Welke stof heb je, en wat mag erop?
Het antwoord hangt volledig af van de vezel en de weefselstructuur, niet van de kleur of de prijs. Hieronder de zeven bekledingen die in Nederlandse woonkamers het meeste voorkomen, met per stof wat er wel en niet mee mag.
| Stofsoort | Meest voorkomende code | Stofzuigen | Vlek aanpakken met | Grootste valkuil |
|---|---|---|---|---|
| Polyester en microvezel | W of WS | zachte mond, normale stand | schuim van textielmiddel, deppen | te veel water tegelijk |
| Bouclé | W of WS | zachte mond, lage stand, geen borstel | droge doek, daarna schuim | lussen trekken los aan een borstel of nagel |
| Chenille | W of WS | zachte mond, lage stand, mee met de vleug | deppen, niet wrijven | de pool gaat glimmen op zitplekken |
| Tweed en geweven melange | W of WS | normale stand, ook in de naden | schuim, van buiten naar binnen | kruimels zakken diep in het weefsel |
| Velvet | S of X | zachte borstelmond, laagste stand | droge doek, bij S een oplosmiddel | water laat een blijvende rand achter |
| Linnen en katoen | W | zachte mond, normale stand | veel deppen, daarna uitwerken tot een naad | droogt met een kringrand |
| Wol en wolmix | WS | zachte mond, lage stand | koud water en deppen | warm water laat de vezel krimpen |
Twee dingen vallen op in die kolom met valkuilen. De eerste is dat vrijwel elke fout met vocht te maken heeft. De tweede is dat de gevoeligste stoffen niet de duurste zijn, maar de stoffen met de langste vezel aan de buitenkant.
De code op het label gaat vóór deze tabel
Zoek altijd eerst het labeltje. Bij een poef zit dat aan de onderkant of onder de afneembare zitting, bij een bank onder de zitting of aan de binnenkant van een hoes bij de rits.
Vier codes komen voor. W staat toe dat je een middel op waterbasis gebruikt, S betekent uitsluitend een oplosmiddel, WS laat beide toe en X betekent stofzuigen en borstelen en verder niets. Staat er geen label meer op, ga dan uit van S; dat is de veiligste aanname omdat water op de meeste stoffen de schade veroorzaakt die je niet kunt terugdraaien.
Velvet is het geval waarin de code het zwaarst weegt en waarin er het meeste misgaat. Wat daar precies mag en wat niet staat uitgewerkt in velvet en fluweel onderhouden.
Stofzuigen doet meer dan alle middelen samen
Zand, stof en kruimels zakken tussen de vezels tot op het grondweefsel en werken daar als schuurpapier zodra er iemand gaat zitten. Wat je als slijtage ziet, is meestal die schuring en niet het gebruik zelf.
Eens per een of twee weken is voldoende voor een meubel dat dagelijks wordt gebruikt. Gebruik een zachte mond en let vooral op de naden, de biezen en de overgang tussen zitting en rug, want daar verzamelt zich het meeste en daar kom je met een brede mond niet bij.
Bij een stof met lussen aan de buitenkant, zoals de grove bouclé van de poef Jace van 65 cm doorsnee en 40 cm hoog, laat je elk mondstuk met een draaiende of kloppende borstel staan. Zo'n borstel pakt de lussen en trekt ze uit het weefsel, en een losgetrokken lus komt er nooit meer in.
Zuig ook de onderkant en de zijkanten mee. Bij een poef is dat de helft van het oppervlak, en het is precies de helft die niemand ooit doet.
Een verse vlek: de eerste tien minuten
Snelheid telt zwaarder dan het middel. Een verse vlek zit nog in de bovenste vezellaag; een dag later zit hij in het grondweefsel en heb je een heel ander probleem.
De volgorde is altijd dezelfde. Neem eerst zoveel mogelijk op met een droge witte doek, deppend en niet wrijvend. Werk van de schone rand naar het midden, anders duw je de vlek elke keer een stukje groter. Gebruik pas daarna een middel, en alleen het schuim ervan, nooit de vloeistof zelf.
Test dat middel eerst op een verborgen plek en laat het daar een etmaal drogen. Bij een poef Cupid van 43 bij 51 cm met een afneembare zitting is de onderkant van die zitting daar de aangewezen plek voor: hij is bekleed met dezelfde geweven chenille en niemand ziet hem ooit.
De laatste stap slaat bijna iedereen over. Werk het vochtige gebied uit tot aan een naad, zodat er geen scherpe kringrand midden op een vlak achterblijft. Dat is de reden dat een schoongemaakte plek er soms slechter uitziet dan de vlek zelf.
Poefs en voetenbanken slijten op andere plekken dan banken
Op een bank slijt de zitting en het bovenste deel van de armleuning. Op een poef gebeurt het aan de zijkant, op ongeveer schoenhoogte, en dat is een verschil dat weinig mensen zien aankomen.
Een poef vangt hakken, zolen, het onderstel van een stofzuiger en de poten van kinderen die eroverheen klimmen. Bij een breed model als de poef Noah van 120,5 cm breed en 44 cm hoog is de zijkant een flink oppervlak, en daar komt vrijwel al het vuil binnen. Draai zo'n poef daarom twee keer per jaar een kwartslag, zodat niet altijd dezelfde zijde naar de bank wijst.
Een tweede verschil zit in de bovenkant. Een poef staat vaker vol dan een bank: een dienblad, een boek, een laptop, en bij visite een glas. Zet daar iets hards tussen in plaats van er direct op te zetten, want een natte glasbodem laat op een geweven stof binnen een minuut een ring achter.
Modellen met opbergruimte hebben er nog één bij. De rand waar het deksel op rust, schuurt bij elke opening langs de bekleding. Bij de poefs en voetenbanken staat per model of de zitting los ligt of scharniert, en een losse zitting is op dat punt duurzamer.
Wanneer je ermee stopt en iemand belt
Er zijn vier situaties waarin zelf doorgaan het duurder maakt: inkt, make-up, een vlek die na één poging is uitgelopen, en elke vlek op een stof met een X-label.
De reden is dat een tweede poging het weefsel vrijwel altijd verder aantast en dat een professionele reiniging daarna minder kans van slagen heeft. Dat is dezelfde afweging als bij de rest van het huis: alles wat omkeerbaar is doe je zelf, alles wat je maar één keer goed kunt doen niet. Die grens is verder uitgewerkt in wat je zelf doet en wat je beter uitbesteedt.
Voor het gewone ritme is er weinig nodig. Stofzuigen om de week, kussens omdraaien, twee keer per jaar de zijkanten en de naden nalopen. De rest van het onderhoud aan meubels staat in meubels onderhouden, en voor losse hoezen en vullingen in sierkussens en plaids onderhouden.





