Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Interieurtermen uitgelegd: wat betekenen ze precies?

Interieurteksten zitten vol woorden die nooit worden uitgelegd. Focal point, ademruimte, visuele zwaarte, CRI, bouclé, patina: ze staan in productomschrijvingen en in artikelen alsof iedereen ze kent. Hieronder staan 23 van die termen, gegroepeerd op onderwerp en elk in een paar zinnen uitgelegd, met een verwijzing naar het artikel waar de term verder wordt uitgewerkt.

NNoenoes team5 min leestijd
Zwart eiken dressoir met stenen blad, een glazen tafellamp, een windlicht en een abstract schilderij tegen een taupe wand

Woorden over indeling en verhouding

Deze groep gaat over waar iets staat en hoeveel ruimte het krijgt. Het zijn de termen die het vaakst worden gebruikt zonder uitleg, terwijl ze allemaal iets heel concreets aanwijzen.

Focal point. Het punt in een kamer waar je blik als eerste naar toe gaat en waar de rest van de inrichting zich naar richt. In de meeste woonkamers is dat een haard, een groot raam of de wand achter de bank. Elke kamer heeft er één; heeft hij er twee, dan concurreren ze en voelt de ruimte onrustig. Meer daarover staat in het focal point in elke kamer.

Zichtlijn. De rechte lijn die je oog volgt vanaf een vaste plek, meestal de deuropening of je zitplaats op de bank. Wat op die lijn staat, zie je honderd keer per dag; wat er net naast staat, valt niemand op. Zie zichtlijnen vanaf de deur.

Ademruimte. De lege ruimte rond een object die ervoor zorgt dat het als los stuk leesbaar blijft. Een vaas met vijf centimeter lucht eromheen is onderdeel van een groep; dezelfde vaas met dertig centimeter lucht is een object op zich. Uitgewerkt in ademruimte rond een object.

Visuele zwaarte. Hoe zwaar iets oogt, los van wat het weegt. Donkere kleuren, gesloten volumes en massieve materialen ogen zwaar; glas, open onderstellen en lichte tinten ogen licht. Een glazen salontafel van vijftig kilo kan optisch lichter zijn dan een houten krukje. Zie visuele zwaarte.

Zonering. Het opdelen van één grote ruimte in herkenbare gebieden zonder er muren in te zetten, meestal met een vloerkleed, een rugleuning of een verandering in verlichting. In een open woonkeuken is dit de reden dat de eethoek en de zithoek niet in elkaar overlopen.

Uitlijning. Het laten samenvallen van randen die niets met elkaar te maken hebben: de zijkant van een schilderij met de zijkant van het dressoir eronder, de bovenkant van een deurkozijn met de bovenkant van een kastdeur. Het is onzichtbaar als het klopt en storend als het net niet klopt.

Woorden over licht

Bij licht zijn de meeste termen technisch, en ze staan gewoon op de verpakking van de lichtbron. Dit zijn de vier getallen en de twee woorden die je nodig hebt.

Lichtpunt. Elke afzonderlijke lichtbron in een kamer, dus ook een tafellamp of een brandende kaars, niet alleen wat aan het plafond hangt. Een woonkamer die alleen op de plafondlamp draait heeft één lichtpunt en oogt daardoor plat, hoe fel die lamp ook is.

Kelvin. De maat voor de kleur van het licht. Rond 2200 tot 2700 kelvin is warm geel, gewoon daglicht ligt tussen 5500 en 6500 kelvin. Hoe lager het getal, hoe warmer en roder het licht. Voor een woonkamer blijft vrijwel alles onder 3000 kelvin. Zie kleurtemperatuur en kelvin.

Lumen. De hoeveelheid licht die een lamp geeft. Watt zegt sinds led niets meer over de lichtopbrengst, alleen over het verbruik; lumen is het getal dat je vergelijkt.

CRI. De kleurweergave-index, een getal tussen 0 en 100 dat aangeeft hoe echt kleuren onder die lamp overkomen. Onder CRI 80 wordt rood dof en gaan houttinten grauw ogen; vanaf CRI 90 blijven kleuren kloppen. Uitgelegd in kleurweergave en doffe kleuren.

Dimmen. Het verlagen van de lichtsterkte, waarbij een gloeilamp warmer van kleur wordt en veel led-lampen dat níet doen. Daarom voelt een gedimde ledlamp soms kil terwijl hij wel zachter is.

Woorden over materiaal en afwerking

Materiaalnamen zijn de termen die het vaakst als verkooptaal worden gebruikt, terwijl ze meestal iets nauwkeurigs betekenen. Zeven die je in bijna elke productomschrijving tegenkomt.

