Vier maten bepalen of een boekenkast in jouw kamer klopt: de hoogte ten opzichte van het plafond, de diepte van de planken, de afstand tussen die planken en de breedte van de wand waar hij tegenaan gaat. Stijl komt daarna. Hieronder staat per maat wat er te kiezen valt, met de afmetingen van kasten uit onze eigen collectie kasten als ijkpunt.
Hoogte: meet de ruimte boven de kast, niet de kast zelf
De vraag is niet hoe hoog de kast is, maar hoeveel lucht er boven blijft. Nieuwbouwwoningen in Nederland halen meestal net iets meer dan 260 cm plafondhoogte; jaren dertig en vooroorlogse huizen zitten vaak tussen 280 en 320 cm.
Zet daar een kast van 220 cm tegenaan, zoals de wandkast Ellington in brown met zijn zes ovale planken, en er blijft in nieuwbouw ongeveer 40 cm over. Dat is precies de strook die het meubel laat ademen: hoog genoeg om de kast statig te maken, laag genoeg om nog niet als inbouw te lezen. Onder de 20 cm restruimte gaat het mis. Dan lijkt de kast klem te zitten en zie je elke scheve millimeter in het plafond terug.
In een oud huis met 300 cm werkt diezelfde kast anders. Er blijft dan 80 cm leeg boven, en die leegte moet je opvangen: een schilderij aan de zijwand op dezelfde ooghoogte, of een tweede kast ernaast zodat het blok breder wordt en de verhouding kantelt van hoog-en-smal naar breed-en-rustig.
Een lagere kast is geen verlies. De wandkast Waldorf in brown blijft op 200 cm en heeft toch zes open legplanken, omdat de vakken minder hoog zijn. In een kamer van 250 cm plafond leest die kast rustiger dan een exemplaar van 220 cm, terwijl je nauwelijks plankmeters inlevert.
Diepte: waar boeken eindigen en objecten beginnen
Voor gewone romans en paperbacks is 20 cm plankdiepte genoeg. Het probleem zit bij de boeken die je wilt laten zien. Een fotoboek als de Louis Vuitton Catwalk meet 28,5 x 19,5 x 5 cm; liggend op een plank vraagt dat bijna 30 cm diepte, en dan steekt de rug nog net niet uit.
Reken daarom met drie dieptes:
- 20 tot 22 cm: paperbacks, staand, één rij. Ondiep genoeg om in een hal of smalle werkkamer weg te vallen.
- 25 tot 30 cm: het bruikbare midden. Hier passen hardcovers staand, koffietafelboeken liggend, en een vaas of schaal ervoor zonder dat het geheel wankelt.
- 35 cm en dieper: displaykasten. Boeken verdwijnen naar achteren, maar sculpturen, mandjes en dozen krijgen ruimte.
Let bij de middelste categorie op wat er nog vóór de boeken past. Een schaal of vaas van 20 cm doorsnee heeft op een plank van 25 cm nauwelijks bewegingsruimte en komt tegen de ruggen aan te staan. Op 30 cm diepte houd je een vrije strook van tien centimeter over, en dat is genoeg om objecten iets uit het lood te zetten zodat de plank niet als een etalage in het gelid staat.
De diepte bepaalt ook hoe zwaar de kast oogt in de kamer. Elke tien centimeter extra diepte is tien centimeter minder loopruimte, en dat merk je vooral in kamers onder de vier meter breed. In hoeveel loopruimte je in huis nodig hebt staat waar die grens precies ligt.
De ruimte tussen twee planken
De meeste teleurstelling zit hier. Een kast met vaste planken heeft doorgaans vakken van 30 tot 35 cm hoog, en dat is krap voor alles wat groter is dan een pocket. Een koffietafelboek van 30 cm hoog past staand pas in een vak van minimaal 33 cm, en dan moet je hem er nog met twee handen uit wrikken.
