Wat de twee doen
Een tafelkleed bedekt het hele blad en hangt aan alle kanten over de rand. Het neemt de tafel visueel over: de kleur, het materiaal en de vorm van het blad zijn weg, en wat overblijft is een rechthoek stof met poten eronder.
Een runner is een baan textiel over de lengte van de tafel, meestal 40 tot 50 cm breed, die het middendeel afdekt en de randen vrijlaat. De tafel blijft zichtbaar, de bordenplekken blijven bloot, en het textiel ligt precies daar waar het middenstuk staat.
Er is een derde optie die vaak wordt vergeten en die in veel huizen de beste is: niets. Een blad van keramiek, travertijn of gelakt eiken is bestand tegen dagelijks gebruik en heeft geen laag nodig om er af te zijn.
De keuze tussen de drie hangt af van vier dingen: het materiaal van je blad, hoe vaak er gegeten wordt, hoeveel geluid je van borden accepteert, en of je de tafel wilt laten zien of juist niet.
De drie opties naast elkaar
| Tafelkleed | Runner | Kaal blad | |
|---|---|---|---|
| Bedekt | het hele blad plus overhang | een baan van 40 tot 50 cm over de lengte | niets |
| Beschermt tegen | krassen, vlekken, hitte via een onderlaag | alleen wat in het midden staat | niets |
| Dempt bordengeluid | ja, over het hele blad | alleen in het midden | nee |
| Wasfrequentie | na elke maaltijd met vlekken, minstens wekelijks | om de twee tot drie weken | niet van toepassing |
| Kreukt zichtbaar | ja, vraagt strijken of persen | ja, maar over minder oppervlak | niet van toepassing |
| Past bij | rechthoekig en ovaal, ook rond in ronde uitvoering | rechthoekig en ovaal | elke vorm |
| Werkt slecht bij | tafels met een uitschuifnaad of een dikke rand | ronde tafels en vierkante tafels tot 100 cm | glas en onbehandeld hout |
| Ruimte voor middenstuk | volledig vrij | begrensd tot de breedte van de baan | volledig vrij |
| Zichtbaar blad | geen | randen en kopse kanten | volledig |
| Wanneer het de beste keuze is | gedekte tafel voor gasten, beschadigd of goedkoop blad | dagelijks gebruik op een mooi blad | tafels van keramiek, steen of gelakt hout |
Op een vierkante tafel tot ongeveer 100 bij 100 cm heeft een runner geen zin: hij bedekt dan bijna het hele blad en leest als een slecht passend kleed. Op een ronde tafel geldt hetzelfde, tenzij je kiest voor een rond kleed of voor twee gekruiste banen, wat een andere klus is dan waar dit stuk over gaat.
Maten om aan te houden
Voor een tafelkleed reken je met overhang per zijde:
- Dagelijks gebruik: 20 tot 25 cm overhang. Dat is genoeg om de rand te bedekken en kort genoeg om niet op schoot te vallen.
- Gedekte tafel voor gasten: 30 tot 40 cm. Meer dan 40 cm zit in de weg bij het aanschuiven.
- Rekenvoorbeeld: een tafel van 180 bij 90 cm vraagt bij 25 cm overhang een kleed van 230 bij 140 cm.
- Ronde tafel: diameter van het blad plus tweemaal de overhang. Bij een tafel van 120 cm doorsnee en 25 cm overhang is dat 170 cm.
Voor een runner:
- Breedte: 40 tot 50 cm. Smaller dan 35 cm oogt als een strook en biedt te weinig ruimte voor een schaal.
- Lengte: de lengte van het blad plus 15 tot 30 cm overhang per kopse kant, of exact gelijk aan het blad. Kies één van beide en niet iets ertussenin, want een runner die 5 cm oversteekt oogt als een meetfout.
- Vrije ruimte per couvert: houd naast de runner minimaal 30 cm over per persoon, anders staat het bord half op de baan.
Waar het in de praktijk misgaat
Een runner op een tafel met een uitschuifnaad ligt bijna altijd scheef, omdat de naad precies onder het midden loopt en de stof daar een lijn oppikt. Op zo'n tafel is een kleed of niets de betere keuze.
Zware kandelaars op een dunne runner kantelen sneller dan op een kaal blad, want de stof geeft mee en de voet staat niet vlak. Een kandelaar van 53 cm hoog en 12 cm breed in brass antique heeft een voet die breed genoeg is om dat op te vangen; een smalle kandelaar op een geweven baan is een kwestie van tijd. Zet hoge kandelaars daarom op het harde blad naast de runner, of op een dienblad dat de druk verdeelt.
Wat er verder op de baan komt, kun je beperkt houden. Een schaal van 45 cm in handgegoten resin met een marmerpatroon vult een runner van 45 cm breed vrijwel helemaal, en dan is er ruimte voor precies één ding ernaast. Kleinere accessoires zoals een servethouder van 12,5 cm in resin horen aan de kopse kanten of bij de couverts, niet in het midden erbij. Hoe je dat middenstuk opbouwt op een tafel die het grootste deel van de dag leeg staat, staat in wat er op de eettafel staat als er niet gegeten wordt; voor een gedekte tafel met gasten geldt een andere logica, uitgewerkt in een feesttafel die ook een etenstafel blijft.
Tot slot het verschil met placemats, want dat wordt vaak op één hoop gegooid. Op deze blog staat een uitgesproken stuk dat stelt dat onderzetters en placemats niet permanent op tafel horen, omdat ze het blad in losse vlakken opdelen. Bij een runner ligt dat anders: die vormt één doorlopende lijn in plaats van zes rechthoeken, en hij ligt niet op de plek waar je bord komt. Deel je dat standpunt over placemats, dan kun je een runner dus gewoon laten liggen zonder tegen jezelf in te gaan. Materialen en formaten van wat erop past staan bij de dienbladen en schalen.
Bekijk alle kandelaars en windlichten
Bekijk de collectie





