Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Zes dingen die een woonkamer onrustig maken

Een woonkamer die niet lekker voelt heeft zelden één grote fout. Het zijn meestal een paar kleine dingen die elkaar versterken en die je na een half jaar niet meer opmerkt, omdat je eraan gewend bent geraakt.

NNoenoes team5 min leestijd
Wit koraalornament op een transparante kristallen voet, staand op een stapel boeken met linnen kaft naast een lichte bank

Alles staat tegen de muur geduwd

De reflex is logisch: meubels tegen de wand, dan blijft het midden vrij. Het resultaat is een kamer die aanvoelt als een wachtruimte, met een leeg gat in het midden waar niemand zit.

Trek de bank tien tot twintig centimeter los van de muur en draai de fauteuil een graad of vijftien naar de bank toe. Je verliest nauwelijks vloeroppervlak en de zithoek wordt ineens één geheel in plaats van losse meubels langs de rand.

Bij een kleine kamer werkt dit juist het best, wat tegen je gevoel in gaat. Ruimte die je achter een meubel ziet doorlopen leest als meer ruimte, niet als minder.

Houd bij het losstrekken wel de looproute in stand: 80 cm breed waar je dagelijks doorheen loopt, 60 waar het af en toe is. Red je dat niet, dan is niet de muur het probleem maar het aantal meubels.

Het vloerkleed is een maat te klein

Dit is de duurste fout en tegelijk de meest zichtbare. Een kleed waar alleen de salontafel op past maakt van de zithoek een eiland dat nergens aan vastzit.

De regel: de voorpoten van bank en fauteuils staan op het kleed. Voor een gemiddelde zithoek betekent dat al snel 200 bij 300 cm, en bij een ruime hoekbank eerder 300 bij 400. Een vloerkleed van 200 bij 300 in beige is daarmee de standaardmaat voor de meeste Nederlandse woonkamers, niet de grote uitzondering waar het vaak voor wordt aangezien.

Twijfel je tussen twee maten, neem de grotere. Een kleed dat in de winkel te groot lijkt klopt bijna altijd in de kamer, omdat er in de winkel geen meubels omheen staan.

Ligt er ook een kleed onder de eettafel, dan geldt daar een andere som: het blad plus 60 tot 70 cm rondom, zodat de stoelen ook uitgeschoven op het kleed blijven staan. De volledige rekensom per situatie staat in welke maat vloerkleed je nodig hebt.

Er staan alleen kleine dingen

Twintig kleine objecten vragen twintig keer aandacht. Eén groot object vraagt één keer aandacht en laat de rest ademen.

Vervang op elk vlak een handvol kleintjes door één stuk dat duidelijk groter is dan de rest. Op een salontafel is de ondergrens voor dat ene stuk ongeveer 30 cm; een schaal van 45 cm met marmerpatroon kan in zijn eentje het hele blad dragen en maakt de tafel rustiger terwijl er niet minder op staat.

Wat er aan kleins overblijft, groepeer je per drie met onderling minstens 10 cm hoogteverschil. Drie objecten van gelijke hoogte naast elkaar lezen als een rijtje; drie met duidelijk verschil lezen als één compositie.

De omgekeerde fout bestaat trouwens nauwelijks. Te groot valt bijna nooit verkeerd, te klein bijna altijd.

Elk oppervlak is bezet

Als elk plateau, elke vensterbank en elke plank iets draagt, heeft je oog geen rustpunt meer. Volle vlakken lezen als onrust, ook wanneer elk object op zich mooi is.

Laat bewust één vlak per kamer helemaal leeg. Dat voelt de eerste week onaf en daarna niet meer, en het maakt de vlakken die je wél gestyled hebt sterker.

De vensterbank is de plek waar dit het snelst misgaat, omdat hij elke week iets nieuws vangt. Kies daar hooguit twee of drie objecten met ruimte ertussen: tegenlicht maakt van elke rij spullen een silhouettenrij, dus juist daar telt leegte dubbel. Hoe je de vensterbank wél aankleedt staat in een eigen stuk.