Wat werkt in de praktijk:
| Vakhoogte | Wat erin past |
|---|---|
| 28 tot 32 cm | paperbacks, kunstboekjes, kleine dozen |
| 33 tot 38 cm | hardcovers staand, boeken plat gestapeld, een schaal |
| 40 cm en hoger | vazen, kunstplanten, sculpturen, mandjes |
Een kast waarin alle vakken even hoog zijn, oogt bijna altijd braaf. Kasten met wisselende vakhoogtes lossen dat vanzelf op. De wandkast Rigley in charcoal van 218 cm doet dat met een spiegelende achterwand erbij, waardoor de kast het licht dat op de planken valt terugkaatst in plaats van het te slikken.
Zijn de planken verstelbaar, dan is het advies simpel: maak het onderste vak het hoogst en werk naar boven toe af in kleinere vakken. Zwaar staat laag, licht staat hoog, en het oog leest dat als stabiel.
Boeken houden zichzelf overeind zolang een plank vol staat. Bij een half gevulde plank heb je steun nodig. De boekenstandaards Fancy in zwart marmer zijn 16,5 cm hoog en 15 cm diep, dus ze verdwijnen achter de boeken die ze dragen en steken niet buiten een plank van 20 cm uit.
Open, gesloten of allebei
Een volledig open kast is de eerlijkste keuze en de zwaarste. Alles wat erin staat is decoratie, ook je ordners en je router. Reken op minstens een derde lege ruimte, anders wordt de kast een muur van ruggen. Hoe je die vakken daadwerkelijk indeelt staat in een boekenkast vullen en stylen.
De gemengde variant is voor de meeste woonkamers praktischer. De opbergkast Tivoli in white van 210 cm heeft drie open legplanken boven en twee deuren onder, met een spiegel aan de achterzijde van het open deel. Alles wat rommelt gaat achter de deuren, alles wat mag meedoen staat in het zicht. De verhouding van ongeveer een derde gesloten en twee derde open is de veiligste: genoeg berging om de kamer opgeruimd te houden, genoeg opening om het meubel licht te laten blijven.
Wil je meer bergen dan tonen, dan kantelt die verhouding. De wandkast Carter in brown is 180 cm breed en 220 cm hoog, met een onderkast van vier deuren en vier open legplanken erboven. In een woonkamer zonder berging elders is dat vaak de reddende oplossing.
Breedte en de wand eromheen
Een boekenkast moet aan de wand ademruimte houden. Laat aan elke kant minimaal 15 cm vrij tot een deurpost, een raamkozijn of de volgende kast, anders leest de rij als een halfslachtige inbouwwand.
Bij een kast van 180 cm breed betekent dat een wandvlak van ongeveer 210 cm. Heb je meer wand, dan is twee smalle kasten naast elkaar meestal rustiger dan één brede: de verticale lijn tussen beide kasten geeft ritme, en je kunt de twee verschillend vullen zonder dat het rommelig wordt. Twijfel je tussen een boekenkast en een gesloten kastmodel, dan helpt de afweging bij een kast voor de woonkamer om die keuze eerst te maken.
Tegenover een raam vraagt de kast om een extra controle. Zet je hem op de wand recht tegenover het licht, dan valt er de hele dag zon op de ruggen en verkleuren papieren omslagen binnen een paar seizoenen. Op de wand naast het raam, met het licht strijkend over de planken, blijven boeken beter en krijgen objecten bovendien schaduw, wat ze veel meer diepte geeft dan frontaal licht.
Nog een maat om mee te nemen: de hoogte van de stopcontacten en de plaats van de radiator. Een kast tot op de vloer over een radiator heen is een gegarandeerd warmteprobleem: houd zeker 10 cm boven het element vrij, anders blijft de warme lucht in het meubel hangen. Een stopcontact achter een dichte onderkast is vanaf dag één onbereikbaar, dus meet ook op welke hoogte die zitten voordat je de kast tegen de wand schuift.
Staat de kast in een kamer waar hij vanuit de bank recht in het zicht staat, dan telt de kleur van de achterwand zwaarder dan de kleur van de kast. Een donkere achterwand doet objecten naar voren komen, een lichte achterwand laat ze vervagen. Dat kost niets en verandert het meubel meer dan welk accessoire ook.






