Begin bij de armleuning, niet bij de tafel
Pak een rolmaat en meet van de vloer tot de bovenkant van je armleuning. Dat ene getal bepaalt bijna alles wat daarna volgt.
Een bijzettafel werkt op het moment dat je je glas kunt neerzetten zonder je pols te draaien of je schouder op te tillen. Dat lukt wanneer het blad op armleuninghoogte staat of er hooguit een paar centimeter onder. Staat de tafel tien centimeter hoger, dan til je elke keer op. Staat hij twintig centimeter lager, dan buig je voorover en gebruik je hem na een maand niet meer.
Die hoogtes lopen verder uiteen dan mensen denken. De loungestoel Colmar heeft een armleuning op 57 cm bij een zithoogte van 45 cm. De bank Jezebel heeft precies dezelfde zithoogte van 45 cm, maar een armleuning van 70 cm. Dertien centimeter verschil, en één tafel die bij allebei goed staat bestaat niet.
Reken zo: armleuninghoogte min nul tot vijf centimeter is je doelhoogte. Bij de Colmar kom je dan uit tussen 52 en 57 cm, en de bijzettafel Gordes van 52 cm hoog valt daar precies in. Bij een bank met een armleuning van 70 cm heb je iets van 60 cm nodig. Dat is meteen de verklaring waarom zoveel bijzettafels naast een bank te laag aanvoelen zonder dat je kunt aanwijzen waarom.
Veertig tot vijftig centimeter blad is meer dan het lijkt
Op een bijzettafel komt in de praktijk weinig te staan. Een glas, een mok, een telefoon, soms een opengeslagen boek.
Veertig tot vijftig centimeter doorsnee is daarom de maat waar de meeste zithoeken op uitkomen. De Villeray met een marmeren blad van 40 cm op 53 cm hoogte laat goed zien waarom dat werkt: klein genoeg om naast een fauteuil weg te vallen, groot genoeg voor een lamp met een glas ernaast.
Onder de 35 cm wordt het krap. Het blad van de Gordes is 33 cm en dat is prima voor een kaars en een kop koffie, maar een rond dienblad van 40 cm steekt er aan alle kanten overheen. Meet dus niet alleen de tafel, maar ook het grootste ding dat je erop kwijt wilt.
Boven de 55 cm gebeurt er iets anders. De tafel gaat dan meedoen als zelfstandig meubel in plaats van als hulpstuk, en dan gelden de verhoudingen uit de gids over de maat van je salontafel.
Vijf centimeter van de bank en zestig centimeter looppad
Een bijzettafel vraagt minder vloer dan een salontafel, maar niet nul. Reken op de omtrek van het blad plus een paar centimeter lucht rondom.
Schuif hem tot ongeveer vijf centimeter van de bank of de fauteuil. Strak ertegenaan gaat er slordig uitzien zodra de bank een keer een centimeter verschuift, en meer dan tien centimeter maakt er een los eiland van waar je je glas net niet bij kunt.
Wat aan de andere kant gebeurt weegt zwaarder. Staat de tafel in een looproute, houd dan minstens 60 cm vrij tussen de tafelrand en het volgende meubel. Bij de bijzettafel zand van 50 bij 33 cm betekent dat een strook van ruim een meter naast de bank, en in een kamer waar je langs de zithoek naar de keuken loopt is dat vaak precies de ruimte die er niet is.
Bij een hoekbank speelt dat nauwelijks. De open kant van de L is bijna altijd de beste plek voor een bijzettafel: daar staat hij niet in de weg en bereik je hem vanaf twee zitplaatsen tegelijk.
Twee tafels van 45 en 58 cm doen wat één van 60 niet kan
Sets worden vaak gekocht om de prijs en dan netjes naast elkaar gezet. Dat is zonde, want het nut zit juist in het uit elkaar halen.
Het hoogteverschil is wat een set laat werken. De Toronto set in blush beige marmer bestaat uit een tafel van 58 cm en een van 45 cm. Genest bij de bank lezen ze als één object met twee vlakken. Los gezet heb je een tafel naast de bank en een naast de fauteuil aan de overkant, allebei op de hoogte die daar hoort. Diezelfde speelruimte zit in de Cleo van 59 cm met gegoten glazen blad en in de Tulum met een blad van 43,5 cm doorsnee.
Vooral bij bezoek merk je het verschil. Vier mensen op een bank hebben vier plekken nodig om iets neer te zetten, en één tafel van 60 cm aan de zijkant bedient er twee.
Dan het tegengeval, want hier gaat het ook geregeld mis. Zet je iets vasts op je bijzettafel, een lamp bijvoorbeeld, dan wil je geen set maar één stabiel blad. Een tafel die je elke week verschuift met een lamp erop is een tafel met een snoer eromheen. En in een kleine kamer telt de optelsom hard aan: twee tafels van 45 cm doorsnee nemen samen meer vloer in dan één van 60, want tussen die twee zit ook nog ruimte.
Waar de armleuningregel niet opgaat
Er zijn drie situaties waarin de rekensom van hierboven niet klopt.
De eerste is een bank of stoel zonder armleuning. Dan is de zithoogte je referentie en kom je een stuk lager uit: bij een zitting van 45 cm hoort een blad van ongeveer 45 tot 50 cm. Op een chaise longue geldt hetzelfde, want daar zit je met je benen vooruit en pak je je glas naast je heup in plaats van naast je schouder.
De tweede is de tafel die eigenlijk een plateau is. De bijzettafel Almundi van 70 bij 38 cm is met 38 cm veel te laag voor de armleuning van welke bank dan ook. Toch klopt hij, alleen ergens anders: naast een lage loungebank, aan het voeteneind van een bed of als aanvulling naast een grotere salontafel. Breed en laag is een eigen soort meubel, geen mislukte bijzettafel.
De derde is de leeshoek waar een fauteuil los in de ruimte staat. Daar is de bijzettafel het enige werkblad dat je hebt, dus mag hij ruimer zijn: 50 cm doorsnee in plaats van 40, zodat er naast je kop thee ook een boek en een leesbril op passen. Hoe zo'n stoel het beste staat ten opzichte van de bank staat in het stuk over een fauteuil plaatsen.
Een lamp van 54 cm op een tafel van 52 cm
Wat er op de tafel komt bepaalt mee welke tafel je koopt, en die volgorde wordt bijna altijd omgedraaid.
Neem een tafellamp. De Rave van 54 cm hoog op een tafel van 52 cm brengt de lichtbron op 106 cm, net onder ooghoogte als je zit. Precies waar je een leeslamp wilt hebben. Alleen is de voet van de Rave 30 cm diep, en op het blad van 33 cm van de Gordes blijft er dan niets over voor een glas. Op de Villeray van 40 cm past het nipt, op een blad van 45 tot 50 cm past het comfortabel.
Twee dingen op een bijzettafel is genoeg. Drie is druk en vier is een opbergplek geworden.
Laat één van die twee hoogte hebben: een lamp, een vaas, een kaars. Twee platte voorwerpen naast elkaar leest als opruimwerk dat is blijven liggen. Hoe je die lichtpunten verder over de kamer verdeelt staat in de gids over een woonkamer verlichten, en het bundelen van kleine spullen op één vlak komt aan bod in het stuk over dienbladen en schalen.
Bekijk alle bijzettafels
Bekijk de collectie





