Ga naar hoofdinhoud

Zomervakantie: bestellingen geplaatst van 15 t/m 29 augustus verzenden we vanaf 31 augustus · showroom vanaf 27 augustus op afspraak, vanaf 28 september weer normaal geopend

Eigen bezorgservice · Veilig betalen · 5.0/5 reviews
Interiori by Noenoes DecoratiesInteriori by Noenoes Decoraties naar de homepage

Stylinggids

Wandkleed en textielkunst: kiezen, ophangen en onderhouden

Een wandkleed hangt anders dan een schilderij, klinkt anders in de kamer en vraagt een andere bevestiging. Dat maakt textiel aan de muur aantrekkelijk voor wie een grote, kale wand heeft, en tegelijk het soort aankoop waar mensen na een half jaar spijt van krijgen omdat het scheef is gaan hangen. Hieronder wat de verschillende soorten doen, hoe je ze bevestigt en waar je op moet letten voordat je een spijker in de muur zet.

NNoenoes team6 min leestijd
Set van drie ingelijste jute wandpanelen met een grafische palmvoorstelling in bruin en beige

Wat textiel aan de muur anders doet dan een lijst

Een ingelijst werk zit achter glas, en glas doet twee dingen: het spiegelt de kamer en het houdt het oppervlak vlak. Textiel heeft geen van beide. Het licht valt in de vezel en komt er zachter uit, waardoor de kleur van dichtbij anders is dan van vier meter afstand en op elk uur van de dag iets verschuift.

Daar komt reliëf bij. Wol, jute en katoen hebben een structuur die schaduw maakt, en die schaduw verandert met de stand van een lamp. Op een vlakke, egaal geschilderde wand is dat vaak precies wat er ontbreekt: iets dat niet glad is.

Het derde verschil is gewicht en gedrag. Een schilderij hangt aan één punt en blijft daar hangen. Textiel wil zakken, plooien en met de luchtstroom mee bewegen, en dat is tegelijk het charmante en het lastige eraan. De keuze tussen de twee gaat dus niet alleen over smaak; hoe je een werk uitkiest voor een kamer staat uitgewerkt in kunst kiezen voor je interieur, en de meeste van die overwegingen gelden hier ook.

De vormen waarin textielkunst voorkomt

Er zijn grofweg vier soorten, en ze vragen alle vier iets anders van de wand.

Een geknoopt of geweven kleed dat je oorspronkelijk op de vloer zou leggen, zoals een kelim of een berbertapijt, is het zwaarste van de vier en heeft de meeste structuur. Een plat geweven wandkleed is lichter, hangt gladder en is bedoeld om verticaal te hangen. Macramé en geknoopt touwwerk hebben nauwelijks gewicht en veel schaduw. En dan zijn er textielpanelen op een frame, waarbij de stof gespannen zit en zich dus gedraagt als een schilderij.

Die laatste groep is voor de meeste huizen de praktische ingang. Wanddecoratie Rhapsody is een set van drie panelen van jute op grenen frames, samen 180 cm breed en 120 cm hoog. Het materiaal leest als textiel, de bevestiging werkt als een lijst, en doordat het uit drie delen bestaat kun je de tussenruimte aanpassen aan de wand die je hebt.

Ingelijst wandpaneel met een geweven reliëf in grijs, met kleine gouden bolletjes op de kruispunten
Textiel op een frame gedraagt zich als een lijst: het zakt niet uit, terwijl het oppervlak de structuur van weefsel houdt

Wat je bij alle vier ziet gebeuren: hoe losser het textiel hangt, hoe meer het van de wand af komt en hoe zachter de schaduw eronder wordt. Dat is de reden dat hetzelfde stuk in een showroom mooier hangt dan thuis, want in een showroom hangt het meestal op een strak gespannen stang.

Ophangen is het hele verhaal

Bij textiel zit vrijwel alle spanning in de bovenrand. Hang je een geweven kleed aan twee spijkers, dan trekt het gewicht tussen die punten omlaag en krijg je binnen een paar weken een zichtbare V. Hoe zwaarder het weefsel, hoe sneller.

De oplossing is de last verdelen over de hele breedte. Dat kan met een stang door een tunnel die je aan de achterkant naait, met een klemlijst van twee latjes die het textiel over de volle breedte vastklemt, of met een klittenbandstrook waarvan je de harde helft op een lat schroeft en de zachte helft op de stof naait. Nieten of lijmen op de stof zelf is de enige methode die je niet meer terugdraait.

