Stap een: leg een druppel water op een onopvallende plek
Kies een hoek die niemand ziet. De onderkant van een blad, de binnenzijde van een deur, de zijkant van een pootblok. Leg daar een druppel water neer en wacht tien minuten.
Trekt de druppel in en wordt het hout eronder donkerder, dan is de afwerking open: geolied of gewast. Blijft het bolletje staan en zie je na droogvegen niets, dan zit er lak of een andere harde toplaag op.
Was en olie haal je daarna uit elkaar met je nagel. Kras licht in diezelfde hoek. Blijft er een lichte, wasachtige veeg achter die je met je duim weer wegwrijft, dan heb je was. Gebeurt er niets zichtbaars, dan is het olie.
Nog twijfel? Gewast hout voelt onder je handpalm zacht en satijnig; gelakt hout voelt glad en koel en heeft langs de rand vaak een dun, zichtbaar filmrandje.
Geolied hout: bijwerken hoort bij het meubel
Olie trekt in de vezel en beschermt van binnenuit. Die bescherming raakt dus op, en sneller op de plek waar armen liggen en borden staan dan aan de kopse kant.
Het dagelijkse werk is een uitgeknepen doek en daarna droogwrijven.
Bijwerken doe je met onderhoudsolie voor meubels, in een heel dunne laag, met een pluisvrije doek in de richting van de nerf. Na een kwartier veeg je alles wat niet is ingetrokken er weer af. Doe je dat niet, dan blijft er een kleverig laagje staan dat stof vasthoudt. Reken op vier uur voordat je er weer op eet en op een etmaal voordat je er iets zwaars op zet.
Werk altijd het hele blad bij en niet alleen de sleetse baan in het midden. Op een groot formaat zoals de eettafel Baldwin van 270 cm in mangohout zie je zo'n gedeeltelijke behandeling achteraf als een lichte rechthoek terug.
Gewast hout: dunne lagen, vaker herhaald
Was ligt op het hout in plaats van erin. Dat geeft een zachte, matte glans en een laagje dat vocht kort tegenhoudt. Kort, niet lang.
Gebruik meubelwas of bijenwas, breng die dun aan en poets na tien tot vijftien minuten op tot de glans terugkomt. Twee dunne lagen werken beter dan één dikke: een dikke laag blijft dof en houdt elke vingerafdruk vast. Ruwe plekjes haal je eruit met staalwol 0000, altijd met de nerf mee.
Zeep en was gaan niet samen. Warm water met afwasmiddel lost de waslaag plaatselijk op en laat een vlekkerig blad achter, dus stof af met een droge doek.
Een gewast blad is ook geen plek voor een warm bord. Bijenwas wordt zacht rond de 60 graden, dus een schaal die net uit de oven komt drukt een dof vlak in de laag dat er alleen met opnieuw wassen weer uit gaat.
Gelakt hout: schoonhouden en verder niets
Op lak is olie geen voeding maar vuil. De laklaag is dicht, de olie trekt nergens in en blijft liggen als een film die na een paar weken plakt en dof wordt. Hetzelfde geldt voor glansspray met siliconen: mooi op dag één, streperig daarna, en vervelend als het meubel ooit opnieuw gelakt moet worden.
Wat wel werkt is saai. Een licht vochtige doek, eventueel met een druppel neutraal afwasmiddel, en daarna droogwrijven.
Let vooral op de plekken waar de lak dun wordt. Bij een gelakte console in de hal, zeker in een formaat van 130 bij 78 cm waar je dagelijks langs schuift met tassen en jassen, zijn dat de voorrand en de twee voorste hoeken. Zodra het hout onder een kapotte laklaag nat wordt, tekent dat af als een donkere vlek. Een kleine beschadiging vul je bij met een lakstift in de kleur van het meubel, in dunne laagjes.
De witte kring, en waarom hij per afwerking anders weggaat
Een witte kring is vocht dat is blijven zitten. Waar dat vocht zit hangt af van de afwerking, en dat bepaalt de aanpak.
Bij olie en was zit het in de bovenste laag van de afwerking zelf. Warmte helpt daar: leg een schone katoenen doek over de kring en ga er met een droog strijkijzer op de laagste stand een paar seconden overheen, telkens even kijkend. Blijft er iets staan, wrijf de plek dan bij met een beetje onderhoudsolie of was, in de richting van de nerf.
