Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Buitenverlichting bij de voordeur en op het terras

De meest gestelde vraag over buitenverlichting is ook de simpelste: op welke hoogte hangt die lamp naast de voordeur. Het antwoord staat hieronder, met daarna wat er verder aan tafel komt zodra het donker wordt. Waarom een felle lamp bij de deur minder laat zien in plaats van meer, wat het licht eigenlijk moet aanwijzen, en hoe je voorkomt dat je tuindeur 's avonds in een zwarte spiegel verandert.

NNoenoes team6 min leestijd
Houten terras met ronde eettafel, gevlochten stoelen, parasol en een staande buitenlamp, uitkijkend over weiland

Op welke hoogte hangt een lamp naast de voordeur

Het midden van de lamp op ongeveer 160 tot 170 cm boven de stoep. Dat is net boven ooghoogte van iemand die voor de deur staat, zodat je niet recht in de lichtbron kijkt en je eigen schaduw niet over het slot valt. Hangt de lamp lager, dan schijnt hij in het gezicht van je bezoek. Hangt hij op 210 cm, dan verlicht hij vooral je schoenen.

Zet hem aan de kant van het slot, ongeveer 20 tot 30 cm naast de deurpost. Bij een dubbele deur of een brede gevel werken twee lampen symmetrisch aan weerszijden, mits er ook echt ruimte voor is: onder de 60 cm muur tussen deurpost en raam wordt dat druk.

Voor de hoogte binnenshuis geldt een andere maat, en die staat uitgewerkt in wandlampen ophangen op de juiste hoogte. Buiten mag de lamp iets hoger dan binnen, omdat het straatniveau vaak een drempel of trede lager ligt dan de dorpel.

Waarom fel licht bij de deur averechts werkt

Meer lumen geeft niet meer zicht. Je oog stelt zich in op het felste punt in het beeld, en zodra dat punt de lamp zelf is, wordt alles eromheen donkerder. Een sterke schijnwerper boven de deur maakt de tuin ernaast tot een zwart gat, terwijl je juist daar iets wilt kunnen zien.

Twee dingen helpen. Kies een armatuur waarbij je de lamp zelf niet ziet branden, dus met een gesloten of matte kap in plaats van een heldere glazen bol. En houd de kleurtemperatuur warm: rond 2200 tot 2700 kelvin ziet de gevel er 's avonds uit zoals hij bedoeld is, terwijl 4000 kelvin baksteen grauw maakt en beton blauw. Wat die getallen precies betekenen staat in kleurtemperatuur en kelvin.

Een tweede fout is bewegingsmelders die op alles reageren. Zet de gevoeligheid zo dat een fietser op straat de lamp niet aanzet, anders staat je gevel de halve avond te knipperen en went iedereen eraan.

Er is nog een reden om terughoudend te zijn met sterkte, en die heeft met de buren te maken. Licht dat over de erfgrens schijnt komt bij iemand anders door het slaapkamerraam naar binnen. Een armatuur dat het licht naar beneden richt in plaats van in het rond blijft binnen je eigen perceel, en dat scheelt meer gesprekken dan je zou denken.

Wat het licht moet aanwijzen

Buitenverlichting heeft drie taken, en in die volgorde. Ten eerste: het slot, zodat je met een sleutel in het donker niet hoeft te zoeken. Ten tweede: het huisnummer, want een bezorger of taxi moet het vanaf de weg kunnen lezen. Ten derde: hoogteverschillen, dus de traptrede, de opstap naar het pad en de rand van het terras.

Meet het even na voordat je iets ophangt. Als het pad vanaf het tuinhek 8 meter lang is en de enige lamp bij de deur hangt, loop je zes van die acht meter in het donker. Lage lampjes langs het pad lossen dat op, en die hoeven niet fel te zijn. Reken op modellen van 20 tot 40 cm hoog, om de anderhalve à twee meter een stuk, en zet ze aan één kant van het pad in plaats van in twee rijen: één rij leest als een lijn, twee rijen als een landingsbaan.

Een tweede maat die het vaak fout doet is de trede. Zet de lichtbron nooit recht boven een trap, want dan werpt je eigen lichaam een schaduw precies op de plek waar je je voet neerzet. Van opzij of van onderaf, tegen de stootborden, werkt beter.

