Leg de hele compositie eerst op de vloer
Neem alles wat je wilt ophangen en leg het op de grond, in het vlak dat de muur straks krijgt. Schuif net zo lang tot het klopt. Dat kost een kwartier en scheelt je zes gaten die er niet hadden gehoeven.
Nog een stap beter: knip van elke lijst een vel kraftpapier op ware grootte, plak die vellen met schilderstape op de muur en laat ze een dag hangen. Je loopt er langs, je gaat er tegenover zitten, je ziet ze in ochtendlicht en in lamplicht. Binnen die dag weet je of het vlak te hoog zit of te breed uitloopt, en dat weet je zonder één boorgat.
Leg vooraf de buitenmaat van het geheel vast. Bijvoorbeeld 140 cm breed en 100 cm hoog, en daarbuiten komt niets. Zonder die begrenzing groeit een galerijwand tijdens het ophangen bijna altijd, want er is altijd nog een lijstje dat er wel bij kan. Precies dat is de reden dat zo'n wand achteraf rommelig oogt.
Fotografeer de vloeropstelling met je telefoon voordat je hem uit elkaar haalt. Op een klein scherm zie je scheve verhoudingen die je in het echt mist.
Het midden van het geheel op 150 tot 155 cm
Behandel de compositie als één werk. Niet elk lijstje krijgt zijn eigen hoogte, het hele blok krijgt er één, en het midden daarvan hangt op 150 tot 155 cm boven de vloer. Dat is ooghoogte van een volwassene die staat, en het is dezelfde maat die musea aanhouden.
Reken het om voordat je meet. Is je compositie 100 cm hoog, dan zit het midden op 50 cm vanaf de onderkant. De onderkant komt dus op 150 min 50 is 100 cm, en de bovenrand op 200 cm.
Bijna iedereen hangt te hoog, omdat je tijdens het ophangen naar de bovenkant kijkt in plaats van naar het midden. Dezelfde fout die bij een spiegel ophangen het vaakst voorkomt.
Zit je aan een eethoek waar mensen vooral zitten, dan mag je naar 145 cm zakken. In een hal waar je alleen langsloopt is 155 cm juist prettiger.
Houd 5 tot 8 cm tussen de lijsten
Deze maat doet meer voor het eindresultaat dan welke lijst je kiest.
Onder de 5 cm plakken de lijsten aan elkaar en lees je één vlek in plaats van losse werken. Boven de 10 cm valt de compositie uit elkaar in een verzameling dingen die toevallig op dezelfde muur hangen. Daartussen zit een band waarin je oog het geheel als bedoeld herkent.
Kies één afstand en houd die overal aan, ook tussen een groot en een klein werk. Verspringende tussenruimtes zijn de meest voorkomende reden dat een op zich mooie verzameling niet werkt.
Bij kleine formaten mag je naar de onderkant van de band. Twee ingelijste vlinders van 25x25 cm naast elkaar met 5 cm ertussen lezen als een paar; met 9 cm ertussen worden het twee losse lijstjes.
Let erop dat de horizontale en de verticale tussenruimte gelijk zijn. Veel mensen meten netjes 6 cm naast elkaar en laten er boven elkaar 10 vallen, waarna de compositie hoger lijkt dan hij is. Meet in beide richtingen met hetzelfde stukje karton, dat gaat sneller dan een rolmaat en je maakt er geen afrondingsfouten mee.
Werk vanuit een denkbeeldige middenlijn
Een galerijwand heeft een lijn nodig waar het oog op kan rusten. Je hebt drie bruikbare varianten en ze zijn niet uitwisselbaar.
De horizontale middenlijn. Alle lijsten hebben hun eigen midden op dezelfde hoogte, bijvoorbeeld op 152 cm, terwijl de formaten verschillen. Dit is de rustigste oplossing en werkt op een vrije wand.
De onderlijn. De onderkanten staan gelijk en de bovenkanten mogen verspringen. Boven een dressoir of een console is dit sterker, omdat de onderlijn dan meeloopt met het meubelblad en de compositie op het meubel lijkt te staan.
De bovenlijn. De bovenkanten staan gelijk. Alleen doen als de lijsten weinig in hoogte verschillen, anders ontstaat er onderaan een rafelige rand.
Wat je vermijdt is een indeling zonder lijn, waarbij je lijsten los over de wand verdeelt in de hoop dat het spontaan oogt. Dat is de opstelling die na twee weken begint te irriteren zonder dat je kunt aanwijzen waarom.