Bij lak zit het wit in de laklaag. Dezelfde warmtebehandeling werkt vaak, maar korter en met minder hitte, want lak kan blaren.
Een donkere kring is een ander geval. Die zit in het hout zelf en gaat er alleen uit door plaatselijk te schuren en opnieuw af te werken. Bij fineer laat je dat aan iemand die het vaker doet, want zo'n fineerlaag is ongeveer een millimeter dik. Wat je verder per materiaal wel en niet gebruikt, staat in het stuk over meubels onderhouden per materiaal.
Krassen: bijwerken, opvullen of laten zitten
Een ondiepe kras in geolied hout is de vriendelijkste van de drie. Schuur licht met korrel 400 in de richting van de nerf, stof af en breng olie aan. Na twee dunne lagen is er weinig meer van te zien.
In was gaat het net zo, zonder schuren: de was vult de kras en de kleur trekt gelijk.
In lak lukt dat niet, want de kras staat in de film en niet in het hout. Opvullen is dan de enige route, met een retouchestift in dunne laagjes.
En er is een categorie die je gewoon laat zitten. Een salontafel van 140 cm breed en 34 cm hoog, zoals de Sherman met organisch gevormd blad, staat middenin de looproute van de kamer en krijgt tikken van speelgoed, schoenen en tassen. Al die sporen wegwerken kost je elk kwartaal een middag, en massief mangohout wordt er in tien jaar mooier van dan strakker.
Hoe vaak bijwerken, per meubel
| Meubel | Geolied | Gewast | Gelakt |
|---|---|---|---|
| Eettafel, dagelijks in gebruik | 2x per jaar, het eerste jaar 3x | 3 tot 4x per jaar | alleen schoonmaken |
| Salontafel | 1x per jaar | 2x per jaar | alleen schoonmaken |
| Dressoir of kast | 1x per 1 tot 2 jaar | 1 tot 2x per jaar | alleen schoonmaken |
Het schema is een startpunt, geen wet. Een dressoir van 180 cm breed waar een vaas en een lamp op staan, komt jaren toe met afstoffen. Datzelfde meubel in de hal, waar post, sleutels en boodschappentassen landen, vraagt drie keer zoveel. Kijk daarnaast waar het blad van gemaakt is: tussen alle eettafels zitten bladen in massief mangohout, in eiken en in fineer op MDF, en die drie reageren niet hetzelfde op een fles onderhoudsolie.
Wat op geen enkele afwerking thuishoort
- Allesreiniger en ammoniak. Ze tasten olie en was aan en maken lak op den duur dof.
- Azijn en citroen. Zuur laat op hout doffe plekken achter en op natuursteen nog veel meer, zoals in marmer en natuursteen onderhouden staat.
- Schuurmiddel en melaminesponsjes. Die halen vuil en afwerking in dezelfde beweging weg.
- Een stoomreiniger. Heet vocht onder druk zet naden open en laat fineer opbollen.
- Antislipmatjes en rubberen dopjes die weken op één plek liggen. De weekmakers uit rubber reageren met lak en laten een afdruk achter.
- Een natte vaatdoek die blijft liggen. Op olie en was is vijf minuten al genoeg voor een kring.
De eerste maanden van een nieuw houten meubel
Nieuw hout verkleurt, en het snelst in het begin. Mangohout donkert na, eiken wordt in daglicht juist lichter en geler. Staan er twee soorten in dezelfde kamer, dan groeien ze in die eerste maanden dus naar elkaar toe of juist uit elkaar; welke combinaties dat aankunnen staat in twee houtsoorten combineren.
Leg daarom niet meteen een loper of een placemat halverwege een nieuw blad. Het hout eronder houdt de oorspronkelijke kleur terwijl de rest bijkleurt, en dat verschil zie je jaren later nog. Bij een lang blad dat aan één kant meer zon vangt, helpt het om de tafel het eerste jaar een paar keer om te draaien.
De verwarming is de tweede factor. In een verwarmde kamer zakt de luchtvochtigheid in januari makkelijk onder de 40 procent en dan krimpt massief hout. Zet zulke meubels niet pal tegen een radiator en houd de lucht rond de 50 procent. Dat scheelt meer dan welke fles olie ook.









