Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Kun je inrichten zonder plan? 5 mythes over improviseren

Er zijn twee soorten mensen die vastlopen bij het inrichten van een huis. De eerste koopt niets, omdat het plan nog niet af is. De tweede koopt alles in één weekend en kijkt er een jaar later met gemengde gevoelens naar. Rond dat spanningsveld hangt een handvol overtuigingen die klinken als gezond verstand, maar die in een gewone woonkamer anders uitpakken dan gedacht.

NNoenoes team5 min leestijd
Hoge bronskleurige vaas met gouden takken naast een lichte bank met beige en okerkleurige kussens tegen een zandkleurige wand.

Mythe 1: zonder compleet plan kun je beter niets kopen

Deze aanname komt uit de wereld van de verbouwing, waar hij ook klopt. Bij een keuken of een badkamer liggen leidingen, maatwerk en volgorde vast, en daar is improviseren duur. Voor de inrichting van een woonkamer geldt iets anders: bijna alles is verplaatsbaar, en de meeste beslissingen zijn omkeerbaar.

In de praktijk werkt wachten op het complete plan averechts. Kamers blijven maanden half leeg, mensen zitten op een bank die ze eigenlijk niet meer willen, en het moment waarop alles duidelijk wordt komt nooit, want duidelijkheid ontstaat juist door in de ruimte te wonen. Je ontdekt pas na een paar avonden waar het licht tekortschiet en waar je eigenlijk altijd zit.

Wat wél vastligt en dus wel vooraf doordacht moet worden, is een korte lijst: de plek van de bank ten opzichte van het raam, waar de stopcontacten zitten, en welke deuren open moeten kunnen. Als je die drie kent, kun je de rest gerust gaandeweg invullen. De volgorde waarin je een kamer inricht is daarbij belangrijker dan de compleetheid van het plan.

Mythe 2: los gekochte spullen passen straks niet bij elkaar

Deze vrees is terecht als je op kleur koopt en onterecht als je op materiaal en toon koopt. Kleuren die in de winkel naast elkaar liggen, matchen zelden in je eigen licht. Materialen doen dat wel, omdat hout bij hout blijft en glas bij glas, ongeacht in welk seizoen je het kocht.

Wat samenhang maakt is herhaling van een beperkt aantal materialen en een warme of juist koele grondtoon die je aanhoudt. Koop je in juni een beige kussen met reliëf en in november een plaid in dezelfde toon, dan liggen die er alsof ze samen bedacht zijn. Het sierkussen met chevronpatroon in beige van 50x50 cm en de plaid Nordic Plush in beige van 150 x 200 cm zijn los verkrijgbaar en hebben elkaar niet nodig, maar delen genoeg toon om als één laag te lezen.

De grens ligt bij grote vlakken. Een bank, een vloerkleed en gordijnen bepalen samen zoveel oppervlak dat je die drie beter niet blind na elkaar koopt. Neem daar een staal mee naar huis en leg het bij daglicht naast wat er al ligt. Voor kleinere dingen is dat overdreven voorzichtig.

Mythe 3: een moodboard voorkomt miskopen

Een moodboard laat zien wat je mooi vindt en zegt weinig over wat in jouw kamer past. Dat is een nuttig onderscheid, want de meeste miskopen zijn niet lelijk. Ze zijn te groot, te hoog, te donker voor de hoeveelheid licht, of ze staan in de looproute.

Foto's van interieurs zijn bovendien gemaakt in ruimtes die zelden op de jouwe lijken. Plafonds van meer dan drie meter, wanden zonder radiator, geen enkele deur in beeld. Een kast die daar rustig oogt, domineert in een doorsnee Nederlandse woonkamer van vier bij vijf. Dat merk je niet op een moodboard en wel op de dag van bezorging.

Er is nog een tweede reden waarom een moodboard tekortschiet: het toont alleen de gelukte hoeken. Op zo'n foto zie je nooit de wand met de meterkast, de radiator onder het raam of de plek waar drie kabels omhoog lopen. Precies die plekken kosten in een echte kamer de meeste denktijd, en juist daarvoor levert een verzameling inspiratiebeelden geen enkel antwoord.

