Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Bouclé: wat het is en wat je erover moet weten

In vijf jaar tijd is bouclé van een naam die vrijwel niemand kende veranderd in het materiaal dat in elke woonwinkel vooraan staat. Wat het precies is, blijft daarbij meestal onbesproken, en dat is jammer, want de eigenschappen die het populair maken en de eigenschappen waar mensen later spijt van krijgen, komen allebei uit dezelfde plek: de lus. Hieronder staat waar die lus vandaan komt, wat hij doet met licht en slijtage, en waar bouclé in een kamer botst.

NNoenoes team7 min leestijd
Detail van een crèmekleurige bouclé bank met zichtbare lusstructuur, een ronde rolkussen en een bronskleurige bolpoot, tegen een lichte geribbelde wand

Bouclé is de naam van een garen

De verwarring begint bij het woord. Bouclé klinkt als een vezel, zoals linnen of wol, en zo wordt het in winkels ook vaak gebruikt. Het is een garenconstructie. Het Franse werkwoord boucler betekent krullen of een lus vormen, en dat is precies wat er in de spinnerij gebeurt: een basisdraad loopt op normale snelheid, een tweede draad wordt sneller aangevoerd en slaat daardoor lussen, en een derde dunne draad bindt die lussen vast zodat ze blijven zitten.

Wat er in die draden zit, staat daar los van. Bouclé bestaat in wol, in katoen, in viscose, in polyester en in mengsels daarvan. Dat verklaart waarom twee stoelen die allebei bouclé heten totaal anders kunnen aanvoelen en heel verschillend slijten. De bekleding van de meeste betaalbare bouclé meubels is 100 procent polyester, en dat is geen verwijt: polyester houdt de lus beter in vorm dan wol en verkleurt minder snel in de zon.

Vraag bij een stoel of bank dus niet of het bouclé is, maar waar de stof van gemaakt is en hoe dicht de lussen zitten. Die twee gegevens voorspellen samen bijna alles wat er de komende jaren gebeurt.

Waarom je het ineens overal zag

Bouclé is geen uitvinding van de laatste jaren. De Franse ontwerper Jean Royère bekleedde zijn Ours Polaire bank er in 1947 mee, en Eero Saarinen deed hetzelfde met de Womb Chair uit 1948. Die twee stoelen zijn tot vandaag de foto's die iedereen in het hoofd heeft bij het woord.

De comeback rond 2019 en 2020 had een simpele aanleiding. Interieurs werden in die jaren steeds neutraler: witte muren, lichte eiken vloeren, beige banken. Een kamer waarin alle kleur verdwijnt, heeft iets nodig dat licht breekt, anders leest hij als een reeks vlakke vlakken. Bouclé doet dat zonder er kleur bij te halen, en dat is precies waarom het zo snel populair werd in interieurs met een beperkt palet. Dat mechanisme is breder dan dit ene materiaal en staat uitgewerkt in textuur toevoegen zonder er kleur bij te halen.

Daar zit ook de valkuil. Een materiaal dat overal opduikt, komt op een dag ook overal weer weg. Bouclé op een fauteuil of een poef is over tien jaar makkelijk te vervangen; bouclé op een driezitsbank van 2,80 meter is een langere verbintenis.

Chunky, linear en fancy: de lus doet het werk

Bij één en dezelfde leverancier heten de bouclé stoffen vaak natural chunky, natural linear en natural fancy, en dat zijn geen marketingwoorden. Ze beschrijven de grootte en de ordening van de lus, en dat is het enige verschil dat je in de kamer terugziet.

Chunky heeft grove, duidelijk zichtbare lussen. Op een groot volume werkt dat, omdat het oppervlak dan schaal krijgt en niet in het meubel verdwijnt. De lounge stoel Nodo in natural chunky, 63 cm breed en 79 cm diep met een zithoogte van 46 cm heeft een rond, gesloten silhouet, en daar is een grove lus op zijn plek: hij maakt van een bol volume iets dat je kunt aflezen.

Linear is fijner en ligt in banen, waardoor het oppervlak rustiger oogt en meer op een geweven stof lijkt. Op een eetkamerstoel is dat vrijwel altijd de betere keuze, omdat je er zes van in één blikveld zet. De eetkamerstoel Viola in natural linear, 47 cm breed met een zithoogte van 50 cm laat dat zien: zes chunky stoelen rond één tafel worden een kudde, zes linear stoelen blijven een set.

Fancy zit daartussenin: een onregelmatige lus met wisselende dikte, waardoor het oppervlak melerend oogt. Dat is de variant die kruimels en het enkele haartje het best verbergt, en daarom de meest praktische keuze in een huis met een hond.

Er is nog een tweede gegeven dat je met de hand kunt controleren. Duw je duim in de stof en kijk naar de ondergrond. Een geweven drager blijft op zijn plek; een gebreide drager rekt mee en trekt op een armleuning na een paar jaar scheef. In de winkel voel je dat verschil binnen twee seconden, en het zegt meer over de levensduur dan de prijs. Meer van dat soort controles staan in kwaliteit herkennen bij meubels.