Binnen een vlak geldt hetzelfde: houd ongeveer een kwart vrij. Een volgeladen dienblad heeft precies dezelfde onrust als een volle tafel, alleen met een randje eromheen.

Er zit geen enkel donker punt in de kamer

Dit is de subtielste van de zes en waarschijnlijk de reden dat dure, zorgvuldig samengestelde kamers soms toch vlak aanvoelen.

In een interieur van beige, crème en licht hout zit alles in dezelfde toonwaarde. Je oog heeft dan geen enkel ankerpunt en leest het geheel als één grijze massa, hoe mooi de afzonderlijke stukken ook zijn.

Eén donker element lost dat op. Zwart metaal, gerookt glas, een donkere houtsoort, of een object in een diepe kleur. Het hoeft niet groot te zijn: een koraal op een kristallen voet van 34 bij 24 cm is genoeg als het maar duidelijk afwijkt van alles eromheen.

Twee tot drie donkere punten in een kamer is het maximum, en verdeel ze over hoogtes: één laag op de tafel, één op ooghoogte in de kast of aan de wand. Twee donkere objecten vlak naast elkaar smelten samen tot één zware vlek, en dan is het ankerpunt weer weg.

Niets komt twee keer terug

Een kamer waarin elk object een eigen kleur en een eigen materiaal heeft, valt uiteen in losse aankopen. Herhaling is wat er een geheel van maakt.

Kies twee of drie materialen en laat die terugkomen op minstens drie plekken. Hout in de tafel, in een lijst en in een schaal. Messing in een lamp, een kandelaar en een handgreep. Hetzelfde geldt voor kleur: één accentkleur die drie keer terugkomt oogt bedoeld, dezelfde kleur die één keer voorkomt oogt toevallig.

Je hoeft daarvoor meestal niets nieuws te kopen. Loop het huis rond en kijk wat er in een andere kamer staat dat hier hoort; bij de meeste mensen ligt de oplossing een deur verderop.

Ontbreekt er echt een laag, dan is textiel de goedkoopste manier om hem toe te voegen. Eén kussen uit de sierkussens en plaids in een kleur die je al ergens anders hebt staan, kost het minst en zit precies in het beeld waar je het vaakst naar kijkt.

Ga je met de zes punten aan de slag, houd dan deze volgorde aan: eerst het kleed, want dat heeft het grootste effect en bepaalt de plek van alles erop. Dan de meubels los van de muur, daarna pas de vlakken en de accenten. Wie bij de accessoires begint, is die eerste stappen kwijt zodra het kleed alsnog vervangen wordt. Voor een hele kamer staat diezelfde logica uitgewerkt in de volgorde waarin je een kamer inricht.

En herken je meerdere van de zes punten zonder dat je weet waar te beginnen, dan kijkt ons persoonlijk stylingadvies met je mee: stuur een paar foto's van de kamer en je krijgt een concreet voorstel terug.

Veelgestelde vragen

Hoe groot moet een vloerkleed in de woonkamer zijn?+

Groot genoeg dat de voorpoten van bank en fauteuils erop staan. Voor een gemiddelde zithoek is dat 200 bij 300 cm, bij een ruime hoekbank eerder 300 bij 400 cm.

Waarom voelt mijn woonkamer onrustig terwijl hij opgeruimd is?+

Meestal omdat elk oppervlak bezet is en alles ongeveer even groot is. Laat één vlak per kamer helemaal leeg en vervang een groepje kleine objecten door één groot stuk.

Waarom voelt een lichte kamer vlak aan?+

Omdat alles in dezelfde toonwaarde zit en je oog geen ankerpunt heeft. Eén donker element, zoals zwart metaal of gerookt glas, lost dat op. Twee tot drie donkere punten is het maximum.

Meer stylinginspiratie