Wat een fase is, en waaraan je ziet dat hij af is
Een fase is af zodra de kamer op dat niveau klopt en er niets tijdelijks meer in staat. Niet als alles er staat wat je uiteindelijk wilt, maar als er niets meer in staat waarvan je denkt: dat vervang ik nog.
Dat onderscheid is de hele truc van gefaseerd inrichten. De meeste kamers die maandenlang onaf voelen, zijn niet leeg. Ze zitten vol met halve oplossingen: een verhuisdoos onder een plaid als bijzettafel, een kaal peertje in het plafond, twee kussens die niet bij elkaar horen. Elk van die dingen zegt tegen je dat de kamer nog moet beginnen.
Een kamer die drie meubels bevat en verder niets zegt dat niet. Die leest als een keuze, ook als het er geen was.
Daarom hoort bij elke fase hieronder een eindpunt: iets wat je kunt aanwijzen, zodat je weet dat je mag stoppen. Voor de volgorde waarin de grote stukken binnenkomen is er een apart stuk, in welke volgorde je een kamer inricht. Dit gaat over de kamer waarin je al woont en het geld dat je nu niet hebt.
Fase 1: het weekend waarin je niets koopt
De eerste fase kost een zaterdag en nul euro, en levert vaak meer op dan de aankoop die je erna doet. Je haalt weg, je verschuift en je maakt schoon, in die volgorde.
Begin met wegzetten. Alles wat los op de vloer staat, alles wat op een meubel ligt zonder er te horen, alle snoeren die niet in gebruik zijn: in dozen, de gang op. De kamer wordt overdreven kaal, en dat is de bedoeling, want je moet even zien wat je werkelijk hebt.
Schuif daarna de zitmeubels los van de wand. Vijf tot tien centimeter is al genoeg om een kamer minder als wachtkamer te laten lezen. Draai de fauteuil naar de bank in plaats van naar het raam, en kijk waar je 's avonds eigenlijk zit; dat is zelden de plek die de indeling voorschrijft.
Zet vervolgens terug wat er echt hoort te staan, en houd de rest twee weken in die dozen. Wat je in die twee weken niet gemist hebt, gaat weg. Hoe ver je daarin kunt gaan staat in een kamer helemaal leeghalen.
Eindpunt van fase 1: de kamer functioneert, er ligt niets op de vloer wat er niet hoort, en elk object dat er staat heeft een reden. Stop je hier, dan heb je een opgeruimde, iets ruimere kamer zonder tijdelijke oplossingen. Dat is geen halve klus, dat is fase 1.
Fase 2: de ene aankoop die de rest vrijmaakt
In fase 2 koop je één ding, en dat is het ding waar je dagelijks omheen werkt. Niet het mooiste ding, en niet het goedkoopste: het ding dat een gewoonte oplost.
Zoek het door een week op te letten wat er misgaat. Om vijf uur in november is de hoek waar je zit donker en gaat het grote licht aan, waar je eigenlijk een lamp naast je stoel wilt. Of je zet je glas op de grond omdat er geen blad binnen handbereik staat. Of iedereen zit op de bank en er is geen tweede zitplek als er visite komt.
Elk van die drie heeft een eigen antwoord. Voor de donkere hoek is dat licht op zithoogte: een vloerlamp van 135 cm staat met de kap net boven je hoofd als je zit, en die ene lamp verandert de avond in een kamer meer dan een nieuwe bank zou doen. Voor het glas op de grond en de ontbrekende zitplek is er één antwoord dat allebei oplost: een ronde poef van 61 cm doorsnee en 50 cm hoog is voetensteun, extra stoel en, met een dienblad erop, een bijzettafel.
Voelt de kamer vooral kaal en galmend, dan is het antwoord textiel op de vloer. Een kleed van 200 bij 300 cm met een pool van 1 cm haalt hoorbaar de scherpte uit een kamer met een harde vloer, en het legt meteen vast waar de zithoek begint en eindigt. Welke maat bij welke opstelling hoort, zie je in het overzicht met vloerkleden.
