De twee meubels naast elkaar
| Dressoir | Wandkast | |
|---|---|---|
| Hoogte | 75 tot 90 cm | 180 tot 220 cm |
| Diepte | 40 tot 50 cm | 35 tot 50 cm |
| Blad op werkhoogte | ja | nee |
| Wand erboven | blijft vrij vanaf ongeveer 90 cm | volledig bezet |
| Opbergruimte per meter wand | één laag, meestal 2 tot 4 vakken | vier tot zes lagen |
| Aandeel achter een deur | meestal alles | meestal alleen de onderbouw |
| Verankering aan de muur | zelden nodig | aan te raden vanaf 200 cm |
| Achter een bank te plaatsen | ja | nee |
| Bergt het beste | servies, textiel, apparatuur, papier | boeken, objecten, glaswerk |
Wat deze rijen samen zeggen: een dressoir koopt opbergruimte met wandlengte, een wandkast koopt hem met wandhoogte. Dat is de hele afweging, en alle andere verschillen volgen daaruit.
Een dressoir van 160 cm breed geeft je één laag opberging over 160 cm muur, plus een blad waar je iets op kunt zetten. Een wandkast van 100 cm breed en 200 cm hoog geeft je vier tot zes lagen over de helft van die wandlengte, en geen blad. Bij ongeveer gelijke vierkante meters vloer levert de wandkast dus meer inhoud op, en het dressoir meer bruikbaar oppervlak.
Wanneer het dressoir de logische keuze is
Kies een dressoir zodra je iets nodig hebt om ergens op te zetten, of zodra de wand erboven al bezet is.
De hoogte is het argument. Een dressoir van 160 cm breed en 82 cm hoog met een travertijn blad staat op ongeveer werkbladhoogte, dus je zet er staand iets op zonder te bukken en je pakt het er weer af zonder je uit te rekken. Alles boven de 90 cm blijft muur, en die muur kan een spiegel dragen, een schilderij, of gewoon leeg blijven.
In een eetkamer is dat blad een buffet: schalen die van tafel af moeten, een fles, kaarsen. In een woonkamer is het de plek voor een tafellamp, en die tafellamp is meestal het tweede lichtpunt dat een kamer nodig heeft.
Er is nog een situatie waarin alleen een dressoir werkt, en dat is de wand achter een bank. Een meubel van rond de 80 cm blijft ongeveer op rughoogte van de bank en laat de zithoek intact. Een kast van twee meter achter een bank kijkt over de rugleuning heen en maakt de bank optisch kleiner. Welke breedte bij welke wand hoort staat uitgerekend in de maatvoering van een dressoir.
Wanneer de wandkast wint
Kies een wandkast zodra de vloer schaars is en de wand niet, of zodra je dingen wilt tonen in plaats van wegbergen.
De rekensom is simpel. Een wandkast van 200 cm hoog en 40 cm diep met zes rookglazen planken neemt op de vloer minder ruimte in dan een tweezitsbank en levert zes planklagen op. Een dressoir met dezelfde inhoud zou een wandlengte van ruim drie meter vragen. In een kamer waar de meters op zijn, is dat het verschil tussen wel en niet passen.
Het tweede argument is zicht. Een open kast toont wat erin staat, en dat is precies wat je wilt bij boeken, glaswerk en objecten. Een wandkast van 220 cm hoog met vier open schappen boven een onderkast met twee lades doet allebei tegelijk: onderin verdwijnt wat niemand hoeft te zien, bovenin staat wat er mag zijn.
Waar het misgaat is het plafond. Bij 240 cm plafondhoogte blijft er boven een kast van 220 cm nog 20 cm over, en dan leest het meubel als een halve inbouwwand in plaats van als een kast. De marges per plafondhoogte staan in wat een kast doet met de hoogte van een kamer.
Wat er in de praktijk in gaat
De vraag welk meubel meer bergt is minder interessant dan de vraag wat er precies in moet, want de twee zijn geschikt voor verschillende dingen.
Een dressoirvak van ongeveer 50 cm breed en 40 cm diep is diep genoeg voor stapels: borden, schalen, tafellinnen, dozen. Dat zijn dingen die je op elkaar legt en die je zelden nodig hebt. Een plank in een wandkast is ondieper in gebruik, want alles staat er in één rij en achteraan zetten betekent kwijtraken.
Daaruit volgt de verdeling. Alles wat je stapelt, alles met een merknaam op de verpakking en alles wat aan een snoer zit hoort in het dressoir. De reserverollen en schoonmaakmiddelen die in het gastentoilet niet zichtbaar mogen zijn horen daar ook, want een toilet heeft zelden een eigen kastje en die spullen moeten toch ergens heen.
Op de planken van een wandkast hoort wat je één voor één pakt en wat er staand goed uitziet. Boeken, glazen, karaffen, objecten. Rookglazen planken hebben daarbij een eigenaardigheid: ze kleuren mee met wat erop staat en met wat erachter zit, en dat is bij glaswerk een factor op zich, zoals beschreven in waarom de achtergrond de helft van een glazen object is.
Papier is de uitzondering die alle indelingen sloopt. Ordners, post en documenten horen achter een deur, en een wandkast met open schappen heeft daar meestal alleen die twee onderste lades voor.
Allebei, tegen dezelfde wand
In veel woonkamers is de beste opstelling niet één van de twee maar een combinatie, en dan is de volgorde belangrijk.
Zet het dressoir op de langste wand, want dat is het meubel dat breedte nodig heeft en een blad oplevert. Zet de wandkast in de hoek of tegen een korte wand, waar breedte er niet is en hoogte wel. Zo bezetten ze verschillende delen van de kamer in plaats van met elkaar te concurreren.
Houd tussen de twee minstens 60 cm muur vrij. Staan ze tegen elkaar aan, dan lezen ze als één blok van 220 cm hoog dat halverwege inzakt, en dat is de meest rommelige opstelling van allemaal.
En houd de materialen dicht bij elkaar. Een travertijn blad en een goudkleurig metalen frame gaan samen; drie houtsoorten en twee metaalkleuren op vier meter wand niet. Het volledige aanbod aan dressoirs staat op maat en materiaal gesorteerd, en de indeling van het blad daarna is een aparte oefening, uitgewerkt in een dressoir in drie zones.