Meng formaten, maak niet alles gelijk
Negen identieke lijsten in een raster is een rooster, geen compositie. Het werkt, het is netjes, en het is ook het saaiste wat je met een wand kunt doen.
Een compositie wordt interessant door verschil. De praktische verdeling: één ankerstuk, twee middelgrote werken en drie tot vier kleine. Het ankerstuk mag gerust vier keer zo groot zijn als het kleinste.
Concreet: een abstract werk van 80x80 cm als anker, daarnaast twee lijsten van rond de 40x50 cm, en daaromheen drie kleintjes van 25x25 cm. Het anker hangt niet in het midden maar iets uit het hart, meestal links of rechtsonder, want een groot stuk precies in het midden maakt de rest van de wand tot decoratie eromheen.
Houd het aantal materialen beperkt, ook als de formaten verschillen. Twee lijstsoorten is genoeg: bijvoorbeeld zwart aluminium en donker hout. Vier verschillende lijstkleuren maakt de wand druk op een manier die je met afstanden niet meer repareert.
Wanneer je beter geen galerijwand maakt
Er zijn wanden waar deze hele aanpak de verkeerde is, en dat is het eerlijke antwoord dat in stylingadvies meestal ontbreekt.
Is de bruikbare wand smaller dan ongeveer 150 cm, dan wordt een compositie van meerdere lijsten benepen. Eén groot werk doet daar meer. Hetzelfde geldt voor een wand die onderbroken wordt door een deur, een raam of een radiator: wat je overhoudt zijn stroken, en stroken vragen om één verticaal stuk.
Ook een set die als één werk is ontworpen laat je met rust. De Rhapsody set van drie jute panelen vormt samen 180 bij 120 cm met één doorlopend landschap over de drie delen. Daar nog vier andere lijsten omheen hangen breekt precies het effect waarvoor je hem kocht. Zo'n set hang je met dezelfde 5 tot 8 cm ertussen op, en verder blijft die wand leeg.
En staat er in de kamer al veel te kijken, dan is een extra galerijwand het zevende ding dat aandacht vraagt. In dat geval is minder aan de muur de betere ingreep.
Boven een bank of dressoir telt het meubel
Zodra er een meubel onder hangt, is die 150 cm niet meer leidend. De maten van het meubel zijn dat wel.
De compositie is twee derde tot drie kwart van de meubelbreedte. Boven een bank van 220 cm kom je dus uit op 145 tot 165 cm breed. Smaller dan de helft gaat zweven, breder dan het meubel leest als een vergissing.
Tussen de bovenkant van het meubel en de onderrand van de compositie houd je 15 tot 25 cm. Boven een bank reken je vanaf de rugleuning en niet vanaf de zitting, en dan mag je naar 25 cm, zodat niemand met zijn achterhoofd tegen een lijst komt.
Boven een dressoir werkt de onderlijn uit de vorige sectie het beste, en dan liefst met de compositie iets uit het midden. Waarom dat prettiger oogt staat in de gids over een dressoir in drie zones verdelen.
Ophangen: van binnen naar buiten
Begin met het ankerstuk en werk daarna naar buiten. Andersom stapelen alle meetfoutjes zich op aan één kant.
Meet niet vanaf de achterkant van de lijst maar vanaf het ophangoog met het koord onder spanning. Trek het koord omhoog met een vinger, meet de afstand tot de bovenrand van de lijst, en tel die op bij de hoogte waar de bovenrand moet komen. Bij een koord scheelt dat al snel 3 cm, en 3 cm zie je.
Lijsten breder dan 60 cm hangen op twee haken, ongeveer een derde vanaf elke zijkant. Dat houdt ze recht en het scheelt je het eeuwige rechtduwen bij het stofzuigen.
Kijk ook even naar het gewicht. Werken met glas erin, zoals de meeste ingelijste papierwerken, wegen per stuk al gauw meer dan de kleine lijstjes waar je bij een galerijwand aan denkt. In gipsplaat heb je dan een plug nodig die op trek is berekend, in een gemetselde muur volstaat een gewone nylon plug. Twee haken verdelen dat gewicht bovendien over twee punten in plaats van één.
Hang klokken en spiegels niet mee in de compositie tenzij ze qua formaat in de reeks passen; over de juiste hoogte voor een klok aan de wand valt apart iets te zeggen.
Bekijk alle wanddecoratie
Bekijk de collectie





