je het liever twee keer dan dat je gaat schuren.
Waar dat niet mag, is even belangrijk. Zuur bijt in alles wat uit kalk bestaat of met kalk is afgewerkt: marmer, natuursteen, parelmoer en schelp. Een vaas met een schelpen buitenkant vraagt daarom een compleet andere aanpak, uitgewerkt in schelpenvazen onderhouden. Ook een gouden of platina rand blijft eraf, want die laag is dun en komt niet terug.
Een tweede beperking geldt voor kristal. Loodkristal is zachter dan gewoon glas en een lange zure inwerktijd kan het oppervlak mat maken. Houd het daar bij een kwartier, of poets de aanslag weg met lauw water en een zachte doek voordat hij hard wordt.
Een vaas met een smalle hals van binnen schoon
Dit is het probleem waar iedereen op vastloopt: een hals van vijf centimeter en een vaasbodem waar je hand niet bij komt.
De rijstmethode werkt bijna altijd. Gooi twee eetlepels ongekookte rijst in de vaas, giet er lauw water bij tot een kwart en één druppel afwasmiddel, houd je hand op de opening en draai het geheel een halve minuut rond. De rijstkorrels schuren de aanslag los zonder het glas te krassen, en juist die korrelgrootte is het punt: zand en grind, die je soms als tip tegenkomt, laten op de bodem fijne krassen achter die je pas ziet als het licht erdoorheen valt.
Voor een groenige aanslag van bloemenwater werkt een gebitsreinigingstablet beter. Vaas vullen met lauw water, één tablet erin, een half uur laten staan en naspoelen. Het bruisen komt overal, ook in de plooien van een gelaagd model.
Een flessenborstel mag, mits met een kop van schuim of zacht nylon en met een steel die niet uit blank metaal bestaat. Bij een vaas als de Liosa in smoke glas, 31,5 cm hoog en 26,5 cm breed zit het vuil vooral in de ringen aan de binnenkant, en daar komt een borstel wel bij en een doek niet.
Laat een vaas na de behandeling ondersteboven uitlekken op een theedoek en daarna rechtop drogen. Blijft er een laagje water op de bodem staan, dan begint de kalkring meteen opnieuw.
Droogwrijven zonder strepen
Strepen komen zelden van het water en bijna altijd van de doek.
Neem twee doeken: één om het meeste vocht af te nemen, één schone en droge om na te wrijven. Linnen laat geen pluis achter en is daarom de klassieke keuze voor glaswerk; keukenpapier is precies het verkeerde materiaal, omdat de vezels op een glad oppervlak blijven liggen.
Werk zolang het glas nog licht vochtig is. Droogt het aan de lucht op, dan blijft de kalk uit het laatste laagje water achter en poets je daarna tegen een aanslag die er nog niet was toen je begon. Een oude truc voor de laatste sluier: houd het glas boven de stoom van een pan of een kraan met heet water en wrijf het meteen na, dan verdwijnt de waas in één beweging.
Rookglas en donkere hoogglans laten elk pluisje en elke veeg zien, en die hebben hun eigen volgorde: eerst droog stof afnemen, daarna pas vochtig. Dat staat uitgewerkt in rookglas en hoogglans streeploos schoonmaken.
Roetaanslag aan de binnenkant van een windlicht is weer iets anders dan vuil. Die zit vastgebakken en vraagt de aanpak uit kaarsvet uit een windlicht halen, niet nog een ronde poetsen.
Opbergen en verplaatsen
De meeste schade aan glas en kristal ontstaat als het niet in gebruik is.
Zet glaswerk altijd rechtop weg, ook glazen. De rand is het dunste deel en een glas dat maanden op zijn rand staat, krijgt daar de eerste microscheurtjes. Stapel niets in elkaar: twee glazen die vastzitten krijg je er zelden zonder breuk uit.
Gaat er iets een seizoen de kast in, wikkel het dan in zijdepapier of een schone theedoek en pas daarna in eventueel noppenfolie. Krantenpapier laat inkt achter op de matte delen van geëtst of gezandstraald glas. Vul de holtes in de doos op, zet er niets bovenop en bewaar de doos op een plek zonder grote temperatuurschommelingen; meer daarover staat in decoratie opbergen tussen de seizoenen.
Draag een grote vaas met twee handen: één onder de bodem en één om de romp, nooit alleen aan de hals. En zet een glazen vaas met water erin niet op een houten blad zonder onderzetter, want de condensring die daar ontstaat trekt in het hout terwijl je aan de vaas zelf niets ziet. Welke maten en modellen er verder zijn, staat bij de vazen.