Een gespannen paneel omzeilt dat probleem helemaal. Wandpaneel 3D organisch in taupe meet 80 bij 120 cm, zit in een witte houten lijst met passe-partout en hangt als elk ander ingelijst werk. Voor een huurwoning, of voor een wand waar je liever één schroef in zet dan een lat over de hele breedte, is dat het verschil tussen wel en niet doen.

De afstand tot de wand is het laatste dat je regelt. Textiel dat vlak tegen het stucwerk hangt, laat geen lucht door en vangt op een koelere wand vocht. Een lat van een centimeter of twee achter de bovenrand houdt het geheel iets vrij, en dat zie je aan de voorkant niet terug.

Let ook op wat er achter de wand zit. Een zwaar wollen kleed op gipsplaat vraagt om pluggen die op de plaat berekend zijn, en op een gestucte binnenmuur van cellenbeton houdt een gewone plug het gewicht van een tapijt niet lang.

Formaat, en waar het textiel naar luistert

De maat van een wandkleed hangt aan het meubel eronder, niet aan de wand als geheel. Voor de gebruikelijke situatie boven een bank staat dat uitgerekend in wanddecoratie boven de bank, en die maten gelden hier onverkort.

Wat er bij textiel bij komt, is de richting. Een breed, laag stuk hangt beter dan een smal, hoog stuk, omdat de bovenrand dan korter belast wordt per centimeter en het geheel platter tegen de wand blijft. Een lang, smal wandkleed van bijvoorbeeld 70 cm breed en twee meter hoog gaat op den duur bol staan in het midden.

Herhaling helpt het werk in de kamer landen. Ligt er textuur op de wand, dan wil het oog die ergens terugzien: in een geweven kussen als Kussen Oliv cream van 50 bij 50 cm op de bank, in een grof kleed op de vloer, in een mand. Zonder die echo blijft een wandkleed een los voorwerp op een gladde muur. De rest van de wanddecoratie kun je op dezelfde manier lezen: het gaat om de vraag of het materiaal ergens anders in de kamer terugkomt.

Wat het met geluid doet, en wat niet

Textiel op een wand vermindert de nagalm in een kamer. In een woonkamer met een harde vloer, een glazen tafel en veel witte wanden kaatst geluid tussen twee evenwijdige oppervlakken heen en weer, en dat is wat een ruimte hol laat klinken. Een dik, geknoopt kleed op een van die twee wanden breekt die heen-en-weerbeweging.

Wat het niet doet, is geluid tegenhouden. De buren, het verkeer en de wasmachine een verdieping lager komen er net zo hard doorheen, want daarvoor is massa nodig en een kleed van een paar kilo is dat niet. Het verschil zit in wat je binnen de kamer hoort: spraak wordt duidelijker, muziek droger, en een gesprek aan tafel kost minder moeite.

In een eetkamer met een houten vloer, een tafel met een steenachtig blad en twee lange, lege wanden tegenover elkaar hoor je dat direct. Het gesprek aan de korte kant van de tafel is er slecht te volgen, en dat ligt niet aan het volume maar aan het feit dat elk woord tweemaal aankomt. Eén van die twee wanden bekleden is genoeg, want zodra de kaatsing aan één kant wegvalt, valt de herhaling weg.

De dikte doet meer dan het oppervlak. Een dun, vlak geweven wandkleed van twee vierkante meter helpt minder dan een dik, hoogpolig stuk van één vierkante meter. En het effect is het grootst op de wand tegenover een harde, kale wand, niet in een hoek.

Zon, stof en de plekken waar het misgaat

Directe zon is de snelste manier om een wandkleed te verpesten. Natuurlijke vezels met plantaardige of oudere verf verschieten ongelijkmatig, dus je ziet het niet als een lichter geheel maar als een lichter vlak precies daar waar de zon in de zomer valt. Een kelim naast een raam op het zuiden kan binnen één seizoen een zichtbare rand krijgen.

Stof gaat de andere kant op. Vezels vangen stof beter dan glas, zeker bij grof geweven werk met veel reliëf. Twee keer per jaar afzuigen met de zuigkracht laag en een borstelmond erop is genoeg; een kloptechniek of een natte doek horen hier niet.

Wol vraagt om één extra controle. Motten gaan op ongestoorde plekken af, en een wandkleed hangt per definitie stil. Een keer per jaar de achterkant bekijken, vooral langs de bovenrand en in de plooien, is het hele onderhoud.

En de plek die je beter overslaat: een koude buitenmuur waar condens tegenaan slaat. Textiel houdt vocht vast, de wand droogt er niet achter, en dat eindigt met schimmelvlekken die niet meer uit de vezel gaan. Op een binnenwand of een goed geïsoleerde buitenmuur speelt dat niet.

Meer stylinginspiratie