De maat die telt is het verschil, niet de hoogte
Een zithoogte van 47 cm zegt op zichzelf niets. Wat telt is het verschil tussen die zitting en de onderkant van het tafelblad waar je aanschuift.
Dat verschil ligt idealiter tussen 27 en 32 centimeter. Daaronder zit je met je knieën tegen het blad; daarboven zit je te laag en gebruik je de tafel als een balie.
De meeste Nederlandse eettafels zijn 74 tot 78 cm hoog. Bij een tafel van 76 cm past dus een stoel met een zithoogte tussen ongeveer 44 en 49 cm. Een eetkamerstoel met een zithoogte van 49 cm zit daarmee aan de bovenkant van dat bereik en past prima onder een tafel van 76 tot 78 cm, terwijl hij onder een lage tafel van 74 cm krap wordt.
Het blad neemt ruimte weg
De tafelhoogte is de bovenkant van het blad, en daar zit je niet aan. Je zit aan de onderkant.
Een dun blad van twee centimeter kost je nauwelijks iets. Een dik blad van zes of acht centimeter, wat bij massieve tafels en keramische bladen normaal is, haalt dat er allemaal vanaf. Bij een tafel van 76 cm hoog met een blad van 8 cm dik zit de onderkant op 68 cm, en dan is een stoel met een zithoogte van 49 cm ineens aan de krappe kant.
Meet daarom altijd de vrije hoogte onder het blad en niet de tafelhoogte. Voor comfortabel zitten wil je daar minstens 60 tot 65 centimeter vrije ruimte hebben, gemeten van de vloer tot de onderkant van het blad of de tafelrand.
Poten, schragen en een middenpoot
De onderkant van het blad is niet het enige obstakel. De constructie eronder bepaalt waar je überhaupt kunt zitten.
Een tafel met vier poten in de hoeken heeft de meeste vrijheid, mits je niet precies op de hoek gaat zitten. Een tafel met een schuine poot of een schraag neemt aan de kopse kant ruimte weg op precies de hoogte van je knieën. En een tafel met een middenpoot of een kolom is het meest vergevend, want daar kun je overal aanschuiven zolang de voet niet te breed uitloopt.
Een tafelblad met een brede rand of een schort onder het blad hoort in dezelfde categorie. Die rand hangt vaak vijf tot tien centimeter naar beneden en haalt precies die ruimte weg waar je knieën zitten, ook als de tafel zelf de juiste hoogte heeft.
Meet bij twijfel de afstand tussen de poten en vergelijk die met de breedte van je stoelen plus wat lucht ertussen. Vergelijk die maten met wat er in de eettafels per model staat vermeld.
Armleuningen: de maat die het vaakst botst
Een stoel met armleuningen heeft één extra maat die moet kloppen: de hoogte van de armleuning ten opzichte van de onderkant van het blad.
Bij een eetkamerstoel met een armleuninghoogte van 65 cm past de stoel onder een tafel waarvan de onderkant hoger ligt dan 65 cm, en dus niet onder een tafel van 76 cm met een blad van 8 cm dik plus een rand eronder.
Gebeurt dat toch, dan blijven de stoelen een halve meter uit de tafel staan en dan wordt de eethoek in één klap groter dan bedoeld. Bij een krappe eetkamer is dat de reden om voor stoelen zonder armleuning te kiezen; de bredere afweging staat in een eetkamerstoel met of zonder armleuning.
Zitdiepte en hoe ver je aanschuift
De zitdiepte bepaalt hoe dicht je bij de tafel komt. Bij een diepe zitting zit je verder van het blad, ook als de hoogte klopt.
Een zitdiepte van 45 cm, zoals bij de Alyssa met een zithoogte van 49,5 cm, is de gangbare maat voor rechtop eten. Boven de 50 cm ga je achterover leunen, wat prettig is voor een lang diner en onhandig voor huiswerk.
Reken daarnaast op 75 tot 100 cm achter de stoel om te kunnen opstaan, en bij een doorloop langs de tafel op minstens 100 cm.
Let ook op de breedte van de stoel in verhouding tot de tafel. Een stoel van 42 cm breed en een stoel van 60 cm breed vragen een heel ander aantal centimeters per persoon, en dat bepaalt hoeveel mensen er werkelijk aan een tafel passen. Reken op de breedte van de stoel plus vijf tot tien centimeter lucht ertussen, gemeten op de breedste plek en niet op de zitting.
De volgorde waarin je kiest
Heb je al een tafel, kies dan de stoelen op de gemeten vrije hoogte onder het blad, en niet op de opgegeven tafelhoogte.
Heb je al stoelen, dan is de tafel de variabele: tel bij de zithoogte 28 tot 30 cm op en je weet welke onderkant het blad moet hebben.
Koop je allebei nieuw, begin dan bij de tafel, want daar zijn minder maten in omloop. Welke tafelmaat bij hoeveel personen hoort en wat er verder meespeelt bij de keuze van stoelen, staat in eetkamerstoelen kiezen. Voor een bar of een kookeiland gelden dezelfde principes met andere getallen; die staan in barstoel: zithoogte en blad.









