Het valt op aan welke stoel iedereen kiest
Op een verjaardag met veertien mensen in de woonkamer blijft de diepe loungebank vaak halfleeg, terwijl de eetkamerstoelen die erbij zijn gesleept allemaal bezet zijn. Dat heeft weinig met gezelligheid te maken en alles met opstaan. Een zitting van 80 cm diep en 40 cm hoog is heerlijk voor twee uur televisie en onhandig voor iemand die vier keer per avond even iets uit de keuken haalt.
Diezelfde voorkeur zie je bij jezelf terug op een dag dat je rug het even niet doet. De ingrepen die een huis prettig houden als je ouder wordt zijn dan ook zelden ingrepen die je aan het huis ziet. Het zijn maten, lichtpunten en materialen, en de meeste ervan maken de kamer nu al aangenamer.
Zithoogte doet meer dan welk ander getal ook
De prettigste zithoogte voor opstaan ligt tussen 45 en 48 cm. Daar staan je voeten plat op de vloer met je knieën ongeveer in een rechte hoek, en dat is de houding waarin je gewicht naar voren kunt brengen zonder je op te trekken. Onder de 42 cm wordt opstaan een beweging waar kracht bij komt kijken.
Zitdiepte telt bijna even zwaar. Bij een diepte van 60 cm zit je met je rug tegen de leuning én met je onderbenen vrij; bij 80 cm moet je onderuitzakken of een kussen in je rug leggen. De loungestoel Ornella zit met een zithoogte van 46 cm en een zitdiepte van 60 cm precies in die bruikbare band, en dat is meteen de reden waarom zo'n ronde fauteuil in de praktijk vaker gebruikt wordt dan een lage designstoel.
Armleuningen maken het verschil compleet. Een leuning waar je hand op landt terwijl je overeind komt, ongeveer 20 cm boven de zitting, doet meer dan een stevigere vulling. Zorg dat er in elke kamer minstens één zitplaats met armleuningen staat. Waar je zo'n stoel neerzet, en hoe hij zich verhoudt tot de bank, staat in het stuk over een fauteuil plaatsen.
De route door de kamer telt zwaarder dan de indeling
Loop je eigen woonkamer eens met een volle waskorf in beide handen. Waar je moet draaien of zijwaarts langs iets schuiven, is de doorgang te smal. Voor een hoofdroute door de kamer werkt 90 cm, voor een route langs één kant van de tafel is 60 cm het minimum, en 70 cm zit een stuk prettiger. Die maten staan uitgewerkt in het overzicht van loopruimte in centimeters.
Op die routes gaat het vooral om wat er laag staat. Een salontafel met een uitstekende poot, een plantenbak, een verlengsnoer dat schuin over de vloer loopt: dat zijn de dingen waar mensen over struikelen, niet de grote meubels.
Vloerkleden verdienen aandacht om dezelfde reden. Een dikke pool met een dikke rand vormt een randje waar een voet achter blijft haken. Het vloerkleed Cortesin van 200 bij 300 cm heeft een poolhoogte van 1,5 cm, wat een vlakke overgang geeft, en een kleed van dat formaat ligt met alle poten van de zithoek erop, waardoor de randen niet midden op een looproute komen te liggen. Losse kleedjes van 60 bij 90 cm in een gang zijn de riskantste van allemaal.
Licht op de plek waar je iets doet
Eén plafondlamp in het midden verlicht de kamer gemiddeld en de dingen die je doet slecht. Wat helpt is licht bij de leesstoel, bij de trap, bij de voordeur en langs de route van de slaapkamer naar het toilet.
Een staande lamp naast de stoel geeft dat zonder verbouwing. De vloerlamp Jamy is 139 cm hoog met een voet van 19,5 cm breed, dus hij brengt het licht op leeshoogte zonder veel vloeroppervlak in te nemen; een smalle voet staat bovendien minder in de weg dan een breed driepootstatief. Kijk in de vloerlampen vooral naar die basisbreedte als de lamp naast een looproute komt.
Twee dingen die weinig kosten en veel opleveren: een schakelaar of afstandsbediening binnen handbereik vanaf de stoel en vanaf het bed, en een klein licht dat 's nachts blijft branden op de route naar het toilet. Hoeveel lichtpunten een woonkamer nodig heeft en waar ze horen, staat in het artikel over de woonkamer verlichten.
Contrast maakt randen zichtbaar
Ogen worden trager in het onderscheiden van tinten die dicht bij elkaar liggen, en dat gebeurt eerder dan de meeste mensen denken. Een lichtgrijze plint tegen een lichtgrijze muur en een lichte vloer maakt de rand van de kamer letterlijk vaag.
Verschil aanbrengen hoeft niet hard te zijn. Een donker meubel tegen een lichte muur doet het werk al: de console van zwart graniet van 150 bij 76 cm markeert een wand in de hal zo duidelijk dat je hem vanuit je ooghoek registreert. Hetzelfde geldt voor een donkere plint, een houten drempel in een andere tint dan de vloer, en een traptrede met een afwijkende neus.
Waar het echt op aankomt is de overgang tussen twee vloeren en de rand van een trede. Die twee plekken willen een zichtbaar verschil in helderheid, niet alleen in kleur.
Waar je hand terechtkomt
Kijk waar je hand steun zoekt als je gaat staan of je schoenen aantrekt. Bij de meeste mensen is dat de rugleuning van een stoel, de rand van een kast of het blad van een halmeubel. Zorg dat op precies die plekken iets stevigs staat.
Een console met een granieten blad en een ijzeren frame op 76 cm hoogte houdt een steunende hand moeiteloos. Een licht bijzettafeltje van 30 cm doorsnee doet dat niet en schuift weg op het slechtste moment. Datzelfde geldt voor een boekenkast die niet aan de muur is bevestigd.
Een voetenbank of poef in de zithoek werkt in twee richtingen: benen omhoog tijdens het lezen, en een extra opstapje of steunpunt als iemand langer wil zitten dan de stoel toelaat. In een interieur dat je jaren wilt gebruiken zijn dat de meubels die het meest verplaatst worden, en dat is precies wat je van ze vraagt. Meer over meubels die met je meebewegen staat in een interieur dat meegroeit.






