Mensen verontschuldigen zich voor een lege vaas
Er staat een vaas op het dressoir en er zit niets in. Bijna iedereen zegt er iets bij: dat er nog bloemen bij moeten, dat het zo half is, dat het eigenlijk niet af is. Alsof een vaas pas zichzelf is zodra er iets uitsteekt.
Mijn standpunt is het omgekeerde. Een goede vaas is een gesloten object dat toevallig ook iets kan bevatten, en de meeste mooie vazen kunnen prima leeg blijven. De vraag is niet of je hem mag vullen. De vraag is of deze specifieke vaas ontworpen is om leeg gezien te worden, want daarin verschillen ze enorm.
Dat onderscheid loopt dwars door prijs en materiaal heen. Er zijn dure vazen die er zonder inhoud verweesd bij staan en eenvoudige die geen bloem nodig hebben. Wat het bepaalt, staat hieronder.
Een lege vaas is af als de vorm het werk doet
Vul een vaas met bloemen en je kijkt naar de bloemen. De vaas is dan de onderkant van iets anders: een voetstuk met een functie. Haal die bloemen weg en het object moet het alleen doen, met wat het zelf heeft.
Drie dingen kunnen dat dragen. De eerste is silhouet. Een vorm met een duidelijke omtrek blijft van een afstand leesbaar, ook als er verder niets gebeurt. De Zaya van 45 cm hoog in bruin glas, met een bolle romp die naar boven toe insnoert en dan weer uitloopt, is zo'n vorm: je herkent hem vanuit de deuropening aan zijn lijn.
De tweede is oppervlak. Een vaas met reliëf, ribbels of een onregelmatige glazuur verandert de hele dag mee met het licht dat erop valt. De schelpvormige Noé van 30,5 bij 29,5 cm in goudkleurig aluminium heeft een fijne ribbelstructuur die bij schuin licht een waaier van lichte en donkere lijnen geeft. Zet daar bloemen in en je ziet die structuur nooit meer.
De derde is detail. Een rand, een oor, een naad, iets dat je pas van dichtbij oppakt. Bij de Pippy van 47 cm hoog in wit steengoed lopen er goudkleurige kralenringen langs de zijkanten en zit er een dunne gouden lijn op de rand. Dat detail is het argument van het object en het verdwijnt onder een boeket.
Vind je in je vaas geen van deze drie terug, dan is het waarschijnlijk een houder en geen object.
Waar het half werk blijft
Er is een soort vaas dat leeg inderdaad onaf oogt, en die herken je aan zijn opening.
Hoe wijder de hals in verhouding tot de romp, hoe meer een lege vaas als een gat leest. Je oog valt erin en er is niets om naar te kijken; de bovenkant is dan letterlijk ontworpen om iets te ontvangen. Bij de Zaya is de opening 15,5 cm tegen een voet van 26 cm, dus er blijft duidelijk lichaam over rond dat gat. Bij een wijde bolvaas met een hals van bijna de volle breedte werkt dat anders en zie je vooral leegte.
Dun, kleurloos glas is de tweede categorie. Zonder inhoud is er nauwelijks iets om licht op te vangen en blijft er een dunne omtrek over die vanaf twee meter verdwijnt. Getint of dik glas heeft dat probleem veel minder, want daar kleurt de wand erachter mee.
En dan het geval waar ik het meest van schrik: de vaas die scheef staat omdat hij te licht is. Een lege vaas van aluminium of dun glas op een dressoir naast een deur die vaak dichtslaat, staat na een week een halve slag gedraaid en een paar centimeter verderop. Vullen met bloemen lost dat op door gewicht toe te voegen. Zand of glazen kralen op de bodem doen hetzelfde zonder dat er iets uitsteekt.
Twee lege vazen naast elkaar is een andere keuze
Zodra je er twee neerzet, verandert de vraag. Eén lege vaas leest als een object dat er met opzet staat. Twee lege vazen van hetzelfde model, in twee maten, lezen als een opstelling: dan gaat het over de herhaling van de vorm en veel minder over de vaas zelf.
Dat werkt goed op een lange console of een dressoir, en het valt uit elkaar zodra de twee te ver van elkaar staan. Hoeveel vrij vlak een los stuk nodig heeft voordat het als solitair overkomt, staat uitgewerkt in de lege ruimte rond één object.
Drie of meer lege vazen bij elkaar is het punt waarop ik afhaak. Dan lijkt het op een etalage, of erger, op een verzameling die nog een bestemming zoekt. Eén vaas met een boeket erin en twee lege ernaast werkt vaak beter, omdat er dan iets te vergelijken valt.
Licht is de inhoud van een lege vaas
Een gevulde vaas heeft zijn eigen aandacht bij zich. Een lege moet die halen uit wat er op hem valt, en dat maakt de plek belangrijker dan bij welk ander decoratiestuk ook.
Op een dressoir tegenover een raam krijgt een vaas frontaal licht en verdwijnt zijn ribbelstructuur; het object wordt dan een silhouet en verder niets. Diezelfde vaas op een console naast het raam, met het daglicht er schuin overheen, laat elke groef zien. Een tafellamp een halve meter opzij doet 's avonds hetzelfde werk.
Er is nog een tweede effect dat mensen zelden bewust inzetten: de schaduw op de wand erachter. Bij een vaas met een uitgesproken silhouet is die schaduw net zo interessant als het object, en dat is precies de reden om hem een paar centimeter van de muur af te zetten. Een object dat zijn eigen lichtbron meebrengt speelt een heel ander spel; hoe dat uitpakt aan de wand staat in wanddecoratie met licht erin.
Bij glas komt daar de kleur bij. Bruin, amber en rookglas kleuren het licht dat er doorheen valt en leggen een warme vlek op het blad eronder. Dat effect bestaat alleen zolang de vaas leeg is.
Waar mijn standpunt sneuvelt
Drie situaties, en ze zijn stuk voor stuk reëel.
De eerste is de eettafel tijdens een etentje. Daar zit iedereen dichtbij en kijkt urenlang naar hetzelfde midden. Een leeg object houdt die aandacht niet vast, want er verandert niets aan. Bloemen, takken of kaarsen wel; die bewegen, geuren of branden op.
De tweede is een kamer die verder helemaal kaal is. In een net verhuisd huis zonder gordijnen en met twee meubels leest een lege vaas als iets dat nog wacht, en dat komt door de context, niet door de vaas. Zodra er textiel en meer objecten zijn, kantelt dat vanzelf.
De derde is maatverschil. Een vaas die duidelijk te groot is voor het meubel waar hij op staat, valt door de mand op het moment dat je hem leeg laat, omdat er dan niets is dat de verhouding uitlegt. Welke vaashoogte bij welk meubel hoort staat in de vaasmaat per meubelstuk.
Buiten die gevallen blijft mijn advies staan: koop een vaas alsof je hem nooit gaat vullen. Bevalt hij leeg op je dressoir, dan bevalt hij ook met pioenrozen erin. Andersom gaat het bijna nooit op. De hele reeks vormen, materialen en formaten staat bij de vazen, en de vraag is dus vooral welke van die vormen jij tien maanden per jaar zonder inhoud wilt zien.
Bekijk alle vazen
Bekijk de collectie