Bouclé. Een weefsel met kleine lussen in het oppervlak, waardoor het van dichtbij als schapenvacht leest en van veraf als een egale kleur. Het geeft structuur zonder een kleur toe te voegen. De eetkamerstoel Soho van 45 cm breed is bekleed in zo'n bouclé van 100 procent polyester. Zie bouclé als materiaal.

Velvet. Fluweel: een stof met een korte, dichte pool die het licht per kijkrichting anders teruggeeft. Daardoor lijkt een effen velvet kussen twee kleuren te hebben als je eromheen loopt.

Travertin. Een kalksteensoort met open poriën en een gestreepte tekening, ontstaan in bronwater. Hij oogt zachter en matter dan marmer en is poreus, dus vlekgevoeliger. Het travertine dienblad van 30,5 bij 23 cm laat die typische korrel goed zien.

Resin. Gegoten kunsthars. Doordat het vloeibaar in een mal gaat, kan het vormen aannemen die in steen niet te maken zijn, en is elk stuk in tekening net anders. De schaal Lotus van 36 cm doorsnede is er een voorbeeld van. Meer over het verschil met keramiek en glas staat bij de dienbladen en schalen.

Fineer. Een dunne laag echt hout op een drager van MDF of multiplex. Het is echt hout aan de buitenkant, dus de nerf klopt, maar je kunt het maar heel beperkt schuren voordat je door de laag heen bent.

Glansgraad. Hoeveel licht een oppervlak terugkaatst, van mat via zijdeglans naar hoogglans. Mat verbergt oneffenheden en slikt licht; hoogglans laat elke vingerafdruk zien en geeft licht terug. Zie mat, zijdeglans of hoogglans.

Patina. De laag die door gebruik en tijd op een materiaal ontstaat: donkerder wordend hout, doffer wordend messing, zachter wordend linnen. Fabrieksmatig aangebrachte patina, zoals craquelé-lak, is iets anders en herken je aan de regelmaat ervan.

Woorden over stijl

Stijlnamen zijn het slordigst gebruikte deel van het interieurvocabulaire, omdat winkels ze als sfeerwoord inzetten. Vijf die wel een duidelijke inhoud hebben.

Japandi. De combinatie van Japanse soberheid en Scandinavische warmte: weinig objecten, matte materialen, hout en linnen, en leegte die als onderdeel van de inrichting wordt gezien. De achtergrond staat in japandi uitgelegd.

Wabi-sabi. Het Japanse idee dat onregelmatigheid, slijtage en vergankelijkheid schoonheid zijn en geen gebrek. In de praktijk betekent het handgemaakte stukken met een ongelijk glazuur en materialen die mogen verouderen. Zie wabi-sabi in huis.

Mid-century modern. De meubelvormgeving van ruwweg 1945 tot 1965: schuine ranke poten, organische vormen, teak en notenhout, en een zichtbare constructie. Herkenbaar aan het feit dat je onder vrijwel elk meubel doorkijkt.

Warm minimalisme. Minimalisme met natuurlijke materialen en een warm palet in plaats van wit en chroom. Weinig objecten, maar wol, hout en linnen in plaats van gladde vlakken.

Coastal. Een lichte stijl met zeegras, linnen, wit en blauwgrijs, afkomstig uit de Amerikaanse kustinterieurs. Het onderscheidt zich van maritiem doordat er geen ankers, touwen of streepmotieven aan te pas komen.

Veelgestelde vragen

Wat betekent focal point in een interieur?+

Het focal point is het punt in een kamer waar je blik als eerste naartoe gaat en waar de rest van de inrichting zich naar richt, meestal een haard, een groot raam of de wand achter de bank. Elke kamer heeft er één; twee focal points concurreren met elkaar en maken de ruimte onrustig.

Wat is het verschil tussen bouclé en velvet?+

Bouclé is een weefsel met kleine lussen in het oppervlak dat structuur geeft zonder een kleur toe te voegen. Velvet is fluweel: een stof met een korte, dichte pool die het licht per kijkrichting anders teruggeeft, waardoor een effen kussen twee kleuren lijkt te hebben.

Wat betekent kelvin bij lampen?+

Kelvin is de maat voor de kleur van het licht. Rond 2200 tot 2700 kelvin is warm geel, daglicht ligt tussen 5500 en 6500 kelvin. Hoe lager het getal, hoe warmer het licht. In een woonkamer blijft vrijwel alle verlichting onder 3000 kelvin.

Meer stylinginspiratie