De poef die na een jaar scheef staat
Deze poef staat in veel woonkamers. Rond, zacht, bekleed in een lichte bouclé, gekocht omdat de kleur precies bij de bank stond. Een jaar later ligt er een kuil in het midden, zijn er aan de voorkant een paar lussen losgetrokken door een hond die er telkens overheen springt, en zit er een donkere ring waar iemand een glas op heeft gezet.
Aan het meubel mankeert niets. Hij is alleen gekozen op kleur en vorm, terwijl de twee dingen die bepalen hoe hij zich over de jaren houdt eronder zitten: de kern en het weefsel dat eroverheen ligt.
Welke hoogte en vorm je nodig hebt is een aparte vraag, uitgewerkt in het verschil tussen een poef en een voetenbank. Hieronder gaat het over de laag daaronder.
Kern en frame: waar de stevigheid vandaan komt
Bijna alle gestoffeerde poefs in de winkel hebben dezelfde opbouw: een schuimkern over een frame van multiplex en grenen. Die combinatie is de reden dat de bovenkant vlak blijft. De poef Jace in beige tiger meet 64 bij 64 cm bij een hoogte van 41 cm en heeft PU-foam over multiplex en grenen; op zo'n kern staat een dienblad recht en blijft het staan.
Zonder dat harde frame verandert het meubel van karakter. Een poef die alleen met losse korrels of vlokken is gevuld neemt de vorm aan van wie erop zit, en dat voelt prettig totdat je er iets op wilt zetten of er langdurig op wilt zitten. De vulling schuift naar de rand, het midden zakt weg en je moet hem elke week weer in model duwen. Voor kussens is die eigenschap juist gewenst, zoals te lezen valt in het verschil tussen veren en polyester in een sierkussen, maar een poef draagt gewicht en daar wil je hem niet hebben.
Er is ook een grens aan de andere kant. Modellen met opbergruimte hebben een opklapbaar deksel of een afneembare zitting met een dunne laag schuim erop. Dat is comfortabel genoeg voor je voeten en voor een half uur zitten, maar niet voor een hele avond visite: onder die dunne laag voel je de plaat.
Bouclé, tweed of chenille: wat de stof met slijtage doet
De bekleding bepaalt niet alleen hoe de poef eruitziet, maar ook wat er over vijf jaar van over is. Vier weefsels komen het vaakst voorbij, en ze gedragen zich alle vier anders.
Bouclé bestaat uit kleine lussen die uit het weefsel steken. Dat geeft de zachte, wollige textuur waar het materiaal om gekocht wordt, en het is precies dat wat kwetsbaar is: een kattennagel, een klittenband op een broek of een ritssluiting trekt één lus uit en die lus komt niet terug. De poef Kindal van 70 cm doorsnee is 45 cm hoog en heeft zo'n gestructureerde bouclé, en de stof voldoet aan de fire retardant normen. In een huis zonder huisdieren gaat dat prima. Met een hond die erover heen loopt is het het lastigste weefsel dat je kunt kiezen.
Tweed is het tegenovergestelde. Een geweven melange in zwart, wit en beige op een rond model van 61 cm is zo onregelmatig van kleur dat kruimels, kattenharen en een lichte vlek er simpelweg in verdwijnen. Deze poef is 50 cm hoog, dus hij zit hoger dan de gemiddelde bankzitting en werkt beter als bijzetmeubel dan als voetsteun.
Chenille heeft een korte, fluweelachtige pool die alle kanten op kan liggen. Waar je je hielen neerlegt gaat die pool één kant op staan en ontstaat een glanzende plek. Dat is geen slijtage maar richting, en je kunt het met een zachte borstel terugstrijken. Wel zie je het meteen, en op een effen donkere chenille valt het het sterkst op.
Grof geweven stoffen tot slot, van blockweave tot chunky, hebben grote openingen in het weefsel. Daar valt zand en kruimel in en daar komt het met een gewone stofzuigermond niet meer uit. Een borstelopzetstuk of een handstofzuiger met smalle mond is bij dit type geen luxe.
Dessin en kleur: waar vlekken en licht zichtbaar worden
Een effen lichte poef laat alles zien. Een gedessineerde poef in dezelfde lichte tinten laat bijna niets zien, en dat verschil kost je niets extra.
De poef Holly in sheep natural van 51 bij 51 cm is een voorbeeld van de eerste soort: mooi, roomwit, en elke koffiedruppel is een gebeurtenis. Modellen met een labyrint- of chevrondessin in bruin en beige zitten aan de andere kant. Ze hebben al twee of drie tinten in het weefsel, dus een plek die iets donkerder is geworden leest als onderdeel van het patroon.
Staat de poef bij een raam op het zuiden, reken dan op verkleuring aan die zijde. Bij een effen tint zie je dat als een halve poef die lichter is; bij een melange valt het weg. Draai in dat geval het meubel twee keer per jaar een kwartslag, dan verkleurt hij gelijkmatig.
Er zit nog een tweede reden om voor kleur in het dessin te kiezen. Een poef beslaat een vlak van vijftig tot zeventig centimeter laag bij de grond, en dat is groot genoeg om als kleuraccent mee te tellen. Heb je terracotta of roest in je kussens zitten, dan is een poef met diezelfde tint in het patroon meteen het tweede punt in de kamer. Hoe je een accentkleur over de plattegrond en over de hoogte verdeelt bepaalt of dat werkt of dat het een losse vlek blijft.
Poefs zonder stof: aluminium, hout en de vloer eronder
Niet elke poef is gestoffeerd, en voor sommige plekken is dat een voordeel. Een poef van aluminium met een handgeschilderd bloemenpatroon meet 32 bij 32 bij 44 cm en is met een vochtige doek in tien seconden schoon. In een entree, bij een tuindeur of naast een fauteuil waar de hond ligt, is dat het praktische antwoord.
Wat je inlevert is comfort. Een harde poef is geen voetsteun voor de avond; hij is een klein sculpturaal object dat toevallig ook een blad heeft. Zet er een schaal, een stapel boeken of een kleine plant op en hij doet wat hij moet doen.
Metaal werkt bovendien in groepen. Staat er al iets van aluminium of messing in de kamer, dan pakt zo'n poef die toon op. Datzelfde geldt aan de wand, waar doorsnede, wijzerplaat en materiaal van een wandklok bepalen of het metaal meedoet of los hangt.
Kijk bij een hard onderstel ook naar de vloer. Een houten of metalen voet krast zodra iemand de poef opzij schuift in plaats van optilt; vilt eronder plakken kost een paar minuten.
Dezelfde kamer, een jaar later
Terug naar de poef uit het begin. Dezelfde woonkamer, dezelfde bank, dezelfde hond, en dan een keuze die wel meebeweegt met het gebruik.
Voor de dagelijkse voetsteun voor de bank wordt het een model met een schuimkern op een multiplex frame, in een gemêleerde stof of een dessin met twee tinten in plaats van effen crème. In een huishouden met dieren valt de bouclé af en komt er een geweven tweed voor in de plaats. De ring van het glas wordt opgelost met een dienblad, niet met een nieuwe bekleding.
Het onderhoud is daarna klein. Zuig de poef eens per maand af met de borstelmond en dep een vlek meteen met een licht vochtige witte doek, van buiten naar binnen. Wrijf niet heen en weer, want dan duw je het vocht in de vulling.
Wat er dit keer is meegewogen: waar het meubel staat, wie eroverheen loopt en wat er dagelijks op belandt. In de omschrijving bij poefs en voetenbanken staat per model in twee regels of er PU-foam en multiplex in zitten.








