1. De topzware vaas
Een vaas met een smalle voet en veel volume erboven kantelt bij de eerste schouderstoot. De steengoed vaas Dania in goud is 65 cm hoog en 32 cm breed, en dat is nog een gunstige verhouding; problematisch wordt het bij hoge modellen met een voet die naar onderen toe smaller loopt.
Wat helpt is gewicht op de bodem en een plek buiten elke looproute. De volledige uitleg, inclusief wat een vloerkleed eronder verandert, staat in het stuk over hoe je voorkomt dat een hoge vaas omvalt.
2. De kunstboom in een te lichte pot
Bij een kunstboom zit vrijwel al het volume in de kroon en vrijwel al het gewicht nergens. De kroon steekt bovendien verder uit dan de pot, dus een boom die met zijn pot netjes tegen de wand staat, hangt met zijn takken alsnog de kamer in.
Vullen is de ingreep die het meeste doet: zand, grind of een paar tegels tussen de kweekpot en de sierpot. Welke potmaat bij welke boom hoort en waarom de kweekpot erin blijft zitten staat in de gids over welke pot bij een kunstboom past.
3. Het vloerkleed dat aan de hoeken opkrult
Vrijwel elk kleed komt opgerold binnen, en de rug onthoudt die kromming maandenlang. De hoek die het eerst omhoog komt is bijna altijd de hoek aan de kant van de deur, omdat daar dagelijks een voet langs schuift.
Drie dingen werken. Rol het kleed een nacht de andere kant op en leg er iets zwaars op. Zet een meubelpoot op de hoek die opkomt, al is het maar de voorpoot van een fauteuil. En leg er antislipondertapijt onder dat aan alle kanten een paar centimeter kleiner is dan het kleed, zodat je de rand er niet onderuit ziet steken. Een opgekrulde hoek is ook de meest voorkomende struikelplek in huis.
4. De spiegel die naar voren zakt
Een spiegel die aan één punt hangt, hangt vanzelf voorover. Het zwaartepunt zit onder het ophangpunt, en het glas is aan de bovenkant zwaarder dan de lijst suggereert. Aan een staaldraad wordt dat erger, want die geeft mee en laat de spiegel roteren.
Hang een spiegel daarom aan twee punten, links en rechts, op gelijke hoogte en zo ver mogelijk uit elkaar. Op gipsplaat betekent dat hollewandpluggen; een gewone plug draait daar binnen een jaar los als er gewicht aan hangt. Twee viltjes onder de onderste hoeken houden de lijst daarna op zijn plek tegen de wand.
5. De lijst die scheef trekt
Bij een fotolijst gaat het zelden mis met vallen en bijna altijd met draaien. Eén spijker in het midden laat de lijst bij elke dichtslaande deur een fractie meebewegen, en na een half jaar staat hij zichtbaar scheef.
Twee ophangpunten lossen het definitief op. Kan dat niet, dan is een klein blokje museumwas of een viltje in de twee onderhoeken de snelste oplossing: de lijst pakt de muur en draait niet meer mee. Hangt de lijst boven een radiator, houd er dan rekening mee dat de warme luchtstroom het papier binnenin bol trekt, wat het geheel er nog schever uit laat zien dan het hangt.
6. De lamp met een te kleine voet
Bij een tafellamp zijn er twee krachten aan het werk. De kap vangt lucht en zit hoog, en het snoer trekt de lamp voortdurend richting het stopcontact. Vooral dat snoer wordt onderschat: een lamp die achterin op een dressoir staat met een strak gespannen snoer over de rand staat continu onder trekkracht.
Leg het snoer daarom in een ruime lus achter de lamp langs, en klem het onder de achterkant van het meubel vast. Zet de lamp verder niet vlak bij de voorrand van een smalle console. Een kap die aan één kant ruim buiten de voet uitsteekt geeft dezelfde onbalans, ook zonder dat iemand hem aanraakt.
7. Stoelpoten die krassen en een deurmat die schuift
Deze twee horen bij elkaar, want beide gaan over de laatste centimeter boven de vloer. Viltjes onder een eetkamerstoel die dagelijks twee keer wordt aangeschoven zijn binnen een jaar plat of weg, en vanaf dat moment schuurt de poot rechtstreeks over de lak. Loop ze twee keer per jaar na en vervang ze allemaal tegelijk, want een stoel met drie nieuwe viltjes en één oude staat scheef.
Bij een deurmat is het de rug die het begeeft. Rubber verhardt na een paar jaar, verliest zijn grip en dan schuift de mat bij de eerste stap opzij. Een dun antislipvel eronder is genoeg. Wat er te doen valt aan de schade die al is ontstaan, staat in het overzicht over krassen, deuken en kringen herstellen.
8. Het dienblad op een zachte poef
Een poef als salontafel gebruiken werkt alleen met een hard blad ertussen, en dan nog niet met elk blad. Een zwaar dienblad zakt met één hoek in de vulling zodra je er een glas op zet, en vanaf dat moment loopt alles op dat blad naar dezelfde kant.
Het marmeren dienblad van 30 bij 15 cm is daarvoor een goed voorbeeld: op een dressoir staat het stabiel, op een zachte poef kantelt het. Voor die plek is een tafeltje met een hard blad de betrouwbaardere keuze, bijvoorbeeld de ronde bijzettafel Mayfield met een marmeren blad van 55 cm doorsnede en 46 cm hoog. Bij de dienbladen en schalen staat per stuk het materiaal vermeld, en dat bepaalt hoeveel gewicht er op een zachte ondergrond meespeelt.
Gevlochten manden hebben hun eigen versie van dit probleem: die zakken door aan één zijde zodra ze te vol of te vochtig raken, en dan staan ze permanent scheef. Hoe je opbergdozen en manden in vorm en schoon houdt staat apart beschreven.
9. De kaars die scheef brandt
Een kaars buigt naar de kant waar het het warmst is. Staat hij bij een raam waar tocht langs komt, dan wijkt de vlam naar binnen, smelt die zijde sneller weg en zakt de kaars richting de kamer. Bij een kaars die op een dressoir naast een radiator staat gebeurt hetzelfde, alleen dan de andere kant op.
Draai een kaars daarom elke keer dat je hem aansteekt een kwartslag, houd de pit kort zodat de vlam klein blijft, en zet hem niet in een houder die ruimer is dan de kaars zelf. In een te wijde opening staat een kaars vanaf het begin al iets uit het lood, en dat verschil groeit met elk uur dat hij brandt.
Bekijk alle bijzettafels
Bekijk de collectie


