Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Een nis in de muur benutten: maten, licht en invulling

In de gang van veel jarendertighuizen zit een nis van een centimeter of zestig breed, waar ooit de telefoon in stond. Nu staat er een plantje in een te klein potje, een stapel post en een lamp die het niet doet. Zonde, want zo'n vak is een van de weinige plekken in huis die al een lijst om zich heen heeft.

NNoenoes team7 min leestijd
Lichte wandtafel met twee zwarte kandelaars en een gouden vaas met paarse bloemen, onder een ronde wandklok in goudkleur.

Meet de diepte voordat je iets koopt

De breedte van een nis zie je in één oogopslag, de diepte niet. En juist die bepaalt wat er in past.

Pak een rolmaat en noteer drie getallen: de breedte tussen de zijwanden, de hoogte van elk vak, en de diepte van voorkant tot achterwand. Meet de diepte op twee plekken, want in oudere huizen loopt een nis vaak een centimeter of twee scheef.

Trek van de diepte altijd 3 tot 5 cm af als werkruimte. Een object dat exact tegen de voorrand staat, ziet er van opzij uit alsof het eruit valt, en je stoot het er bij het stofzuigen af. Een nis van 20 cm diep vraagt dus om objecten tot ongeveer 16 cm.

Wat er per diepte in past

Drie standaardmaten kom je in Nederlandse huizen het vaakst tegen, en ze vragen om heel verschillende spullen.

DiepteWat er comfortabel in pastWat je beter overslaat
15 tot 20 cmFotolijsten, boeken op hun kant, smalle kandelaars, een platte schaalBolvormige vazen, alles wat breder is dan 16 cm
25 tot 30 cmEen vaas van 36 cm breed, een stapel boeken plus een object ervoor, een stolpGrote schalen van 45 cm doorsnede
35 cm en dieperTwee lagen achter elkaar, een lamp, een sculptuur met een voet van 27 cm diepKleine losse spulletjes, die verdwijnen in de schaduw

Twee voorbeelden om die tabel tastbaar te maken. In een nis van 18 cm diep past een kandelaar van 27 cm hoog en maar 7 cm breed probleemloos, omdat hij zijn ruimte in de hoogte pakt en niet in de diepte. Een stolp van 22 bij 22 bij 30 cm heeft daarentegen een vak van minstens 27 cm diep nodig, anders steekt het glas over de voorrand heen en zie je dat vanaf de zijkant meteen.

In een ondiepe nis werkt gelaagdheid niet en in een diepe nis werkt vlak plaatsen niet. Dat klinkt logisch, maar het is de fout die het vaakst gemaakt wordt: kleine dingen in een diep vak, waar ze wegvallen tegen de achterwand.

Vul niet elk vak

Een nis met vier vakken hoeft geen vier ingevulde vakken te hebben. Twee of drie vol en de rest leeg oogt rustiger, en het verschil is meteen zichtbaar.

Bedenk ook dat een nis meestal in het zicht zit vanuit de hele kamer, terwijl een kast pas opvalt als je ernaartoe loopt. Een vol vak trekt daardoor van vier meter afstand al aandacht, en vier volle vakken naast elkaar worden op die afstand één rommelig vlak.

Houd ongeveer een derde van het totale oppervlak vrij. Bij een nis van vier planken betekent dat één plank helemaal leeg, of twee planken die maar half gevuld zijn. Die lege ruimte is geen gemiste kans, hij zorgt ervoor dat wat er wél staat gezien wordt. Er staat een apart stuk over waarom leeg laten ook inrichten is, en in een nis geldt dat nog sterker dan op een open kast, omdat de omlijsting alles wat erin staat al uitvergroot.

Eén groot object tegenover een groepje

De prettigste indeling van een vak is asymmetrisch: aan de ene kant één ding dat groot genoeg is om alleen te staan, aan de andere kant twee of drie kleinere die samen één massa vormen.

Groot genoeg betekent in de praktijk minstens de helft van de vakhoogte. In een vak van 40 cm hoog is een object van 20 tot 30 cm het juiste formaat. Een vaas van 40 cm hoog en 36 cm breed vult daarmee een ruim vak in zijn eentje, terwijl hij in een vak van 30 cm simpelweg niet past.

