Begin bij wat je in die stoel gaat doen
Een fauteuil koop je voor één van een handvol bezigheden, en die bepalen het model meer dan de stof of de kleur.
Lezen vraagt om steun in je onderrug en een zit waarin je niet wegzakt, want een boek op schoot werkt alleen als je romp iets naar voren kan. Praten met visite vraagt het tegenovergestelde: een lage, ruime zit waarin je een avond kunt blijven hangen. Televisiekijken vraagt vooral om een rug die hoog genoeg is om je hoofd te steunen. En een stoel die er vooral moet staan, in een hoek van de slaapkamer of naast een raam, mag het compactst zijn van allemaal.
Schrijf op welke van die vier het wordt voordat je gaat kijken. Bijna elke miskoop in deze categorie komt voort uit een stoel die voor het verkeerde gebruik is gekozen.
Rughoogte: 67, 72 of 84 centimeter
De totale hoogte van een fauteuil zegt meteen iets over hoe hij in de kamer staat en hoe hij zit.
Een rug van rond de 84 cm, zoals bij de Frankie in cognac fusion, komt tot voorbij je schouderbladen. Dat geeft steun als je rechtop zit en het maakt de stoel tot een op zichzelf staand volume in de kamer. Rond de 72 cm, de hoogte van de Hannah brown labyrinth, eindigt de rug net onder je schouders: genoeg steun om te lezen, laag genoeg om over de stoel heen te kijken. Onder de 70 cm wordt het een loungestoel waarin je hoofd geen steun meer krijgt.
Wat hier vaak vergeten wordt is de wand erachter. Een hoge rug snijdt af wat daar hangt, en een schilderij of lijst die op de gebruikelijke hoogte hangt, verdwijnt voor de helft achter de stoel. Bij een fauteuil van 84 cm hoog begint de vrije wand pas rond de 90 cm; in het stuk over welk formaat fotolijst je kiest staat hoe je dat aan de wand oplost.
Zitdiepte: rechtop zitten of wegzakken
De zitdiepte is de maat die het verschil in comfort het duidelijkst maakt, en het is ook de maat die het minst wordt gelezen.
Bij 45 cm, de zitdiepte van de Frankie, past je rug tegen de rugleuning terwijl je voeten plat op de vloer staan. Dat is de zit voor lezen, voor een gesprek aan een lage tafel en voor iedereen die vaak opstaat. Bij 55 tot 58 cm zit je pas goed als je achterover leunt of een been optrekt. De Talley in cream tweed heeft 58 cm zitdiepte, en dat is precies wat je wilt voor een avond met een serie, en precies wat je niet wilt voor een half uur met de laptop.
Een te diepe stoel valt te corrigeren met een stevig rugkussen van tien tot vijftien centimeter dik. Een te ondiepe stoel valt niet te corrigeren. Bij twijfel is dieper daarom de veiligere kant, mits je er ook iets voor je voeten bij zet; in de poefs en voetenbanken zit van alles dat op dezelfde hoogte uitkomt als de zitting.
Zithoogte en het moment van opstaan
De zithoogte van een fauteuil ligt meestal tussen 42 en 46 cm. Dat lijkt een klein bereik, tot je er meerdere keren per avond uit moet.
Lager dan 44 cm zakt je heup onder je knieën en gaat opstaan met een zwiep. Rond 46 cm, zoals bij de Hannah, blijft je bovenbeen ongeveer horizontaal en kom je met je eigen kracht overeind. Voor iemand met stijve knieën of een langere lichaamslengte is dat verschil doorslaggevend.
Daar komt de bank bij. Staan de fauteuil en de bank in dezelfde zithoek, dan is een verschil van meer dan vijf centimeter in zithoogte merkbaar in het gesprek: de een kijkt op de ander neer. Meet de zithoogte van je bank dus voordat je een stoel uitkiest.
Armleuningen: waar je arm werkelijk landt
Een armleuning is pas prettig als hij op ontspannen elleboogshoogte zit, ongeveer twintig tot vijfentwintig centimeter boven de zitting. Bij een zithoogte van 46 cm en een armleuning van 65 cm klopt dat, zoals bij de Hannah.
Zit de armleuning lager, dan hangt je schouder scheef. Zit hij hoger, dan trekt hij je schouder op en gebruik je hem na tien minuten niet meer. Let daarnaast op de breedte van de leuning: een smalle, harde rand is oncomfortabel op de onderarm, terwijl een gestoffeerde leuning van acht tot tien centimeter breed ook dienstdoet als plek voor een kop koffie.
Stoelen zonder duidelijke armleuning, waarbij de rug in één ronding doorloopt in de zijkant, zitten anders. Je kunt er van opzij in zitten en met opgetrokken benen, wat prettig is in een leeshoek en minder prettig als je er rechtop in wilt eten.
Draaibaar of vast
Een draaifunctie klinkt als een detail en verandert het gebruik behoorlijk. De Talley draait volledig rond, en dat maakt hem geschikt voor een plek waar twee dingen tegelijk gebeuren: een stoel bij het raam die je naar de kamer draait zodra er iemand binnenkomt, of een plek in de hoek van een open ruimte waar de tafel en de bank in verschillende richtingen liggen.
De prijs die je ervoor betaalt is een stoel die nooit helemaal stil staat. Op een dik hoogpolig kleed valt dat mee, op een gladde vloer merk je het bij elke beweging. Kinderen vinden een draaistoel bovendien onweerstaanbaar.
Een vaste stoel op poten heeft een ander voordeel: hij laat zich in een keer verplaatsen en je kunt eronder stofzuigen. Waar de stoel het beste terechtkomt en hoe hij zich verhoudt tot bank en tafel, staat in het artikel over de fauteuil plaatsen.
De maten naast elkaar
| Model | Totale hoogte | Zithoogte | Zitdiepte | Draaibaar |
|---|---|---|---|---|
| Frankie cognac fusion | 84 cm | 44 cm | 45 cm | nee |
| Hannah brown labyrinth | 72 cm | 46 cm | 55 cm | nee |
| Talley cream tweed | 67 cm | 44 cm | 58 cm | ja |
In deze rij zie je het patroon dat bij vrijwel elk merk terugkomt: hoe lager de rug, hoe dieper de zitting. Een stoel is zelden hoog én diep, want die combinatie zit alleen goed als je er echt in gaat liggen.
De stof komt daarna pas. Welke bekleding tegen dagelijks gebruik kan en welke vooral mooi is, staat uitgewerkt in de gids over het materiaal van een bank kiezen; voor een fauteuil gelden dezelfde afwegingen, met dit verschil dat een fauteuil vaak door één persoon wordt gebruikt en dus langzamer slijt.
Bekijk alle fauteuils
Bekijk de collectie





