Dezelfde eetkamerwand, twee keer
Een eetkamer met een lange wand van ruim drie meter achter de tafel. Eerst hing er één rechthoekige spiegel in het midden, ongeveer een meter breed. Vanaf de tafel gezien leek het alsof er iets vergeten was: een klein glanzend vlak op een groot leeg oppervlak, met aan weerszijden een halve meter behang die om aandacht vroeg.
Daarna hingen er twee panelen. De honingraat spiegel in champagne als set van twee, 102 bij 170 cm per stuk, vulde de wand van bijna vloer tot plafondlijst. De tafel stond er ineens tegenaan in plaats van ervoor.
Wat er veranderde is dat de wand ophield een achtergrond te zijn. Twee panelen naast elkaar lezen als één bekleed vlak, en het meubilair ervoor krijgt daardoor een decor. Dat is precies waarom een spiegelwand ook mis kan gaan: hij eist de wand op, en op een wand die al iets doet is dat er één te veel.
Twee panelen weerkaatsen anders dan één groot glas
Een enkele grote spiegel geeft je een aaneengesloten spiegelbeeld. Je ziet de kamer achter je in één stuk, inclusief jezelf aan tafel.
Bij twee panelen met een geleed oppervlak gebeurt iets anders. Het honingraatpatroon van de zwarte variant van 170 bij 100 cm hakt de reflectie op in tientallen kleine zeshoeken, elk in een iets ander vlak. Je krijgt licht en beweging terug, maar geen herkenbaar beeld van jezelf. Aan een eettafel is dat prettiger dan het klinkt, want een gast die de hele avond zichzelf ziet kauwen kijkt de andere kant op.
Dat verschil bepaalt ook waar je de wand plaatst. Een gelede spiegelwand kan tegenover de eettafel of achter een bank, waar een gladde spiegel van dat formaat te confronterend wordt. Een gladde spiegelwand hoort op de plek waar je iets wilt verdubbelen dat de moeite waard is: het raam, de tuindeuren, de gestylede kastwand.
De naad tussen de twee is de hele beslissing
Twee spiegels naast elkaar hangen betekent dat je kiest hoeveel wand je ertussen laat. Dat is de maat die het resultaat maakt.
Tegen elkaar aan, met de lijsten die elkaar raken, krijg je één object. Zo werken de honingraatpanelen het best, omdat het patroon dan over de naad doorloopt en het oog de scheiding nauwelijks registreert.
Laat je er ruimte tussen, dan moet die ruimte overtuigend zijn. Een centimeter of vijf leest als een montagefout. Vanaf ongeveer een handbreedte wordt het een bewuste keuze, en dan gaan de twee spiegels functioneren als een paar in plaats van als één vlak. Wat er tussenin niet meer kan: een stopcontact, een lichtschakelaar of de rand van een deurkozijn. Die vallen precies in de zone waar je oog naar de naad zoekt.
Hang je ze op verschillende hoogte, dan verlies je het effect volledig. Twee gelijke spiegels met verspringende onderkant zien er niet speels uit, ze zien er scheef uit.
Twee gelijke, of twee die familie van elkaar zijn
De veiligste route is een set die als set verkocht wordt. Bij de gouden spiegels van 120 bij 80 cm per stuk is de lijstbreedte, de tint en de glasdikte gegarandeerd gelijk, en dat merk je vooral bij strijklicht: twee bijna gelijke gouden lijsten naast elkaar laten elk kleurverschil zien.
Losse spiegels combineren kan, maar dan kies je bewust voor contrast in plaats van voor bijna-gelijk. Verschillende vorm, duidelijk verschillende maat, dezelfde lijstkleur. Dat wordt een compositie en geen paar, en de opbouw daarvan lijkt meer op een fotowand. Hoe je spiegels en fotolijsten op één wand combineert staat in een apart stuk, inclusief de volgorde waarin je gaat hangen.
Eén spiegel uit een set later bijkopen is zelden een goed idee. Lijsten uit een andere productieronde wijken af in tint, en op één wand zie je dat meteen.
Welke wand het aankan
Meet de wand voordat je iets bestelt, en meet daarbij ook wat er in de weg zit. Twee panelen van 102 cm breed vragen ruim twee meter aaneengesloten wand, en dat is meer dan de meeste woonkamers hebben zonder deur, raam of radiator in de weg.
Let daarnaast op gewicht. Spiegelglas op MDF komt bij dit formaat al snel op een stuk of vijftien kilo per paneel, en dat gaat niet in een gipswand aan de pluggen die in de doos zitten. Hollewandpluggen zijn hier het minimum, en bij twee ophangpunten per spiegel wil je die punten op dezelfde hoogte, anders staat de naad tussen de panelen scheef.
De hanghoogte zelf laat ik hier liggen, want die staat uitgewerkt in het stuk over de juiste hoogte voor een spiegel. Wel geldt bij een paneel van 170 cm hoog een extra afweging: laat je onderin ruimte voor een dressoir, of loopt de spiegel bewust door tot vlak boven de plint.
Wanneer één spiegel gewoon beter is
Er zijn drie situaties waarin een tweede spiegel het slechter maakt.
De eerste is een smalle gang. Twee spiegels tegenover elkaar of naast elkaar in een gang van een meter breed geven een tunneleffect dat de meeste mensen na een week gaan vermijden. Eén spiegel op ooghoogte is daar genoeg.
De tweede is een wand met een deur, een raam of een kast erin. De rest van de wand is dan al opgedeeld, en een paar spiegels voegt daar een derde ritme aan toe.
De derde is de spiegel waar je jezelf echt in bekijkt voordat je de deur uitgaat. Daarvoor wil je één aaneengesloten vlak. Een enkele honingraat spiegel van 102 bij 170 cm hangt in dat geval prima solo, en dan is het formaat wat de wand vult in plaats van het aantal.
Twijfel je tussen één groot exemplaar en een paar, kijk dan eerst in de spiegelcollectie naar de beschikbare breedtes en leg die naast de vrije wandmaat die je hebt opgemeten. De wand bepaalt vaker dan de smaak welke van de twee het wordt.