Koop er in deze fase één. Twee tegelijk kopen betekent dat je de tweede niet hebt uitgeprobeerd in de kamer waar hij komt te staan.
Eindpunt van fase 2: de gewoonte die je stoorde bestaat niet meer. Het grote licht blijft uit, of het glas staat ergens.
Fase 3: de laag die je pas kunt zien als de rest staat
Fase 3 gaat over textiel, decoratie en de wanden, en die komt bewust als laatste, omdat je hier reageert op wat er al staat. Een kussen kopen voordat de bank en het licht kloppen, is gokken op een kamer die nog niet bestaat.
Werk in deze fase per plek, niet per categorie. Eén blad afmaken is meer waard dan van alles een beetje: een glazen vaas van 36,5 cm hoog en 14,8 cm doorsnee met één tak erin op een verder leeg dressoir doet meer dan vijf kleine objecten die samen dezelfde plek vullen.
Houd het tempo laag. Eén ding per maand is genoeg, en een kamer die in een halfjaar groeit verzamelt alleen wat echt bleef hangen. De wanden komen in deze fase het laatst, want een spiegel of een groot kunstwerk hangt pas goed als je weet waar het meubel eronder staat.
Eindpunt van fase 3: er is niets meer wat je bij binnenkomst nog wilt rechtzetten. En als dat er nooit helemaal van komt, is dat geen probleem: fase 3 is de enige fase die eindeloos mag duren.
Hoe je een half ingerichte kamer toch af laat lijken
Een kamer die halverwege is, oogt af zodra je één hoek helemaal afmaakt in plaats van overal een beetje te doen. Dat is de belangrijkste regel van dit hele plan.
Kies de hoek waar je zit: stoel, lamp, iets om een kop koffie op te zetten. Die drie samen lezen als een plek. Diezelfde drie dingen verspreid over de kamer, met een stoel bij het raam en een lamp naast de deur, lezen als restanten.
Laat wanden gerust leeg. Een lege muur is neutraal, een muur met iets tijdelijks erop is een besluit dat je nog moet nemen, en dat zie je elke dag. Waarom leegte werkt staat in leeg laten is ook inrichten.
Wees ook zuinig met de noodoplossing. Een tweedehands kastje om het gat te vullen blijft in de praktijk jaren staan, en het houdt precies de plek bezet waar het goede stuk had moeten komen; die rekensom staat uitgewerkt in waar je in een woonkamer in investeert.
Een laatste hulpmiddel: houd de kleuren smal zolang je in fases werkt. Twee houttinten en twee stoffen kleuren is genoeg. Alles wat je later koopt, past dan vrijwel automatisch bij wat er al staat, ook als er een jaar tussen zit.
Waar dit plan niet opgaat
Gefaseerd inrichten werkt slecht in drie situaties, en het is eerlijker om dat vooraf te zeggen.
Verhuis je binnen een jaar, dan koop je in fase 2 iets voor een kamer die je verlaat. Beperk je in dat geval tot fase 1 en tot spullen die overal passen: een lamp verhuist mee, een kleed op maat van deze kamer meestal niet.
Deel je de kamer met iemand die er anders in staat, dan struikelt fase 1 op het wegzetten. Spreek dan af dat de dozen twee weken in de gang staan en dat er daarna samen wordt beslist, want eenzijdig opruimen kost meer dan het oplevert.
En dan de kamer die ook werkplek is. Daar botst fase 3 met de praktijk: een bureau vraagt om licht op een andere plek en om snoeren die ergens heen moeten, en dat los je beter in fase 2 op dan met decoratie erna. Welke lichtpunten je waar nodig hebt staat in een woonkamer verlichten zonder plafondlamp.
Bekijk alle verlichting
Bekijk de collectie