Wat je niet hoeft te verlichten: de complete gevel, de schutting en de hele tuin tegelijk. Uitgelicht groen op één plek geeft meer diepte dan alles gelijkmatig aan. Kies één boom, één haagpartij of één muurvlak en laat de rest donker; dat donker is wat het verlichte deel zijn effect geeft.

Van de hal naar buiten: de overgang doorlopend maken

Hier zit de ingreep die het meest oplevert en het minst kost. Als het binnen fel is en buiten donker, verandert je raam of glazen deur 's avonds in een zwarte spiegel. Je ziet je eigen woonkamer terug in plaats van de tuin, en het huis voelt kleiner dan overdag.

Dat los je op door de sprong in helderheid kleiner te maken. Zet in de hal geen plafondlamp op vol vermogen aan maar iets zachts op wandhoogte, bijvoorbeeld de wandlamp Magly van 40 cm hoog die maar 12 cm uit de muur steekt en dus in een smalle gang niet in de weg hangt. Buiten zet je iets aan dat ongeveer even zacht is. Twee zachte lichtbronnen aan weerszijden van het glas geven een doorlopend beeld; één felle binnen en niets buiten geeft een spiegel.

Werk je met dimmers, dan is dit precies waarvoor ze bedoeld zijn: 's avonds gaan hal en buitenlicht samen naar beneden. In dimmen in huis staat welke lampen dat wel en niet aankunnen.

Hetzelfde principe geldt voor de entree overdag: hoe je de hal zelf inricht zodat die overgang klopt, lees je in de kapstok en de entree.

Het terras in drie lagen

Op het terras werkt licht net als binnen: één lichtbron is te weinig, en alles op dezelfde hoogte wordt vlak. Bouw het op in drie lagen.

De hoogste laag staat op ooghoogte of hoger en geeft de ruimte zijn grens. Een staande lamp doet dat het beste. De buiten vloerlamp Lunar is 152 cm hoog met een kap van 40 cm doorsnee en heeft een geïntegreerd solar systeem, dus er hoeft geen kabel over het terras te lopen. De ronde tray halverwege de staander is groot genoeg voor een glas, wat schelt in tafelruimte.

De middelste laag staat op tafel of net eronder: kaarslicht. Een staand windlicht zoals de Reese van 80 cm hoog past naast een loungebank en houdt de vlam uit de wind, al hoort het mangohouten frame na afloop weer onder een overkapping of naar binnen. Kleinere modellen op de tafel zelf houd je onder 30 cm, anders kijk je er niet overheen. Bij kandelaars en windlichten staan beide formaten naast elkaar; hoeveel je er neerzet en waar staat in windlichten plaatsen.

De onderste laag is de vloer: een lampje bij de trede, bij de rand van de vlonder of onder een plantenbak. Die zie je nauwelijks branden en toch loopt iedereen er veiliger.

Een terras van drie bij vier meter heeft aan één staande lamp, drie tot vijf kaarsen en twee lage puntjes genoeg. Meer lichtbronnen op zo'n oppervlak gaan elkaar tegenwerken, en dan verdwijnt precies het schaduwverschil waar de sfeer in zit.

Wat er 's avonds overblijft

Loop je terras een keer rond als het echt donker is en kijk waar je licht ziet in plaats van verlichte dingen. Elke lichtbron die je recht in het oog schijnt is er een te veel, hoe mooi het armatuur overdag ook is.

Kijk daarna naar de kabels. Een verlengsnoer dwars over de tegels is de meest voorkomende reden dat mensen hun buitenverlichting na twee weken niet meer aandoen. Solar, batterijen en kaarsen hebben dat probleem niet, en voor de vaste punten bij de deur en de trap laat je liever eenmalig een leiding trekken dan dat je elke avond een snoer uitrolt.

En dan de sfeer waar het allemaal om begon: de zithoek zelf. Hoe je die indeelt zodat het licht er ook echt iets te verlichten heeft, staat in een buitenzithoek inrichten.

Bekijk alle verlichting

Bekijk de collectie

Meer stylinginspiratie