Eerst de looproute: 80 cm vrij langs de stoel
Een fauteuil staat zelden verkeerd omdat hij lelijk staat. Hij staat verkeerd omdat je er elke dag omheen moet.
Loopt er langs de zijkant van de stoel een route naar de keuken, de gang of de tuindeuren, houd dan 80 cm vrij. Bij 70 cm ga je schuin lopen, bij 60 cm schuur je met je heup langs de armleuning. Staat de stoel buiten de looproute, dan is 45 cm tot de muur of de kast genoeg om er nog omheen te kunnen stofzuigen.
Let daarbij op de diepte van de stoel zelf, want die valt vaak groter uit dan mensen inschatten. De Tuscany loungestoel is 63 cm breed maar 100 cm diep, met een zitdiepte van 65 cm. Zet je die met de rug tegen een muur en loopt er iemand voorlangs, dan ben je 180 cm van die muur af kwijt. In een kamer van 3,5 meter breed is dat de helft.
Tussen de voorkant van de zitting en de salontafel wil je 40 tot 45 cm. Ver genoeg om je benen te kunnen strekken, kort genoeg om je kopje te pakken zonder op te staan. Welke maat salontafel daarbij hoort bepaal je overigens op de bank, niet op de fauteuil.
Draai hem ongeveer 15 graden naar de bank
Kaarsrecht naast de bank, rugleuningen netjes in dezelfde lijn: dat is de opstelling waarin niemand prettig zit. Je praat tegen de zijkant van een hoofd.
Draai de fauteuil daarom een slag naar de bank toe. Ongeveer 15 graden is genoeg. Dat is minder dan het klinkt: bij een stoel van 60 cm breed staat de ene voorpoot dan zo'n 15 cm verder naar voren dan de andere. Groot genoeg om de zitrichting te veranderen, klein genoeg om niet als een schuin geparkeerde auto te ogen.
Het effect zit in de blikrichting. Vanuit een stoel die 15 graden meedraait kijk je iemand op de bank aan zonder je nek te draaien, en dat is precies het verschil tussen een zithoek waar mensen blijven zitten en een zithoek waar ze na tien minuten opstaan. Houd de afstand tussen de twee zitplekken tussen 2 en 2,5 meter. Verder uit elkaar en je gaat harder praten dan je wilt.
Twijfel je over de hoek, dan is een draaibare stoel de eenvoudigste uitweg. De Estelle met 360 graden draaifunctie staat de ene avond naar de bank en de andere naar het raam, zonder dat je het vloerkleed opnieuw hoeft te leggen.
Zithoogte: 40, 45 en 52,5 cm zitten totaal verschillend
De meeste banken hebben een zithoogte tussen 42 en 45 cm. Blijf met de fauteuil binnen ongeveer 5 cm van dat getal, dan zitten twee mensen op ooghoogte en voelt de hoek gelijkwaardig.
Drie stoelen uit hetzelfde assortiment laten zien hoe groot dat verschil in de praktijk is. De Franny zit op 40 cm met een zitdiepte van 52 cm en een lage rug van 58 cm hoog: laag en loungy, prima naast een diepe bank, maar naast een hoge bank kijk je omhoog. De Colmar zit op 45 cm en sluit daarmee op vrijwel elke bank aan. De Estelle zit op 52,5 cm, ruim zeven centimeter boven een gemiddelde bank, en dat leest eerder als een stoel aan tafel dan als een tweede loungeplek.
Hoger is niet slechter. Voor wie moeizaam opstaat is 52,5 cm juist de fijnste maat van de drie, en in een kamer met een lage bank van 38 cm geeft één hoger zitpunt de hoek net wat structuur.
Kijk ook even naar de armleuning. De Colmar heeft er een van 57 cm, de Estelle van 72 cm. Staat een hoge armleuning pal naast de lage armleuning van je bank, dan zie je dat hoogteverschil de hele dag.
Eén losse fauteuil, of twee tegenover de bank
Twee identieke fauteuils tegenover een bank vormen een symmetrische zithoek met een duidelijk midden. Die opstelling legt zichzelf uit en je hoeft er verder niets aan te stylen. Ze vraagt alleen ruimte: een bank van minstens 2,20 m, twee stoelen van elk 60 tot 65 cm breed met zo'n 20 cm ertussen, en rondom de salontafel nog altijd die 40 cm. Onder een kamerbreedte van 3,60 m wordt het passen en meten.
Bij die opstelling vervalt de 15 graden trouwens grotendeels. De stoelen kijken al naar de bank. Draai ze allebei nog eens extra en de symmetrie die je net had opgebouwd valt weer uit elkaar; vijf graden naar elkaar toe is dan het maximum.
Eén losse fauteuil is een ander meubel met een andere taak. Hij vormt geen tweede zijde van een zithoek maar de derde punt van een driehoek, en daarom mag hij juist wel scheef staan. Zet hem op de hoek van het vloerkleed, met minstens de voorpoten op het kleed, zodat de zithoek als één vlak leest. Hoe groot dat kleed moet zijn hangt af van de hele opstelling, niet van de stoel alleen.
Een enkele stoel heeft bijna altijd tegengewicht nodig, anders zweeft hij in de kamer. Een ronde poef van 45 bij 45 cm voor de voeten doet dat werk, en hij staat op precies dezelfde hoogte als de zitting van de Colmar. Een bijzettafel binnen handbereik werkt net zo goed: de Sia met marmeren blad is 54,5 cm hoog en blijft daarmee net onder die armleuning van 57 cm, wat de hoogte is waarop je een glas wegzet zonder te kijken.
Wanneer die 15 graden niet opgaat
De hoek naar de bank gaat ervan uit dat mensen met elkaar praten. Zodra de stoel een andere hoofdtaak heeft, vervalt de regel.
Zit je er vooral televisie te kijken, richt hem dan op het scherm en niet op de bank. Meer dan zo'n 30 graden uit de as van de televisie en je zit de hele avond met een gedraaide nek.
Bij een hoekbank ligt het anders. De twee armen van de bank vormen die gespreksrichting al; een fauteuil die daar nog eens schuin bij komt maakt een derde richting en snijdt vaak precies de doorloop af. Zet hem in dat geval aan het open uiteinde van de korte poot, recht en parallel aan de bank.
En in een kamer smaller dan 3,20 m kost een gedraaide stoel je twee driehoekjes ruimte die je nergens anders terugkrijgt. Recht is dan geen compromis maar gewoon de betere keuze.
Wat je in geen enkele opstelling moet doen: de fauteuil met de rug naar de deur of naar de rest van de kamer zetten. Dat lost een plattegrond op papier vaak mooi op, en het voelt bij binnenkomen iedere keer alsof je iemand in de rug aankijkt.
Bekijk alle fauteuils en loungestoelen
Bekijk de collectie


