Waarom voelt kleur op een spiegel zwaarder dan kleur op een kussen?
Omdat je hem niet even omdraait. Een kussen wissel je in het najaar, een plaid leg je weg, een vaas verhuist naar een andere kamer. Een spiegel hangt aan een gat in de muur en blijft daar jaren.
Er speelt nog iets mee. Een spiegel hangt op ooghoogte en in het midden van je gezichtsveld, waar textiel meestal onder die lijn blijft. Kleur die je op ooghoogte tegenkomt vraagt meer aandacht dan dezelfde kleur op de bank.
Er is een test die weinig kost. Houd een gekleurd vel papier of een lap stof van dezelfde tint tegen de wand op de plek waar de spiegel komt, en laat het een week hangen. Kijk er op verschillende momenten van de dag naar. Wat je na zeven dagen nog steeds leuk vindt, houd je waarschijnlijk ook jaren vol.
Dat maakt het geen slecht idee. Het betekent alleen dat de keuze op dezelfde manier telt als een geverfde muur, en dat je er dus even langer over nadenkt dan over een accessoire.
Welke kleuren houd je het langst leuk?
Diepe, verzadigde tinten zijn eenvoudiger vol te houden dan heldere. Bordeaux, chestnut, olijf en donkerblauw gedragen zich in een interieur bijna als neutralen: ze zijn donker genoeg om als contrastvlak te werken zonder dat ze de kamer overnemen.
De ronde wandspiegel in bordeauxrood van 90 cm doorsnede is daar een goed voorbeeld van. De lijst is breed en hoogglans gelakt, en juist die glans maakt het verschil: hoogglans weerkaatst de kleur van de kamer eromheen, waardoor de rode tint mee ademt met het licht van dat moment. In de ochtend leest hij bijna bruin, 's avonds bij lamplicht dieper rood.
Heldere kleuren vragen meer van je. Fel oranje, geel of turquoise trekken de aandacht ook als je er niets mee wilt, en die krijg je alleen rustig door ze bewust als enige kleuraccent in de ruimte te houden.
Een tussenweg is een kleur die dicht bij hout ligt. De spiegel Zia in chestnut van 80 bij 180 cm heeft een glanzende kastanjebruine lijst met een golvende, sculpturale vorm. Bruin op glans leest als kleur en toch als natuurlijk materiaal, en dat is de zachtste ingang als je twijfelt.
Waar hang je hem zonder dat hij gaat domineren?
Kleur werkt het best op een plek waar je hem kort ziet en dan weer verlaat.
De hal is daarom de logische eerste plek. Je bent er hooguit een halve minuut per keer, je hebt er meestal geen ander kleuraccent, en een spiegel is er sowieso functioneel. Precies daar mag de kleur ook feller.
De tweede plek is een kamer waar je vooral 's avonds bent. Bij lamplicht verzachten verzadigde tinten, en een kleur die overdag hard aanvoelt kan er dan juist warm uitzien.
Een derde optie die vaak vergeten wordt is het toilet of de kleinste badkamer. Daar is de wandoppervlakte klein, is er meestal geen daglicht dat de kleur verandert, en verdraagt een felle tint verrassend veel. Let dan wel op de ventilatie, want in een vochtige ruimte zonder afzuiging laat de laag achter het glas eerder los.
Wat lastiger uitpakt is de lange wand van een woonkamer waar je de hele dag naar kijkt vanaf de bank. Daar zit je in dezelfde houding naar hetzelfde vlak te staren, en een felle lijst wordt dan het eerste wat je opvalt zodra de kamer verder rustig is.
Let ook op de wandkleur eronder. Een gekleurde lijst tegen een gebroken witte of beige wand houdt zijn eigen kleur; tegen een gekleurde wand gaan twee tinten met elkaar in gesprek en dat lukt zelden per ongeluk.
Wat als je hele huis in dezelfde neutrale tinten staat?
Dan is een gekleurde spiegel een van de eenvoudigste manieren om daar iets aan te doen, omdat hij één vlak beslaat en verder niets aanraakt. Je hoeft geen bank te vervangen of een muur te schilderen.
Er zit wel een voorwaarde aan. Eén gekleurd object in een verder neutrale kamer moet groot genoeg zijn om als keuze te lezen. Een klein gekleurd lijstje tussen tien beige objecten ziet eruit alsof het is blijven liggen; een spiegel van 90 cm doorsnede leest als opzet.
Dat je huis in dezelfde tinten staat is trouwens zelden toeval. In het stuk over waarom je steeds dezelfde kleuren koopt staat hoe dat patroon ontstaat en hoe je er bewust van afwijkt zonder dat het rommelig wordt.
Wil je het voorzichtig aanpakken, laat de kleur dan één keer terugkomen in iets kleins en verplaatsbaars: een kaars, de rug van een boek, een schaal. Dat is genoeg om de spiegel gezelschap te geven, en je draait het zo weer terug.
Is gekleurd glas hetzelfde verhaal als een gekleurde lijst?
Nee, en dit verschil wordt vaak over het hoofd gezien.
Bij een gekleurde lijst blijft de spiegel zelf helder. Je ziet de kamer in normale kleuren, met een gekleurd kader eromheen. Dat is de rustigste variant, en de kleur zit letterlijk aan de rand van je blikveld.
Bij getint glas verandert wat je ziet. Brons, rookglas en grijsgetint spiegelglas geven de hele reflectie een warme of koele waas, en ze kaatsen minder licht terug dan helder glas. In een donkere kamer is dat een nadeel; in een lichte kamer geeft het diepte.
De spiegel Jaloe van 80 bij 120 cm combineert beide: het frame bestaat uit gefacetteerde spiegelpanelen in een bronzen afwerking, die het licht op verschillende hoeken breken. Boven een console in de hal wordt zo'n vlak eerder een wandobject dan een gewone spiegel.
Zoek je vooral licht in een donkere hoek, kies dan helder glas met een gekleurde lijst. Gaat het je om sfeer en warmte, dan is getint glas de betere keuze. Beide varianten staan bij elkaar in de spiegelcollectie, en het loont om ze naast elkaar te bekijken voordat je beslist.






