De fout: eerst de bank kopen, dan pas kijken waar hij past
Bij een gewone rechthoekige kamer kom je daar meestal mee weg. Bij een kamer met vier deuren en drie ramen niet, want daar is niet de vloeroppervlakte de beperking maar de wandlengte, en die twee staan los van elkaar.
Een kamer van 24 m² klinkt ruim. Zitten er twee tuindeuren, een gangdeur, een keukendoorgang en twee ramen in, dan blijft er soms nog geen drie meter aaneengesloten wand over. De bank van 240 cm die op papier prima past, past dan nergens.
Teken de kamer voordat je iets verplaatst
Papier is hier sneller dan slepen. Teken de kamer op schaal, bijvoorbeeld 1 cm op het papier voor elke 20 cm in het echt, en zet er alles in wat vaststaat.
Dus niet alleen de wanden: ook de deuren met hun draairichting, de ramen met de hoogte van de onderdorpel, de radiatoren, de meterkast en de plek van de stopcontacten. Het is een half uur werk en het bespaart drie keer een bank verschuiven.
Streep weg wat geen bruikbare wand is
Ga daarna met een streep door alles wat je niet kunt gebruiken. Een deur die naar binnen draait, kost de volle draaicirkel plus ongeveer 10 cm: bij een deur van 83 cm breed is dat bijna een meter wand die vrij moet blijven.
Een raam met een onderdorpel op 40 cm hoogte is geen wand voor een kast, maar wel voor een bank met een rugleuning van 75 cm, mits die eronder blijft. Een radiator kost de breedte van de radiator plus 10 cm aan beide kanten, anders blaast hij tegen een meubelrug.
Schuifdeuren en dubbele tuindeuren vragen extra aandacht. Een schuifpui heeft geen draaicirkel, dus daar mag een laag meubel vlak voor, terwijl openslaande tuindeuren aan de binnenkant zomaar 80 cm per deurvleugel opeisen. Kijk dus per opening wat hij écht kost in plaats van alle deuren gelijk te behandelen.
Tel op wat er overblijft
Wat er dan nog overeind staat, is je echte wandvoorraad. Meet elk resterend stuk apart en schrijf het op.
Blijft de langste aaneengesloten strook onder de 220 cm, dan is een driezitsbank geen optie meer en kom je uit bij een tweezitter of een hoekopstelling. Welke bankmaat bij welke kamer hoort staat in bank kiezen op kamerformaat. Onder de 150 cm heb je alleen nog ruimte voor een fauteuil of een smalle console.
De bank hoeft niet tegen een muur
De grootste winst in zo'n kamer zit in loslaten dat meubels tegen wanden horen. Een bank die 60 tot 80 cm vrij van de muur staat, maakt de kamer optisch niet kleiner en geeft je ineens een wand terug.
Achter de rug van de bank ontstaat dan een loopstrook. Reken daarvoor op minimaal 60 cm, en op 90 cm als het de hoofdroute door de kamer is; de maten per situatie staan in loopruimte in huis.
Een losstaande bank heeft wel een afgewerkte achterkant nodig, want die is nu zichtbaar vanuit de rest van de kamer. Een smalle tafel van 30 tot 35 cm diep tegen de rug lost dat op en levert meteen een plek voor een lamp op, met het snoer langs de achterkant naar beneden.
Voor een raam mag, met één voorwaarde
Een meubel voor een raam is geen doodzonde. De voorwaarde is de hoogte: blijf onder de onderdorpel, of blijf er hooguit 10 cm boven.
Een bank met een rugleuning van 75 cm voor een raam dat op 90 cm begint, valt volledig weg in het silhouet. Een kast van 180 cm voor datzelfde raam is wel een probleem, want die neemt licht weg en is van buiten zichtbaar. Lage meubels zijn in een kamer vol openingen bijna altijd het antwoord.
De korte muur tussen twee deuren
Bijna elke kamer met veel deuren heeft zo'n stuk: 90 tot 140 cm wand, ingeklemd tussen twee openingen. Te smal voor een kast, te opvallend om leeg te laten.
Drie dingen werken daar. Een smalle console van maximaal 35 cm diep, die niet in de doorgang steekt. Een sofatafel in C-vorm van 36 cm diep en 56 cm hoog, die half onder een zitmeubel schuift en dus nauwelijks vloer kost. Of helemaal niets, met alleen iets aan de wand, wat vaker de betere keuze is dan het lijkt; zie leeg laten is ook inrichten.
Wat de vloer oplost als de wanden niets bieden
Als er te weinig wand is om een zithoek tegenaan te zetten, verplaats je het anker naar de vloer. Een vloerkleed begrenst een zone zonder dat er één muur aan te pas komt.
In een kamer met openingen aan meerdere kanten werkt een ronde vorm vaak beter dan een rechthoek, omdat er geen zijde is die schuin op een deur uitkomt. Een rond vloerkleed van 260 cm draagt een bank met twee fauteuils en houdt tegelijk aan alle kanten loopruimte vrij. Hoe je zulke zones opzet staat in zones maken in een open woonruimte.
Wat je in zo'n kamer beter niet zet
Een grote hoekbank is de eerste die afvalt: die vraagt twee aaneengesloten wanden en die zijn er niet. Een tweede is de vitrine of hoge kast, want die botst met elke deur die opengaat.
Kies liever losse zitmeubels die je kunt draaien. Een lounge stoel van 57 cm breed en 101,5 cm diep met een zithoogte van 44 cm past in een hoek waar een tweezitsbank niet in komt, en kan met de rug naar een doorgang staan zonder dat het raar oogt. Meer modellen met hun maten staan bij de fauteuils en loungestoelen, en hoe je zo'n stoel richt staat in zo staat een fauteuil goed.






