Het jaar waarin alles naar boven verhuist
Er komt een middag waarop je merkt dat je kind zich aan de salontafel omhoogtrekt en met een vlakke hand over het blad veegt om te voelen wat daar allemaal is. Diezelfde avond staat de hele tafel leeg en ligt alles op de bovenste plank van de kast.
Dat is een normale reactie en het is ook de juiste. Je hebt even geen zin om elke tien minuten iets uit een mondje te halen, en je hebt gelijk. Alleen blijft het bij de meeste mensen niet bij die ene avond. De bovenste plank blijft vol, de tafel blijft leeg, en anderhalf jaar later woon je in een kamer die eruitziet als een wachtruimte, terwijl het kind allang niet meer alles in zijn mond stopt.
De fase waarin werkelijk alles weg moet, duurt korter dan hij voelt. Grofweg loopt hij van het moment dat ze zich optrekken tot het moment dat ze op een stoel kunnen klimmen, en ergens in dat jaar verschuift de vraag van "kan hij erbij" naar "weet hij wat het is". Vanaf dat tweede punt is leeghouden geen veiligheidsmaatregel meer maar gewoon een gewoonte.
Wat vaak helpt: zet niet alles tegelijk terug, maar één ding per keer, en kijk wat er gebeurt. Het valt meestal mee, en als het tegenvalt weet je meteen welk ding het was.
Wat er in de praktijk stukgaat
Het beeld dat mensen in hun hoofd hebben is een peuter die een vaas van tafel trekt. In werkelijkheid gebeurt dat zelden, omdat een kind dat iets voor het eerst aanraakt bijna altijd voorzichtig is. Het gaat mis bij snelheid.
Wat er echt stukgaat gaat stuk door een bal in de kamer, door een kind dat achterstevoren van de bank af komt, door een rugzak die van een schouder zwaait terwijl iemand zich omdraait, of door een volwassene met een wasmand die over een speelkleed stapt en de bijzettafel raakt. In vrijwel al die gevallen was het kind niet in de buurt van het object toen het viel.
Daar zit ook meteen het bruikbare inzicht in. Het gaat minder om hoe hoog iets staat en meer om hoe stabiel het staat en hoe smal de basis is. Iets dat op een dun voetje balanceert valt om van een trilling in de vloer; iets dat plat en zwaar op een blad ligt, blijft liggen ook als er iemand tegenaan loopt.
De turbo schelpen op een zwarte metalen standaard zijn daar een eerlijk voorbeeld van: mooi op een schoorsteenmantel, maar de kleinste staat op een voetje van nog geen tien centimeter breed en gaat bij de eerste stoot tegen de tafel om. Diezelfde schelp los in een schaal gelegd overleeft alles wat er in een huis met kinderen gebeurt.
Materiaal doet meer dan hoogte
Er is een verschil tussen dingen die breken en dingen die vallen. Alles valt een keer. De vraag is wat er daarna van over is.
Glas en dun keramiek geven je één kans. Hars, hout, metaal en dik gegoten steen geven je er meer: die krijgen hooguit een deukje of een lichte schilfer, en dat zie je pas als je ernaar zoekt. Een schaal van hars van 36 cm met een golvende rand is daarom een verstandiger keuze voor een salontafel in een huis met kleine kinderen dan hetzelfde model in glas, en hij ziet er niet minder om uit.
Zwaar en laag is de tweede eigenschap die telt. De marmeren knoopsculptuur van 26 bij 20 bij 9 cm ligt zo dicht op het blad dat er niet veel mee kan gebeuren, en hij is te zwaar om per ongeluk mee te nemen. Zulke objecten hoeven niet naar boven; die kunnen gewoon blijven staan waar ze horen.
En dan de kaarsen. Dit is het enige punt waarop je wel echt streng bent, want vuur is geen kwestie van opnieuw kopen. In de jaren dat er kleine kinderen door de kamer rennen is een ledkaars met drie bewegende vlammetjes van 15 cm doorsnede een oplossing die niemand als compromis ervaart, zeker niet in de schemer. De echte kaarsen komen vanzelf terug.
Iets dat ze wél mogen aanraken
Een kamer waarin alles verboden is, leert een kind niets. Een kamer met één ding dat van hem is om op te pakken, doet dat wel.
In de praktijk werkt dat verrassend goed. Leg een schelp, een gladde steen, een stuk hout of een houten kraal in een lage schaal op een plek die ze kunnen bereiken, en spreek af dat dat het ding is dat ze mogen vasthouden. Ze pakken het op, draaien het rond, leggen het terug, en na een paar weken doen ze dat vanzelf voorzichtiger dan waarmee ze begonnen. Kinderen leren zorgvuldigheid niet uit een regel maar uit iets in hun hand dat de moeite waard voelt.
Het aardige is dat de rest van het blad daar rustiger van wordt. Een kind dat één ding heeft, hoeft niet aan alle andere. En je merkt het zelf ook: je zegt minder vaak nee op een dag, en dat scheelt in de sfeer meer dan welke opstelling ook.
Iets vergelijkbaars gebeurt op de kinderkamer, waar spullen die meegroeien met wat een kind wil, langer meegaan dan spullen die op één leeftijd zijn gekocht. Daar gaat een kinderkamer die meegroeit verder op in.
Na acht uur is het huis weer van jullie
Het stuk waar zelden over geschreven wordt: een woonkamer is ook van de volwassenen die er wonen, en die zitten er 's avonds nog uren.
Dat maakt de dagindeling een bruikbaar instrument. Wat overdag te kwetsbaar of te bereikbaar is, hoeft niet in een kast te blijven; het kan gewoon een avondding worden. Een dienblad met kaarsen dat na bedtijd op de salontafel komt, een schaal die terugkomt op de eettafel, de lampen lager en het speelgoed in een mand. Dat kost twee minuten en het is het verschil tussen een kamer die alleen functioneert en een kamer waar je nog even wil zitten.
Dezelfde manier van denken staat uitgewerkt voor drukke huishoudens in een huis met een druk gezin, waar dat wisselen tussen dag- en avondstand het onderliggende principe is.
En verder mag je gewoon houden van je eigen kamer. Je hoeft niet zes jaar te wachten met iets moois neerzetten, en een kind dat opgroeit tussen dingen die met aandacht zijn uitgezocht, leert daar iets van dat je niet in een opvoedboek terugvindt. Als je twijfelt over één object, kies dan het exemplaar dat een val overleeft; bij de decoratieve objecten staat genoeg dat in steen, hout of hars is uitgevoerd.
Het gaat een keer mis. Er valt ooit iets van tafel dat niet meer te lijmen is, en dan baal je een uur en daarna niet meer. Dat is de prijs, en tegenover die prijs staan de jaren waarin er iemand door je huis rent.