De eerste maanden pluist het

Bijna elke nieuwe bouclé pluist, en dat schrikt mensen af omdat het eruitziet als slijtage. In de meeste gevallen is het dat niet. Bij het weven en confectioneren blijven losse vezeluiteinden achter in de stof, en die komen er in de eerste maanden gebruik uit. Ze rollen samen tot balletjes die op het oppervlak blijven liggen.

Dat proces eindigt vanzelf, meestal binnen twee tot vier maanden bij dagelijks gebruik. Haal de balletjes eraf met een ontpluizer op de laagste stand, in korte bewegingen en zonder druk, of stofzuig met een zachte borstelmond zonder kloppende functie. Wat je nooit doet, is een pluk lus optillen en eraan trekken.

Blijft het pluizen na een half jaar even hevig doorgaan, dan is het wel slijtage. Kijk dan waar het gebeurt: op de zitrand en de voorkant van de armleuning, want dat zijn de plekken waar de stof over de vulling schuift.

Trekt er ergens een hele lus uit, dan is dat een andere reparatie. Knip hem gelijk met de rest af en trek nooit aan het uiteinde. Hoe bouclé zich op dat punt verhoudt tot velours, tweed en leer staat uitgebreid in welk bankmateriaal bij je past.

Licht heeft bouclé nodig, en andersom

Een bouclé oppervlak bestaat uit honderden kleine bolle vormpjes, en elk daarvan werpt een schaduwtje. Dat is de hele reden dat een crèmekleurige bouclé stoel warm oogt terwijl een gladde stoel in exact dezelfde crème kil kan aanvoelen.

Die schaduwen ontstaan alleen bij strijklicht, dus bij licht dat scheef over het oppervlak valt. Staat de stoel recht onder een plafondlamp, dan komt het licht van boven en vlakt de structuur juist uit. Zet een bouclé meubel daarom bij voorkeur schuin ten opzichte van het raam, of geef het een lichtbron opzij op ongeveer 40 tot 60 cm van het oppervlak.

In een kamer op het noorden doet bouclé iets eigenaardigs. Het diffuse licht daar geeft nauwelijks schaduw, waardoor de structuur verdwijnt en de crème naar grijs trekt. Warmere kunstverlichting rond 2700 kelvin compenseert dat 's avonds.

Er is een test die twee minuten kost. Zet een schemerlamp op ongeveer een halve meter naast de stoel en doe de rest uit. Zie je de structuur duidelijk oplichten met schaduw aan de onderkant van elke lus, dan staat het meubel goed. Blijft het oppervlak vlak, dan komt het licht te veel van voren of van boven, en verplaats je de lamp een halve meter opzij in plaats van dat je aan het meubel gaat sleutelen.

De stof werkt ook als lampenkap, en dan zie je het effect andersom: het licht komt van binnenuit en de lussen tekenen zich af als een fijn reliëf. Een cilindrische kap van 50 cm doorsnee en 38 cm hoog in bouclé, zoals de lampenkap Marly in lovely cream, geeft daardoor een zachter lichtvlak dan een gladde kap van hetzelfde formaat.

Waarmee bouclé botst

Het grootste risico is niet dat bouclé ergens niet bij past, maar dat het zichzelf tegenkomt. Twee bouclé fauteuils, een teddykussen, een hoogpolig vloerkleed en een gebreide plaid in dezelfde ruimte leveren vijf keer hetzelfde soort oppervlak op, en dan valt de structuur weg die je juist wilde. Houd het in één kamer bij één of twee bouclé volumes.

Waar het wel goed mee samengaat, is alles wat glad en hard is: geborsteld eiken, travertijn, gepolijst metaal, glas, en ook leer. Die combinatie werkt omdat de één licht opneemt en de ander het terugkaatst.

Patroon is de tweede botsing. Bouclé is zelf al onrustig van dichtbij, dus een uitgesproken dessin op een kussen dat erop ligt, wordt visueel lawaai. Effen kussens in een aangrenzende tint of een kussen met een heel ander soort reliëf, zoals geribd velvet, doen het beter.

En let op de schaal. Een poef van 70 cm doorsnee en 45 cm hoog, zoals de ronde poef Kindal in zandbeige bouclé, heeft genoeg oppervlak om de lus te laten zien. Datzelfde weefsel op een voetenbankje van 30 cm leest van twee meter afstand als een egaal vlak, en dan had een gladde stof hetzelfde gedaan voor minder geld. Bij de andere poefs en voetenbanken geldt dezelfde ondergrens: onder ongeveer 50 cm heeft een grove structuur weinig zin.

Bekijk alle fauteuils en loungestoelen

Bekijk de collectie

Meer stylinginspiratie