Wat beter werkt is meten en aftekenen. Plak de omtrek van een meubel met schilderstape op de vloer en laat het een paar dagen liggen. Loop eromheen, schuif de stofzuiger erlangs, zet de deur open. Combineer dat met een moodboard voor de sfeer en je hebt allebei de kanten te pakken.

Mythe 4: een kamer moet in één keer af

De kamer die in één weekend compleet wordt ingericht, ziet er vaak uit alsof alles uit dezelfde folder komt, omdat dat ook zo is. Interieurs die mensen jarenlang mooi blijven vinden, zijn bijna altijd opgebouwd in lagen: eerst de grote stukken, daarna licht, daarna textiel, en pas op het laatst de kleine dingen.

Er is ook een financiële kant. Alles tegelijk kopen betekent overal hetzelfde budget over verdelen, terwijl een bank die dagelijks gebruikt wordt meer verdient dan een bijzettafel. Hoe je die verdeling maakt staat in een kamer inrichten in fases, inclusief wat je zonder spijt kunt uitstellen.

De laag die het snelst effect heeft is licht. Een kamer met alleen een plafondlamp blijft vlak, ook als de meubels kloppen. Twee of drie lichtpunten laag in de ruimte veranderen de avond meteen, en een kandelaar hoort daarbij: de kandelaar Bryn in champagnekleurig glas is 22 cm hoog en geeft licht op tafelhoogte, waar het zacht valt. In de sierkussens en plaids zit de laag daarna, en die verzet je in vijf minuten als het niet klopt.

Mythe 5: zonder plan krijg je een interieur zonder stijl

Stijl ontstaat door consequent kiezen, en dat kun je net zo goed per aankoop doen als vooraf op papier. Iemand die elke keer opnieuw kiest voor warm hout, ongeverfd linnen en gedempt licht bouwt in twee jaar een herkenbaar interieur op, zonder ooit een plan te hebben opgeschreven.

Waar het misgaat is bij aankopen die uit iemand anders' smaak komen: de trend van dat jaar, het advies van een verkoper, een aanbieding. Die vallen achteraf op als losse elementen. Dat is een kwestie van zelfkennis en heeft weinig met planning te maken. Woon je samen, dan speelt het dubbel; samen inrichten met verschillende smaak gaat daar dieper op in.

Dat consequent kiezen is te oefenen. Leg naast elkaar wat je de afgelopen jaren gekocht hebt en kijk wat er terugkomt: een materiaal, een vorm, een bepaalde tint. Bijna iedereen heeft zo'n rode draad, ook zonder hem ooit benoemd te hebben. Weet je eenmaal welke dat is, dan hoef je in de winkel maar één vraag te stellen, en dat gaat sneller dan het raadplegen van een plan.

Het enige waar je in dit proces streng in moet zijn, is het toelaten van tijdelijke oplossingen die blijven hangen. Een oude kast die er "voorlopig" staat, staat er over drie jaar nog, en bepaalt ondertussen wel welke kleur je verder durft te kiezen. Zet er een datum op of geef hem een plek waar hij geen toon zet.

Veelgestelde vragen

Wat koop je als eerste als je nog geen inrichtingsplan hebt?+

Begin bij de twee stukken die de plattegrond bepalen: de zitplek en de vloerbedekking eronder. Die leggen vast waar de looproutes lopen en hoeveel ruimte er overblijft voor de rest. Verlichting is de logische derde aankoop, omdat een ruimte zonder losse lichtpunten 's avonds altijd vlak blijft, hoe goed de meubels ook zijn.

Hoe voorkom je dat losse aankopen niet bij elkaar passen?+

Houd een beperkt aantal materialen aan en één grondtoon, warm of koel, en laat die terugkomen in alles wat je koopt. Kleur onthouden lukt slecht, dus werk met een foto of een staaltje op je telefoon. Bij grote vlakken zoals een bank, vloerkleed of gordijnen loont het altijd om een staal thuis bij daglicht te beoordelen.

Is het erg om een kamer jarenlang niet af te hebben?+

Nee, de meeste interieurs die als samenhangend worden ervaren zijn over meerdere jaren opgebouwd. Wat wel schaadt is een tijdelijke oplossing die permanent wordt zonder dat iemand er nog naar kijkt. Zet daarom een moment in de agenda waarop je zo'n noodgreep opnieuw beoordeelt en vervangt of accepteert.

Meer stylinginspiratie