Rood is op de zestiende alweer in de weg
De klassieke valentijnsaankleding heeft één praktisch bezwaar: hij geldt precies één avond. Rood cellofaan, een slinger met hartjes en een boeket dat op de veertiende het duurst is, staan de dag erna nog in dezelfde kamer, en dan kloppen ze nergens meer bij. Gekochte rozen houden het in een verwarmde woonkamer vijf tot zeven dagen, en dat is bijna altijd korter dan de rest van de aankleding blijft liggen.
De kamer waarin dat ene diner plaatsvindt, wordt de rest van februari gewoon gebruikt. Daar valt een simpele keuze uit af te leiden: alles wat je die avond neerzet, moet er de week erna ook nog mogen staan. Dan hoef je na afloop niets op te ruimen behalve de borden.
Wat een avond bijzonder maakt zit dan ook niet in de kleur. Het zit in hoe de tafel voor twee mensen is ingedeeld en op welke hoogte het licht staat, en dat zijn allebei dingen die je op een gewone dinsdag ook wilt.
Twee mensen aan een tafel voor zes
De meeste eettafels zijn gekocht voor bezoek. Met twee personen aan een blad van 200 bij 100 cm zit je op ongeveer twee vierkante meter tafel waarvan je nog geen kwart gebruikt, en dat is de reden dat een tafel voor twee zo snel leeg aanvoelt.
Ga niet aan de kopse kanten zitten. Twee mensen die twee meter uit elkaar zitten praten harder dan ze willen en kijken over een leeg middenveld heen. Zet de couverts in plaats daarvan in een hoek van 90 graden om één hoek van het blad heen, of gewoon naast elkaar aan de lange zijde. Reken per couvert met 60 cm breedte, dan gebruik je samen een vlak van ongeveer 120 bij 80 cm en blijft de rest van de tafel bewust leeg.
Dat lege deel is meteen de plek voor de aankleding. Alles wat niet gegeten wordt, staat aan de kant van het blad waar niemand zit, uit de looproute van de schalen. Wat er op andere dagen op zo'n tafel hoort te staan is uitgewerkt in het middenstuk van de eettafel; voor deze avond schuif je dat middenstuk gewoon opzij in plaats van het weg te halen.
Heb je geen eettafel maar een salontafel, dan werkt dezelfde indeling. Twee mensen aan de lange zijde van een blad van 120 cm, en de decoratie op het derde deel dat overblijft.
Bloemen die er volgende week nog staan
Dit is de plek waar de meeste valentijnsavonden hun geld verliezen. Een boeket dat op zondag prachtig is, hangt op vrijdag slap over de rand van de vaas, en dan staat er een half dood ding op tafel waar niemand nog naar kijkt.
Er zijn twee uitwegen. De eerste is bloeiende takken: magnolia, kersenbloesem of pruimenbloesem, die in water dagenlang doorgaan en daarna nog steeds als tak overeind blijven. De tweede zijn zijden bloemen, en die zijn niet toevallig de reden dat opgemaakte vazen in dit huis het hele jaar blijven staan. Een witte zijden roos van 65 cm op steel kort je met een kniptang in tot de lengte die je nodig hebt, en drie of vijf stelen zijn genoeg voor een tafel voor twee.
De vaas bepaalt de rest. Op een gedekte tafel wil je onder de ooghoogte van iemand die zit blijven, dus houd de hele opstelling onder ongeveer 30 cm. Een compacte vaas van 15x15x20 cm in ivory wit laat daar nog een centimeter of tien bloem boven uitkomen, en dat is precies genoeg om over de tafel heen te kunnen kijken zonder je hoofd opzij te doen.

Kleur mag, zolang het niet de kleur van de dag is. Off-white, zacht roze, taupe en crème doen op tafel hetzelfde werk als rood, alleen zonder de datum eraan vast te plakken. In de zijdebloemen staan de losse stelen per stuk, zodat je zelf bepaalt hoeveel er in de vaas gaan.
Het licht blijft laag, ook aan tafel
Kaarslicht is het enige onderdeel van deze avond dat echt alles verandert, en de fout die het vaakst gemaakt wordt is hoogte. Een dinerkaars op een kandelaar van 30 cm brengt de vlam op ongeveer ooghoogte van wie zit, en dan kijk je de hele avond in het licht in plaats van naar de ander.
Op een tafel voor twee blijf je daarom laag. Twee of drie waxinelichten van 8x8x8 cm op ongeveer een hand breedte uit elkaar geven meer dan genoeg licht voor het stuk tafel dat je gebruikt, en ze staan nergens tussen.
Zet daarnaast de rest van de kamer een trap lager. Doe de plafondlamp uit en laat twee kleine lichtpunten aan, bijvoorbeeld een schemerlamp en één brandende houder op het dressoir. Hoeveel plekken met vlam een kamer aankan en waarom dat aantal in plekken telt en niet in kaarsen, staat in kaarslicht in de woonkamer.
Steek ze aan terwijl het buiten nog schemert. Halverwege februari is het rond zes uur donker, dus een kwartier eerder aansteken betekent dat de kamer al warm is op het moment dat jullie gaan zitten.
Wat er blijft staan als de borden weg zijn
De aankleding die overleeft, is de aankleding die in één beweging van tafel gaat. Zet de vaas, de houders en een klein object samen op een dienblad of een schaal, dan verhuist het geheel na afloop naar het dressoir zonder dat je vier keer heen en weer loopt.
Daar staat het de rest van februari gewoon door. De takken drogen in, de zijden rozen blijven, de waxinelichten worden op een willekeurige woensdag opnieuw aangestoken. Dat is het verschil tussen decoratie voor een datum en decoratie voor een kamer.
Eén ding ruim je wel meteen op: gebruikte kaarsen. Een waxinelicht dat halverwege is opgebrand, geeft een vlek roet op de bodem van de houder die je er na een week niet meer uit krijgt. Gooi de restjes weg zodra de was koud is, en zet er verse in klaar voor de volgende keer dat de tafel aan de beurt is.