Dressoir met een oranje vaas en twee zwarte kandelaars in verschillende hoogtes tegen een verweerde wand
Eén hoger object naast een duo van ongelijke hoogte: dezelfde opbouw werkt in een nis net zo goed als op een dressoir

De groep ernaast houd je bij elkaar. Zet de objecten zo dicht bij elkaar dat ze elkaar bijna raken, want ruimte ertussen maakt er weer losse voorwerpen van. Vuistmaat: minder dan 5 cm tussenruimte is een groep, meer dan 15 cm zijn losse dingen.

Speel met hoogte binnen één vak

Objecten van gelijke hoogte naast elkaar lezen als een rij. Verschil maakt er een compositie van, en dat verschil mag groter zijn dan je denkt.

Een set kaarshouders van 20 en 30 cm hoog is precies om die reden zo bruikbaar: het verschil van 10 cm is genoeg om zichtbaar te zijn zonder dat de twee niets meer met elkaar te maken hebben. Zet er iets liggends bij, een boek of een platte schaal, en je hebt drie hoogtes in één vak.

Wat je vermijdt is de trap: hoog, middel, laag netjes aflopend van links naar rechts. Dat oogt geordend maar dood. Zet het hoogste object liever in het midden of net uit het midden.

Er is één maat die vaak wordt vergeten, en dat is de ruimte boven de spullen. Laat minstens een kwart van de vakhoogte vrij, dus in een vak van 40 cm zeker 10 cm lucht boven het hoogste object. Staat alles tot tegen de bovenplank, dan lijkt het vak te klein en de inhoud geperst, ook als er maar drie dingen in staan.

Licht doet meer dan een extra object

Een nis zonder licht is een donker gat in de muur, en dat is zonde van de moeite die je in de invulling steekt.

De mooiste oplossing is een spot of ledstrip boven in het vak, achter de voorrand weggewerkt, zodat je de bron niet ziet maar het licht wel. Kan er niets gemonteerd worden, dan doet een kaars het werk. Een windlicht of kandelaar op de onderste plank verlicht van onderaf en zet de achterwand in reliëf. Kijk voor de plaatsing ook naar de tips over windlichten neerzetten.

Reken bij ingebouwde verlichting op warm licht van rond de 2700 kelvin. Koeler licht laat een nis eruitzien als een vitrine in een winkel, en dat is precies het effect dat je niet wilt in een woonkamer.

De achterwand telt mee

Bij een nis kijk je altijd naar de achterwand, ook als er iets voor staat. Die wand is dus geen restruimte maar de achtergrond van elk object dat je erin zet.

Drie richtingen die werken. Dezelfde kleur als de muur eromheen, waardoor de nis rustig meeloopt met de wand. Een tint donkerder, waardoor de nis diepte krijgt en objecten scherper afsteken. Of materiaal: hout, behang met structuur, een steenstrip. Wat je beter overslaat is een felle kleur, want die vecht met alles wat je er de komende jaren in zet.

Behandel de zijwanden en de bovenkant in dezelfde afwerking als de achterwand. Een nis waarvan alleen het achtervlak is meegeschilderd, verraadt zichzelf zodra je er schuin op kijkt, en dat is nu net de hoek waaruit je een nis in een gang altijd ziet.

Een donkere achterwand vraagt wel om lichte objecten en om licht in het vak, anders wordt het geheel één donkere massa. Bij een lichte achterwand is het andersom: dan mag er juist iets donkers in.

Nissen buiten de woonkamer

De meeste nissen zitten niet in de woonkamer, maar in gangen, badkamers en slaapkamers, en daar gelden net andere regels.

In een hal van 90 cm breed steekt alles wat verder dan 10 cm uitsteekt in de weg. Houd het daar plat: lijsten tegen de achterwand, een schaal voor sleutels, verder niets. In de badkamer is de nis in de douchewand meestal 10 tot 15 cm diep en functioneel bezet; die hoef je niet te stylen. Naast de wastafel is er wel ruimte voor een kaars en een klein object.

In de slaapkamer werkt een nis het best als vervanger van het nachtkastje, met een diepte vanaf 25 cm zodat er een boek, een glas en een lampje op passen. Zet daar niet te veel neer, want alles wat er staat kijk je vanuit bed van dichtbij aan. En loop voor de rest van de kamer nog even langs de decoratieve objecten met de maten van je vakken op papier, dan koop je niet op gevoel maar op centimeters.

Meer stylinginspiratie