Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Een jaren 30-woning inrichten met de details die er al zijn

Een huis uit de jaren dertig komt met een lijst aan details die je niet zelf hebt gekozen: een schouw waar geen kachel meer in gaat, glas-in-lood in het bovenlicht, plinten die hoger zijn dan je gewend bent, en twee kamers die met en-suitedeuren aan elkaar hangen. Ze bepalen meer van de inrichting dan welk meubel dan ook. De vraag is niet hoe je ze wegwerkt, maar welke je laat spreken.

NNoenoes team5 min leestijd
Consoletafel met zwart marmeren blad op een geribbeld onderstel met vier bogen in geborsteld goud

Maak eerst de inventaris op

Voordat er ook maar iets binnenkomt, is het de moeite waard om een rondje door het huis te lopen en op te schrijven wat er nog origineel is. In een gemiddelde jaren 30-woning kom je een deel van deze lijst tegen: paneeldeuren met een hoge kruk, een bovenlicht met glas-in-lood, een schouw in de zijwand, plinten van vijftien tot twintig centimeter, een kroonlijst tegen het plafond, een erker aan de straatkant en een tochtportaal bij de voordeur.

Schrijf er meteen bij wat later is toegevoegd. Een gestucte schouw zonder profiel, een vlakke deur uit de jaren tachtig, een verlaagd plafond in de keuken: dat zijn geen details om te koesteren, dat zijn ingrepen van een vorige bewoner. De inrichting wordt eenvoudiger zodra je dat onderscheid hebt gemaakt, omdat je dan weet welke elementen aandacht verdienen en welke gewoon in de achtergrond mogen verdwijnen.

Eén ding valt bij die inventarisatie bijna altijd op: er zijn te veel elementen die om aandacht vragen. Dat is precies waarom een jaren 30-kamer zo snel druk wordt.

De hoogte is het cadeau, niet het probleem

Beneden zit je in zo'n huis vaak op een plafondhoogte tussen 2,90 en 3,20 meter. Dat is bijna een halve meter meer dan in een moderne woning, en het is de eigenschap waar je het meeste aan hebt.

Die hoogte vraagt wel iets terug. Meubilair dat in een nieuwbouwkamer precies goed staat, oogt hier laag en verloren, en een kamer die alleen op kniehoogte is ingericht laat de bovenste meter leeg. Het antwoord ligt zelden in hogere kasten. Het ligt in een tweede laag op ooghoogte en hoger: kunst die hoger hangt dan je gewend bent, een spiegel boven de schouw, gordijnen die vanaf de kroonlijst vallen in plaats van vanaf het kozijn.

Wandlicht helpt hier meer dan waar dan ook. Een wandlamp met glazen veren van 31 cm hoog en 30 cm diep hangt op ongeveer 1,70 meter en vult precies de zone tussen meubel en plafond die anders donker blijft. Twee ervan naast een schouw doen meer voor de kamer dan een extra staande lamp in de hoek. De hele reeks wandlampen werkt in dit type huis goed, omdat de muren dik genoeg zijn om een leiding te dragen en er vaak al oude wandpunten zitten.

De plinten spelen ook mee. In het stuk over plint en lijstwerk staat waarom een hoge plint een kamer juist rustiger maakt: hij geeft de wand een duidelijke onderkant. Schilder hem niet weg in dezelfde kleur als de vloer, en zaag hem al helemaal niet af.

En-suite: twee kamers, één ritme

De en-suite is het lastigste element van het huis. Twee kamers achter elkaar, met een dubbele deur ertussen en aan weerszijden vaak een kast of een schouw. De verleiding is om beide kamers hetzelfde in te richten, en dat werkt zelden.

Wat wel werkt is één doorlopende lijn en twee verschillende functies. De doorlopende lijn zit in de vloer, in de wandkleur en in het materiaal dat je in beide kamers terug laat komen. De functies mogen ver uit elkaar liggen: eten aan de voorkant en zitten aan de tuinkant, of andersom.

De wand naast de en-suitedeuren is de plek waar een laag, breed meubel het meeste oplevert. Een consoletafel met een zwart marmeren blad van 160 cm breed en 76 cm hoog past onder de meeste doorgangen door en houdt de wand vrij van hoge volumes. De bogen in dat onderstel rijmen bovendien met het rondlopende bovenlicht dat je in deze huizen tegenkomt, wat een prettiger echo geeft dan een kopie van een oud model.

Aan de tuinzijde staat vaak de eettafel. Een ronde vorm is daar het meest vergevend, omdat de deuropening dan van twee kanten benaderbaar blijft. Een ronde eettafel van 130 cm met een linnen blad onder glas en een eiken rand laat vier tot vijf mensen aanschuiven zonder dat de doorloop dichtslibt. Of je daar zes gelijke stoelen omheen zet of een mengeling, is een keuze op zich; het artikel over stoelen mengen aan de eettafel legt uit wat er gelijk moet blijven om dat te laten kloppen.

Modern meubilair tegen oude lijnen

Veel bewoners van een oud huis komen op enig moment bij dezelfde vraag: moet het meubilair er dan ook oud uitzien? Nee. Een huis vol replica's uit dezelfde periode wordt een decor, en decor veroudert sneller dan een gemengd interieur.

Wat wél helpt is letten op de lijnen die het huis zelf gebruikt. Paneeldeuren, glas-in-lood en kroonlijsten werken met rechthoeken, met een terugliggend vlak en met een enkele ronding in het bovenlicht. Meubels die op die taal aansluiten zonder hem na te doen, vallen op hun plaats: een geribbeld front, een boog in een onderstel, een rand die terugspringt.

Materiaal doet de rest. Massief hout, natuursteen, gepatineerd messing en wol hebben allemaal een oppervlak dat licht opneemt in plaats van terugkaatst, en dat past bij de wat zachtere lichtval in een huis met kleinere ramen. Hoogglans en spiegelend chroom hebben het hier zwaarder. In modern klassiek interieur staat uitgebreider hoe die mix van oud kader en nieuw meubel is opgebouwd.

Kies wat er mag opvallen

Hier komt de inventaris uit de eerste sectie terug. In één kamer kunnen niet alle details tegelijk de hoofdrol spelen. Een schouw, glas-in-lood, een kroonlijst, een erker en een paneeldeur die allemaal in contrastkleur zijn gezet, vechten met elkaar en met je meubels.

Kies er per kamer één die je aanzet, en houd de rest in de kleur van de wand. Vaak is dat de schouw, omdat die toch al het middelpunt van de zijwand vormt. Soms is het het bovenlicht, dat vanzelf oplicht zodra de hal donker is. In een erker is het meestal het raam zelf, en in het stuk over de erker inrichten staat wat er dan wel en niet voor het glas mag staan.

De rest van de kamer wordt daar rustiger van, en de details die je stil houdt verdwijnen niet. Ze doen wat ze al negentig jaar doen: ze geven de kamer een lijst, ook als je er niet naar kijkt.

Meer stylinginspiratie